Column Sheila Sitalsing

Soms stond ze haar tanden te poetsen en dacht: je bent de vernietiger van dromen, Renate

Sheila Sitalsing.

Renate Dorrestein, die de vrouwenstrijd streed met een lichtvoetigheid, spitsvondigheid en geestigheid die niet vanzelfsprekend zijn in kringen van wereldverbeteraars, was niet alleen een heerlijke schrijfster en een moeder voor haar lezers ('U was mijn meemoeder', schreef er een kort voor haar dood).

Ze was ook een scherp observator (zo zei ze onlangs in NRC Handelsblad dat ze de mannelijke weerzin tegen het feminisme die ze altijd heeft ondervonden inmiddels kon begrijpen 'dankzij de Zwarte-Pietdiscussie die veel gemeen heeft met het seksismedebat. Ik zie precies dezelfde emoties, verwarring, rolverdeling. Zelfs de blikken zijn hetzelfde. Ook mijn houding was er een van de bevoorrechte klasse: 'Ík heb nooit een slaaf gekocht. Ga weg met je slachtoffergedrag!' Heel leerzaam vond ik dat.').

Touwtjes trekken

Ze was bovenal onbedaarlijk grappig (lees alles wat ze ooit heeft geschreven over de ontdekking van de clitoris en over de dr.v., vergelijk het met het overbodige damesbladengetrut dat daarna is verschenen en weet: ze had geen gelijke).

Maar het liefst was ze mij wanneer ze uitlegde hoe je dat doet, een lekker boek schrijven. In een mooi gesprek met Carolina Lo Galbo voor Vpro Boeken vertelde ze over de schrijver die in het hoofd van de lezer moet gaan zitten, 'om aan touwtjes te trekken', om te bepalen wanneer de lezer lacht en wanneer de lezer geëmotioneerd is. Beginnende schrijvers probeerde ze aan het verstand te peuteren 'dat schrijven niet gaat over expressie, over jezelf, over je eigen zieleroerselen, maar over impressie, over wat de schrijver de lezer laat ervaren.'

Over schrijverschap schrijft ze ook in het boek dat haar laatste zou worden en waar ze godlof de energie nog voor had: mijn lievelingsstuk uit Dagelijks leven - een bundeling van bespiegelingen, artikelen, lezingen, brieven en aantekeningen uit haar archief - is een brief aan de aspirant-romanschrijver mevrouw Van K.

Kritiek

Stapels manuscripten kreeg Dorrestein jaarlijks toegestuurd, van miskende schrijvers die al door menig uitgever waren afgewezen en zich in wanhoop tot haar richtten. 'Mijn oordeel valt lang niet altijd goed', schrijft ze. 'Ik had er zelfs een keer eentje die me na meer dan tien jaar nog eens schreef dat ze door mijn botte opmerkingen al die tijd niet had kunnen schrijven, en dat dat mijn schuld was, mijn schuld, mijn schuld. Dankzij dit soort aspiranten is mijn definitie van schrijftalent tegenwoordig: allereerst het vermogen om kritiek te incasseren.'

De brief aan mevrouw K. is nietsontziend ('Al bij de eerste aanblik is duidelijk dat de te doen gebruikelijke alinea-indeling ontbreekt, en dat is een bijzonder kwalijk euvel omdat het verraadt dat de auteur zelfs op het meest basale niveau niet in staat is zijn of haar materiaal te ordenen.'), uitgebreid (de hoofdpersoon is ongeloofwaardig en een zeurpiet bovendien) en precies ('Ik ben op een gegeven moment bijvoorbeeld opgehouden te turven hoe vaak Julie zich in de ban voelt van 'iets', ja, wat dan precies, nou gewoon 'iets'.'). Om monter te eindigen met: 'Zo dat was niet mals. Sterkte ermee.'

Soms stond ze haar tanden te poetsen en dacht: je bent de vernietiger van dromen, Renate.

Ik hoop dat ze vanuit de hemel af en toe nog een brief stuurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.