Verslaggeverscolumn Op Curaçao

Soms mag lol knetterhard klinken

De muren op het Caribische eiland trillen deze dagen soms letterlijk.

Denk aan de luidste knal van dichtbij ooit gehoord. Weet dan dat het nóg luider kan. En dat zoiets in het Papiaments, de taal van het Caribische eiland Curaçao, simpelweg alivio heet: ‘verlichting’. Dion doet met getuite lippen voor hoe dat werkt. Hij blaast stevig uit: ‘Pfff, en weg.’ Meer stelt vuurwerk toch niet voor?

Nou, daar is niet iedereen het over eens. Ook op Curaçao is het afsteken van knallers jaarlijks weer onderwerp van soms pittige discussies. Neem alleen al de data waarop het spul verkocht en afgeschoten mag worden. In de vijf laatste ­dagen van het jaar dus. Maar al vóór Kerst vielen de eerste keiharde klappen. En tel daar nog maar een weekje na nieuwjaarsdag bij op. Dagen waarop het doorgaans betrekkelijk vredige eiland door rauwe geluiden wordt opgeschud. Oorlog als een eigenzinnige liefdesbetuiging.

Klanten in de winkel. ‘Goed spul, lekker luid.’ Beeld RV

‘Ach, gewoon lekker,’ vindt Dion Mogen, de zachtaardige 21-jarige verkoper in die grote winkel aan de Caracasbaaiweg. ‘Drie harde knallen: aansteken, vuur, boemmm.’ Ontploffingen, bedoeld als beste wensen. Vanavond, in de laatste uurtjes van 2018, zal hij zijn lieve sister ermee verrassen. ‘Voor haar ga ik vooral leuke kleurtjes de lucht in schieten. Maar natuurlijk ook een beetje knallen, ja.’

Vijf dagen verkoop. De eigenaar van het pand met de enorme glazen voorpui heeft in die laatste dagen van het jaar misschien meer omzet dan in de 360 dagen ervoor, wanneer het pand als partycentrum te huur is maar weinig klanten lijkt te lokken. Hoewel, vergeet die andere dagen in december niet. Het begint immers met de verkoop van kerstartikelen. Veel lelijk Chinees spul, maar het vindt gretig aftrek.

Dion is dan nog niet in de winkel te vinden. Hij werkt als – mag hijzelf dat zo zeggen? – topchef in een hotel bij het World Trade Centre in de hoofdstad Willemstad. Niet in de keuken, dat doet een meisje en dat doet ze heel goed. Nee, Dion is de man van de drankjes en zo. Mooi werk vindt hij dat. Het ligt ook in zijn aard; vriendelijk zijn voor mensen.

Maar goed, met glazen en vuurwerk wil hij niet zijn hele leven vullen, natuurlijk. En dus studeert hij elektrotechniek aan een mts, een middelbare technische school. Nog even en die opleiding zit erop. ‘En dan naar Nederland, misschien. Of naar Miami. Om piloot te worden.’ Want je kunt wel vuurwerk de lucht in steken, zelf de lucht in gaan is nog veel mooier.

Dion Mogen, de zachtaardige vuurwerkverkoper. Beeld RV

Wel eerst even het jaar volmaken in de vuurwerkwinkel. Dion heeft er speciaal bij zijn andere baas vrij voor genomen om hier te kunnen zijn. We nemen het assortiment door. Wat zijn dit jaar de favorieten? Hij wijst naar de goedgevulde schappen achter hem. ‘De Mamba doet het heel goed. De El Buro ook. En de Sky Bomb natuurlijk.’ Het ziet er allemaal niet echt uit als siervuurwerk, laat staan als de sterretjes waarmee lang voor Dion zijn tijd kinderen met kleine oogjes maar opgewonden gezichtjes eventjes na twaalven in de opening van de voordeur mochten staan. Dion glimlacht om die beschrijving uit een andere ­wereld. ‘Nee, hier gaat het toch vooral om de knal.’

Dat hard ook echt héél hard is, weet elke Curaçaoënaar die tijdens avondlijke uren de muren van het huis letterlijk licht heeft zien trillen, omdat een enthousiaste overbuurman weer een Thunder King midden op straat heeft gezet. Is het ook bedoeld om boze geesten te verdrijven? Dion kan zich er weinig bij voorstellen. Een knal is gewoon een knal.

Hij trekt een goed verkopend product te voorschijn. Het ziet er uit als munitie in een legergroene kist, het klinkt volgens Dion als munitie en het heet 50Shots Cake. Goed spul, de duim gaat omhoog. Lekker luid, dat zeker ook. Gewoon lol, mensen. En soms mag die lol knetterhard klinken.

Vandaag, op Oudjaarsdag, valt op verschillende plekken op het ­eiland weer te genieten van de ­pagara, die soms wel honderden meters lange keten van het soort rotjes dat te vaak naar de sportschool is geweest. Het afsteken ervan gebeurt gewoon overdag, zoals in de wijk Pietermaai, want om leuke kleurtjes in de hemel is het hierbij echt niemand te doen. Aansteken, vuur, boemmm – en dat duizend- en duizendvoudig.

De vuurwerkwinkel aan de Caracasbaaiweg in Willemstad. Beeld RV

Dion ziet veel klanten weggaan met wel voor zo’n 500 gulden, zeg maar 250 euro, aan vuurwerk in de plastic tassen. Voor menig inwoner van het eiland staat dat gelijk aan minstens een half maandloon. ‘Dan komen die mensen hier en zeggen: dit en dat is te duur, maar ze kopen wel allemaal.’

Oordopjes heeft-ie niet in de aanbieding, Dion. Die zouden ook ­helemaal niet helpen. Gewoon uitzitten dus voor wie niet van knalvuurwerk houdt, of wie zich zorgen maakt over een huisdier dat gek wordt van angst. Straks is het weer voorbij. En ook dat betekent alivio: opluchting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.