Column Peter Middendorp

Sommige boeken kun je niet meer goed lezen zonder met een half oog in de krant te kijken

Ulrich Alexander Boschwitz is een van de zeldzame schrijvers van wie ik na lezing van een roman meteen op de fiets wil springen om al zijn boeken aan te schaffen. Maar het kan niet, er zijn geen andere boeken. In 1942 werd het schip waarop hij met veel andere, ongewenste Joodse vluchtelingen van hot naar her werd gestuurd, door een Duitse U-boot getorpedeerd. Hij verdronk, 27 jaar, het laatste manuscript aan zijn lijf.

Der Reisende, de enige roman die we van hem hebben, vertelt het verhaal van Otto Silbermann, een keurige burger en koopman in Berlijn, toevallig Joods, die na de Kristallnacht in 1938 zijn huis moet ontvluchten om aan arrestatie te ontkomen. De grenzen zijn dicht, hij kan alleen maar reizen per trein, kriskras door Duitsland – steeds radelozer onderweg blijven, in de hoop dat hij onderweg niet op nazi’s stuit, naar wat je misschien wel een eervol protest tegen het lot zou kunnen noemen.

De roman roept dezelfde gevoelens op als het werk van Hans Fallada – Kleiner Mann – was nun? bijvoorbeeld, of Jeder stirbt für sich allein. Niet alleen om de vertelkracht. Ze worden bevolkt door hetzelfde soort gewone, geschokte personages, dat zich probeert te redden onder de nieuwe situatie. En door hetzelfde soort personages dat er profijt uit trekt. Al te lang hebben zij op het tweede plan gestaan, ongezien, getergd en knarsetandend. Nu is het hun beurt.

Heel goed kan ik zulke boeken de laatste jaren eerlijk gezegd niet meer lezen zonder ook met een half oog over de kaft heen in de krant te kijken, de actualiteit. De tijden zijn gelukkig onvergelijkbaar. Ze keren niet terug, is ons beloofd, en rijmen doen ze vermoedelijk al evenmin. Geschiedenis bestudeer je volgens de beroemde historicus Yuval Noah Harari vooral om je ervan te kunnen bevrijden.

Maar enigszins verbaasd sta je soms wel te kijken naar ‘de autoritaire verleiding’, zoals Casper Thomas het noemt, die om zich heen lijkt te grijpen, de kwetsbaarheid van democratie, het nationalistische gedweep.

In de Volkskrant las ik deze week dat de universiteit van de Joodse weldoener George Soros in Boedapest definitief het land is uitgewerkt door de Hongaarse regering. Een paar weken eerder deed de krant onthullingen over het antisemitisme dat rondwaart onder sommige leden van Forum voor Democratie. Nog vinden allerlei commentatoren het vooral belangrijk om de geldstromen van Soros verder verdacht te maken.

Je appt er weleens over met vrienden, als weer eens een columnist of commentator, die vroeger gewoon was, middle of the road, zowel van onderwerp als van talent, van het pad is geraakt. Waarom zeggen ze zulke dingen? Waarom zouden ze dat nou doen? Passen ze zich aan de nieuwe tijd aan? Voelen ze zich spannend? Krijgen ze pluimpjes? Denken ze echt dingen te hebben ontdekt?

Ergens vlak voor het einde schrijft Boschwitz: ‘Weil ich verstehe, dachte Silbermann unglücklich, darum verzweifle ich ja. Ach, wenn ich doch misverstehen könnte.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.