Soms schrik ik ervan hoe snel mijn krachten afnemen

Mijn laatste tijd

Het bos is vlakbij, voor een wandeling met de hond. Maar in de praktijk is dat kleine stukje vaak al te ver.

‘Misschien is dit wel ziek zijn: doodmoe, nul energie, helemaal van de kook raken als er ook maar iets tegenzit.’ Foto Nouch

‘Het gekke is’, zeg ik vaak, dat ik me helemaal niet ziek voel. Ik heb geen pijn, bedoel ik dan, geen koorts. Ik eet niet veel, maar ik lust nog alles en eet met smaak. ’s Avonds drink ik met plezier een glas wijn. Minderen met alcohol, waarmee ik de laatste anderhalf jaar bewust bezig was, lijkt me nu een zinloze exercitie. In elk geval niet iets om me druk over te maken.

Maar misschien is dit wel ziek zijn: doodmoe, nul energie, helemaal van de kook raken als er ook maar iets tegenzit, hoe klein en onbenullig ook. Bijvoorbeeld dat je het aluminium afsluitdopje van een nieuwe tube tandpasta er niet van afgepulkt krijgt.

En dan dat hoesten. Dat vreselijke, verscheurende hoesten, dat met de dag erger lijkt te worden. Dat hoesten, dat me amechtig en naar adem snakkend achterlaat, hijgend als een astmapatiënt. Dat hoesten, waarvan mijn keel rauw is geworden. Mijn stem klinkt raar en geforceerd. Telefoneren is lastig geworden, want als ik probeer harder te praten, irriteert dat mijn keel zo dat ik begin te hoesten. En als ik eenmaal begin met hoesten, ben ik er voorlopig nog niet klaar mee. Mijn keel, mijn neusgaten, mijn longen, ze lijken vol slijm te zitten dat er maar niet uit wil.

Ook mijn hart laat me regelmatig in de steek. In het begin schrokken we daar vreselijk van. Hup, naar de huisarts, die ons ‘voor de zekerheid’ toch maar naar het ziekenhuis stuurde, waar ze me, na diverse onderzoeken en lang wachten, ‘voor de zekerheid’ toch maar een nachtje hielden. Nu, als mijn hart op hol slaat, let ik er vooral op hoe ik me voel. Als ik me niet ziek en naar voel, alleen maar kortademig, ga ik rusten. En na een paar uur, of na een nacht, heeft mijn hart zichzelf gereset. Het voelt ongemakkelijk en onrustig, maar paniek is niet nodig.

Na de vorstperiode, waarin ik nauwelijks buiten kwam, heb ik me voorgenomen elke dag een stukje met Zappa te gaan lopen. Wij wonen op een kleine 200 meter van een bos, aan een weg die overgaat in een onverharde weg. Ik kan op mijn dooie gemakje lopen en af en toe even uitrusten op een boomstronk, terwijl Zappa heen en weer rent en geregeld iets lekkers komt halen, of een aai over haar kop.

Dat is de theorie; in de praktijk is het er nog niet vaak van gekomen en is zelfs het kleine stukje naar het bos toe al te ver. Soms schrik ik ervan hoe snel mijn krachten afnemen.

Zappa Foto RV

De paar keer dat het wel gelukt is, geniet ik met volle teugen. Dit is een van de redenen waarom wij tien jaar geleden zijn verhuisd van de Randstad naar het Drentse platteland. En hoewel die verhuizing niet in alle opzichten heeft gebracht wat we ervan verwacht hadden, is dit nog steeds geweldig: ik heb het hele bos voor mij alleen en ik hoor alleen maar vogels. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.