ColumnMax Pam

Solidair zijn met anderen betekent dat je anderen zoveel mogelijk uit de weg zult gaan

Max Pam artikel ColumnBeeld .

‘Thuis’, heeft Margaret Thatcher eens gezegd, ‘is waar je terechtkomt als je niet beters te doen hebt.’

Na zes weken van quarantaine zijn veel Nederlanders weer de straat op gegaan, omdat zij het zat waren bij de familie thuis te zitten. Op sommige plekken was het zo druk dat de politie moest ingrijpen. Kortom, wij zijn in de omgekeerde wereld aangekomen. Als ik thuis te lang achter de schaakstukken had gezeten, stuurde mijn moeder mij naar buiten.

‘Ga maar buiten spelen.’

Buiten was gezond. Binnen verpieterde je tot een bleekneusje. Mijn vader steunde mijn moeder. Hij was bevriend geweest met Koos Vorrink, de oprichter van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). ‘De paden op, de lanen in’, zongen ze met hun botaniseertrommeltje onder de arm. Niets voor mij, helaas. Als mijn ouders naar het bos reden om ‘een frisse neus’ te halen, bleef ik achter in de auto met een zakschaakspelletje op schoot.

De afgelopen weken moesten wij binnen blijven voor onze eigen gezondheid. Ziekte en dood komen niet van binnenuit, maar van buiten, waar het virus rondwaart. De hel, dat zijn de anderen. Deze ­literaire waarheid van een schele filosoof is de feitelijke waarheid geworden. Wie met Corendon naar Turkije op vakantie gaat, wordt vanaf het moment dat hij zijn deur uitstapt tot het moment dat zij haar teen in de Egeïsche Zee steekt, en vice versa, getest en gemonitord. Ik vermoed dat zelfs de Turkse vleermuizen eerst worden getemperatuurd voordat zij van boom tot boom mogen vliegen.

Daarmee stuiten wij op een ­paradox. Je kunt geen televisie­programma aanzetten of je hoort dat wij dit samen moeten oplossen. Het staat op billboards en affiches. Reclames voor banken, bouwbedrijven en betere bedden vertellen het ons. Samen in saamhorigheid is de nieuwe standaard. Samen is het revolutionaire elan. Alleen is de kwestie dat wij het ­virus juist krijgen door samen te zijn. Waar meer dan dertig mensen ­samenkomen, dreigt al het doodsgevaar. Zelfs kinderen mogen slechts in een halve klas bijeenzijn. Samen naar het café of naar een festival is de killer whale, die ons opslokt in de duisternis.

Voorlopig zou ik niet inzetten op samen. Iedereen kent de angst voor ziekte en dood als een hoogstpersoonlijke drijfveer. Je sterft alleen. Daarom voorspel ik ook dat het vrijstaande huis het beleggingsobject van de toekomst wordt. Het liefst op een groot stuk grond met een hoog hek eromheen. Flatgebouwen met gemeenschappelijke trappenhuizen worden afgebroken. Solidair zijn met anderen betekent dat je anderen zoveel mogelijk uit de weg zult gaan. Zelfs in lege stadions zijn contactsporten onmogelijk vol te houden. De laatste oorlog wordt gewonnen door een soldaat, die besluit om alleen in een schutters­putje het einde af te wachten. Het besef dat de wereld vol is, zal ten slotte zelfs bij de paus indalen, maar dan is het al anderhalve eeuw te laat. ‘Vragen naar de toekomst is vragen om een depressie’, schreef Renate Rubinstein.

Hallo, bent u daar nog?

Is er dan niets meer om je op te verheugen? Lezer, om u op te vrolijken, zal ik mij verlagen tot het vertellen van een mop. En dan is het nog niet eens een mop van mijzelf, maar van Henryk Broder, die laatst in Die Welt een hele column nodig had om hem te vertellen.

Moos en Sarah wonen met hun zes kinderen aan de rand van een dorpje in Moldavië. Het leven als dagloner is zwaar voor Moos en ­Sarah heeft haar handen vol aan het huishouden. Op een dag gaat Moos naar de rabbijn en zegt: ‘Ik houd het niet meer vol, dit is geen leven.’

De rebbe poetst zijn bril en zegt: ‘Moos, je hebt toch een schoonmoeder? Neem haar in huis!’ Moos weet niet wat hij hoort, maar doet wat de rebbe zegt. Een week later komt Moos jammerend terug, waarop de rebbe zegt: ‘Je hebt toch ook een broer, die net gescheiden is? Neem hem in huis.’ Weer doet Moos wat hem is op­gedragen, maar een paar dagen later staat hij opnieuw klagend voor de deur. De rebbe zegt: ‘Moos, hier heb je 100 lei. Koop een viool voor je oudste zoon’.

Na een week verschijnt Sarah. Ze zegt: ‘Rebbe, mijn man is gek geworden en de anderen slaan elkaar de hersens in. Wat moet ik doen?’ De rebbe antwoordt: ‘Sarah, gooi je moeder en je zwager de deur uit. Sla de viool kapot. Ga dan naar de markt, koop een kip en maak kippensoep.’

Het duurt nu even, maar ten slotte klopt Moos aan. Hij zegt: ‘Rebbe, ik weet niet hoe ik u bedanken moet. Ik wist niet dat het leven zo mooi kan zijn’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden