Column Stephan Sanders

Soms realiseer ik me dat ik de eerste generatie ben die in vrijheid is opgegroeid

Ik ging gewoon mee, met vrienden, soms geliefden, die vroeger al met hun ouders meegingen, en die weer eerder met hun ouders. Surinaamse vrienden, Surinaamse geliefden, want toen ik nog een bos haar had, dachten ze dat ik vast ook Surinaams was. Of Antilliaans. Of iets uit die buurt.

Ik heb er nooit veel voor hoeven doen om Surinaamse en Antilliaanse vrienden te krijgen. Het enige was: vanuit Twente naar ­Amsterdam verhuizen, en toen gebeurde het vanzelf. Het is een verschil met veel van mijn blanke vrienden: ongeveer van dezelfde generatie, toen Nederland nog niet zo multiraciaal was, zeker niet op het platteland. Op hun partijtjes zie ik weinig kleur. Het komt ze niet aanwaaien, ze moeten er moeite voor doen, en iedereen van boven de 50 weet dat je dan minder makkelijk vrienden maakt.

Ik ging dus al vroeg mee naar de herdenking van het slavernijver­leden en naar het feest van het ‘verbreken van de ketenen’, niet omdat ik zo prachtig bewust was, maar omdat ik een meeloper ben.

Inmiddels is de herdenking en de viering van Keti Koti voor mij een automatisme geworden en dat heb ik dus te danken aan die geliefden, vrienden en kennissen. Van mijn ouders kreeg ik het niet mee: blanke huid, andere tijd, in Nederland geboren en getogen, net zoals weer hun ouders en grootouders. En in Twente was in de jaren 70 de zwarte of gekleurde medemens bepaald een zeldzaamheid.

Maar in Amsterdam, eind jaren 70 trof ik ze volop, en ze troffen mij. Er ontstonden verbintenissen, vriendschappen, oppervlakkige contacten, zoals dat gaat. Maar het is goed wanneer ik mijzelf daar niet mee feliciteer. Zij zagen iets in mij, waarvan ik mezelf amper bewust was: het gekleurde deel, dat voor herkenning zorgde.

Des te mooier is het dat ik dit jaar heb kunnen constateren dat er in het Amsterdamse Oosterpark, met het grote slavernij­monument, naast zwart en gekleurd ook veel blank rondliep. Of wit (ik denk dat de blanken die daar liepen, vaak ‘wit’ genoemd willen worden).

Hoe gaat zoiets in z’n werk? Ik verzin het nu, maar ik verzin de waarheid. Iemand krijgt er ineens een bruine schoonzuster bij in de familie. Iemand wordt de beste vrienden met de Surinaamse ­Nederlander op zijn werk. Iemand raakt verliefd en wel (onder meer) op een andere huidskleur. Iemand heeft een heel leuke buurvrouw of -man. Zo groeit de kring van ­belangstellenden, en gelukkig zijn er ook de gewone meelopers, die op alle sensatie afkomen.

In dat Oosterpark sprak ik een blanke jongeman, een stuk jonger dan ik, vriend van een vriend. Hij vertelde me over de eerste keer dat hij ‘meeging’ om Keti Koti te vieren. Hij was een beetje benauwd toen. Was die herdenking, was dat feestje erna wel bedoeld voor zijn huidtype? Zou hij er misplaatst zijn, worden weggekeken?

Allemaal onzin, het tegendeel was waar, maar je kunt het je voorstellen van een blanke nieuweling.

Hij werkt trouwens bij de gemeente Amsterdam, in Zuidoost. Daar werken zeer veel gekleurde mensen. Is het niet een idee, dat de gemeente Amsterdam haar ambtenaren een dag vrij geeft op 1 juli? Volgend jaar komen er excuses voor de slavernijperiode, beloofde burgemeester Halsema. Amsterdam als stad, met haar specifieke geschiedenis, klopt zichzelf vaak op de borst, nu mag er ook royaal worden geëxcuseerd. En wat is er dan mooier dan een passend ­cadeau bij zo’n gelegenheid: een vrije dag.

Mijn eigen biologische familiegeschiedenis loopt via de vaderlijn naar Zuid-Afrika. Die vader is of was gekleurd, en altijd wanneer ik hoor dat de slavernij wettelijk in 1863 werd afgeschaft in het Koninkrijk – rijkelijk laat – denk ik aan die onbekende man: nee, hij was geen slaaf, maar net zoals de Afro-Amerikanen werd zijn leven wel beheerst door wettelijke ongelijkheid en raciale segregatie. In Amerika veranderde dat allemaal in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Maar in Zuid-Afrika ging het nog een tijdje zo door.

Heel soms, zoals op 1 juli, realiseer ik me dat ik via die vaderlijn de eerste generatie ben die in vrijheid is opgegroeid. Ik vind dat ­onvoorstelbaar, ik vind het bijna pathetisch, maar het rekensommetje klopt.

Zo dichtbij, dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden