ColumnAaf Brandt Corstius

Soms voel ik een kleine hunkering naar een Italiaans terrasje en een roze krant waar je niets van snapt

Het leuke aan pandemieën is dat ze je altijd blijven verrassen. Zo dacht ik dat ik, raspessimist annex doemdenker, nu wel op alle scenario’s was voorbereid: tweede golf, derde golf, of mensen denken dat het weg is maar het is niet weg, of het komt ineens op in Groningen en reist helemaal terug naar Wuhan, of er wordt een soort motorhelm uitgevonden waarmee je wél veilig naar de disco kunt maar dan kan niemand ooit nog tongzoenen. Dat soort gedachten. Maar dat er een nieuwe pandemie over corona heen kon komen, die was nog even niet in me opgekomen.

Toch las ik nu dat er in China een geheel nieuwe influenza onder varkens heerst waartegen niemand bestand zal zijn, etcetera. Pandemie op pandemie. Vlek op vlek. Dat je straks kunt kiezen. Dat je zegt: ik vond corona toch leuker.

Enfin, wij gaan op vakantie in eigen land. Middenin corona (dat is nu ook gewoon, ‘in corona’ zeggen, zoiets als ‘met Kerst’) boekte ik voor de zomervakantie een Nederlands huisje en een Nederlandse safaritent en was daar ongelofelijk content mee.

En dat ben ik nog steeds. Al voel ik natuurlijk heel soms een kleine hunkering om naar een Franse supermarkt te gaan en daar een Paris Match, een tros tomaten en een paar gestreepte espadrilles te kopen. Of ik voel het verlangen om de zoveelste Franse markt te bezoeken om daar voor de zoveelste keer de aankoop van een rieten mand te overwegen. Of: een Italiaans terrasje met een Italiaans kopje koffie en een roze krant waar je niets van snapt. Ja, dat speelt soms wel een klein beetje door mijn hoofd.

Maar dan denk ik terug aan de vakantie op Corsica, een paar zomers geleden, tijdens een hittegolf. Heel Corsica stond letterlijk in brand en wij zaten vast op de camping. Alle wegen waren afgesloten vanwege de bosbranden, en alle huisjes in de buurt waren volgeboekt. Iets met een muur of airconditioning was niet meer beschikbaar. Het zwembad van de camping was een kookpot geworden, tot de randen gevuld met afgepeigerde mensen en drijvende zonnebrand. Naar zee konden we niet, want dan moest je soms even de zee uit en het zand kookte ook.

Dus deden we wat je dan doet: we zochten een rivier op die nog niet was uitgedroogd, gingen daarin staan, met ons hoofd net boven het water uit, en dat deden we elke dag twaalf uur achter elkaar tot de zon onderging, en dan gingen we in onze tent liggen en sliepen we niet van de hitte.

Ja, daar denk ik aan als ik een beetje hunker naar een zuidelijk land. En tuurlijk, op vakantie in eigen land kun je ook overvallen worden door een hittegolf. Maar het mooie aan vakantie in eigen land is: je kunt altijd naar je eigen huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden