Interview Stephanie L. Mudge

Socioloog Mudge over de sociaal-democratie: ‘De ideologische veren zijn helemaal niet afgeschud’

Stephanie L. Mudge: ‘Rechtse partijen hebben het geluk dat kwesties als deregulering tot de mainstream van de politiek zijn gaan behoren.’ Foto Illustratie Hans Klaverdijk / Foto Jennifer Kutzleb

Toen links het neoliberalisme omarmde, raakte de achterban uit zicht, , zegt de Amerikaanse socioloog Stephanie L. Mudge. Een wending moet van de jongeren komen.

De Zweedse Sociaaldemocraten (SAP), een van de meest ongenaakbare centrum-linkse politieke partijen van Europa, dreigt tijdens de verkiezingen van zondag 9 september voor het eerst in een eeuw niet de grootste partij van het land te worden. Als de voorspellingen kloppen, kunnen De Sociaaldemocraten zomaar als tweede partij eindigen, achter de rechts-populistische Zweden Democraten die met hun anti-immigratieagenda de wind in de zeilen hebben. Daarmee lijken De Sociaaldemocraten het lot achterna te gaan van hun linkse broeders en zusters elders in Europa, die in de afgelopen jaren een electorale leegloop zagen naar opkomende populistische partijen.

Het verbaast de Amerikaanse socioloog Stephanie L. Mudge niets. De Sociaaldemocraten hebben in de eerste plaats hun eigen ondergang ingeluid door het belang van financiële markten boven het belang van burgers te plaatsen, schrijft de hoogleraar aan de Universiteit van Californië in haar recente boek Leftism Reinvented  Western Parties from Socialism to Neoliberalism.

Anders dan de populaire verklaring dat de sociaal-democraten zo hard zijn gevallen omdat ze de schaduwzijden van migratie en multiculturaliteit niet hebben willen onderkennen, beschouwt Mudge hun teloorgang in de eerste plaats vanuit een economisch perspectief. In Leftism Reinvented, waarin de ideologische ontwikkeling van de sociaal-democratie in Engeland, Duitsland, Zweden en Amerika vanaf begin 20ste eeuw wordt beschreven, betoogt Mudge dat het zogeheten neoliberalisme de natuurlijke achterban – van arbeiders tot de machteloze armen – heeft overgeleverd aan financiële markten die altijd geneigd zijn een minderheid te bevoordelen ten koste van de meerderheid. Daarmee kwam volgens Mudge de weg vrij voor populistische anti-migratiepartijen die wel bescherming beloofden tegen de krachten van de markt.

Stephanie Lee Mudge

Sinds 2018 assistent-hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Californië.

Specialisatie: de relatie tussen sociaal-democratische politiek en het neoliberalisme.

Mudge voltooide haar doctoraal aan de Universiteit van Californië, Berkeley en was postdoctoraal aan het European University Institute (Max Weber programma) en het Max Planck Instituut in Keulen.

Leftism Reinvented – Western Parties from Socialism to Neoliberalism is haar debuut. Het is uitgegeven bij Harvard University Press.

Interessant aan Mudges boek is de ontleding van het neoliberalisme als een puur ideologisch gedachtengoed. In de jaren negentig, tijdens de hoogtijdagen van het neoliberalisme, werden financiële markten voorgesteld als natuurkrachten waaraan iedereen zich maar heeft aan te passen. ‘Die overtuiging werd vooral geformuleerd door mensen in en om de sociaal-democratie die niet tot de natuurlijke sociaal-democratische achterban behoorden. Vaak hadden ze een achtergrond in internationale financiële instituten en consultancy en keken ze met bewondering naar het succes van laisser-fairepolitici als Ronald Reagan en Margareth Thatcher’, vertelt Mudge via Skype.

In de jaren negentig hadden sociaal-democraten het over het afschudden van de ‘ideologische veren’ als de manier om aan te haken bij de moderne economische tijd. U betoogt juist dat die ideologische veren helemaal niet werden afgeschud.

‘Een van de redenen dat ik dit boek wilde schrijven, is dat ik het idee wilde corrigeren dat er ooit zoiets bestaan heeft als een niet-ideologische linkse partij. Als men tegenwoordig aan links en ideologie denkt, dan komt men vaak automatisch uit bij socialisme en marxisme. Neoliberalisme wordt gezien als een breuk met ideologie. Als een objectieve, technocratische aangelegenheid. Maar het neoliberalisme is wel degelijk een ideologie. Het ijvert namelijk voor de belangen van financiële markten, en wel ten koste van de belangen van de mensen die de sociaal-democratie zegt te vertegenwoordigen.’

U gaat in uw boek helemaal terug tot de ontstaansgeschiedenis van sociaal-democratische partijen. Waarom?

‘Om te snappen hoe linkse partijen op het spoor van het neoliberalisme zijn gekomen, moet je iets weten van hun ideologische geschiedenis en de rol die economische adviseurs hierin hebben gespeeld. Aan het begin van de 20ste eeuw, toen linkse partijen nog overtuigd socialistisch waren, stond de economische wetenschap nog in de kinderschoenen. Economische adviseurs van linkse partijen werden vaak binnen de eigen gelederen opgeleid en ontwikkelden hun ideeën binnen het socialistische gedachtengoed. In de jaren vijftig en zestig deden andere economische adviseur hun intrede in linkse partijen: zij stonden vaak met een been in de linkse partijen of vakbonden, en met het andere been in de academische wereld. Dit waren vaak keynesianen, economen die met politiek-economisch beleid een balans probeerden te vinden tussen de belangen van financiële markten en werknemers.

‘In de jaren zeventig, een tijd van aanhoudende stagflatie (hoge inflatie en werkeloosheid, red.), raakte het werk van keynesianen in diskrediet. Zij kregen vooral kritiek van economen die verder af stonden van linkse partijpolitiek en soms een achtergrond hadden in financiële instituten als het IMF en centrale banken. Vanaf de jaren zeventig en tachtig werden zij de nieuwe economische adviseurs van linkse partijen en begonnen ze te pleiten voor maatregelen die vooral tegemoetkomen aan de wensen en eisen van financiële markten.’

Wat is er mis met pleiten voor de financiële markten als dat de welvaart van iedereen ten goede komt?

‘Dat was ook de overtuiging van deze economische adviseurs. Zij zeiden: dereguleer de financiële markten, maak de centrale banken onafhankelijk. Dat zal de welvaart een boost geven en meer belastingopbrengsten betekenen. Wat er dan gebeurt, is dat linkse partijen niet langer meer vanuit hun natuurlijke achterban redeneren, maar vanuit de wensen van de financiële markten. En wat de financiële markten willen, is niet altijd wat een linkse achterban wil, zeker niet als het aankomt op zaken als arbeidsvoorwaarden. Werknemers en vakbonden willen vooral eerlijke lonen en zekerheid, terwijl financiële markten zo veel mogelijk willen profiteren van een flexibele en goedkope arbeidsmarkt.’

Dat lijken onverenigbare uitgangspunten voor een politieke partij.

‘Daarom zie je op een gegeven moment ook de opkomst van strategische adviseurs en spindoctors in linkse partijen. Aan hen de taak om een impopulaire boodschap aan de linkse achterban te verkopen. Zij moeten mensen ervan overtuigen dat wat goed is voor de financiële markten ook goed voor hen is.’

Hebben rechtse partijen ook hinder van hun aandeel in de deregulering van financiële markten?

‘Veel minder, want zij bedienen een heel andere achterban en presenteren zichzelf zelden als beschermers van gemarginaliseerde en kwetsbare groepen. Daarom hoeven ze hun pleidooien voor een vrije markt niet te ‘spinnen’. Ze hebben geen politieke strategen nodig om een moeilijke boodschap verteerbaar te maken voor hun achterban. Daarnaast hebben rechtse partijen het geluk dat kwesties als deregulering van financiële markten in de jaren tachtig tot de mainstream van de politiek zijn gaan behoren door het succes van politici als Reagan en Thatcher, aanjagers van een vrije markt bij uitstek.

‘Voor rechtse partijen valt hierdoor alles samen. Hun ideeën over een vrije markt worden leidend. Voor linkse partijen geldt dat minder. Zij nemen wel ideeën over een vrije markt over, maar tegelijkertijd zeggen ze een partij te zijn voor de mensen die buiten de boot vallen. Die tegenstrijdigheid wordt niet gepikt door hun achterban.’

U schrijft dat de opkomst van dit neoliberaal gedachtengoed – en in het kielzog daarvan spindoctors, economische en strategische adviseurs – nog verder wordt opgejaagd door een blinde obsessie van de sociaal-democraten met politieke winst.

‘Die obsessie begint in de jaren tachtig. De Amerikaanse Democraten en de Britse Labour Party hebben in die tijd respectievelijk te leiden onder de populariteit van president Reagan en premier Thatcher. Die regeren in een tijd waarin de electorale marges steeds kleiner worden. Winnen wordt hierdoor voor sociaal-democraten belangrijker dan het dienen van de belangen van de natuurlijke achterban. En dat werkt imitatie in de hand. De verliezende partij is dan geneigd de succesvolle politieke ideeën van de concurrent over te nemen om stemmen terug te winnen.

‘Uit die dynamiek is de zogenaamde Derde Weg ontstaan, belichaamd door president Bill Clinton en premier Tony Blair – zij dachten weer op winst te kunnen komen door een neoliberale koers in te zetten. Maar die obsessie met winst vergroot de problemen van de sociaal-democraten alleen maar, want ze kunnen niet tegelijk de belangen van financiële markten dienen en die van werknemers en vakbonden. Zo werden sociaal-democraten steeds minder de partij die op authentieke wijze voor de ‘stemloze’ massa kan spreken.’

Als je sommige commentatoren moet geloven dan is linkse politiek vooral in het slop geraakt door een ongezonde obsessie met identiteitspolitiek – de particuliere wensen en belangen van minderheden.

‘Ik denk dat die kritiek op identiteitspolitiek door linkse partijen een belangrijke is. Het is namelijk symptomatisch voor de desintegratie van linkse partijen. Doordat ze zich hebben overgegeven aan het neoliberalisme en weggedreven zijn van hun natuurlijke achterban, zijn ze niet meer in staat geweest een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen. Het is ze niet gelukt om alle verschillende gemarginaliseerde groepen in een coherente coalitie op te nemen.

‘Linkse partijen waren vroeger erg goed in het bij elkaar brengen van mensen en te zeggen: oké, we verschillen van elkaar, maar laten we de handen ineenslaan en een gezamenlijk economisch doel nastreven. Zo wist de Amerikaanse Democratische Partij in crisisjaren van de vorige eeuw witte en zwarte arbeiders ervan te overtuigen dat ze een gedeelde politieke identiteit en gedeelde belangen hebben. Linkse partijen lijken niet meer in staat om zo’n gedeelde agenda voor verschillende groepen te ontwikkelen.’

Sommige Europese sociaal-democraten denken dat de weg terug naar hun natuurlijke achterban ligt in de omarming van een nationalistische of cultureel-conservatieve agenda. Zoals de Deense sociaal-democraten, die begin dit jaar een streng migratieplan presenteerden waarin van nieuwkomers wordt geëist dat ze zich aanpassen aan Deense normen en waarden.

‘Ook dit kun je zien als een gevolg van de neoliberale koers die linkse partijen op een gegeven moment zijn gaan varen. Door zich te richten op de financiële markten zijn bepaalde onderwerpen buiten het politieke debat gevallen, zoals immigratie. Immigratie is een heel belangrijk onderwerp, misschien wel het belangrijkste onderwerp van onze tijd. Linkse partijen hebben de zorgen van mensen omtrent immigratie nooit goed geadresseerd. Dus is men op zoek gegaan naar manieren om thema’s als immigratie terug op de politieke agenda te zetten. Dat gebeurde vaak via nationalistische partijen die deze zorgen over immigratie – met succes – wel serieus namen. Gevolg daarvan is weer dat andere partijen, waaronder sociaal-democraten, die succesformule overnemen omdat ze winst willen boeken.’

In Amerika wordt het neoliberalisme vooral onder vuur genomen door de uiterste linkerflank van de Democratische Partij. Met redelijk succes. Daar komen politici bovendrijven als Bernie Sanders, Alexandria Ocasio-Cortez en Andrew Gillum die een socialistische omwenteling in de Democratische Partij willen aanvoeren. Daarnaast winnen allerlei podcasts (Chapo Trap House) en publicaties (Jacobin Magazin) met een stevige anti-neoliberale inslag enorm aan populariteit. Maken we een heruitvinding van links mee?

‘Een van de ingrediënten van zo’n heruitvinding is het begin van een oppositie binnen linkse partijen. Een ander ingrediënt is het gevecht om de controle over een partij. Die ingrediënten zijn beide aanwezig in de Democratische Partij, dus ja, er lijkt inderdaad een soort heruitvinding van links gaande. Ik kan alleen niet zeggen of die ook zal slagen. Er is geen enkele garantie dat deze politici ook de controle over de Democratische partij zullen krijgen.

‘Ik krijg ook niet een goed beeld van hun economisch programma. Het is me nog niet duidelijk of zij een heldere analyse hebben van de economische problemen van deze tijd. Maar goed, zulke economische programma’s kunnen zich ook mettertijd ontwikkelen. Zodra je macht hebt, kun je ook duidelijker beleid uitzetten.

‘Het is ook niet gek dat de oppositie voornamelijk komt van mensen onder de 40. Dit zijn de generaties die met heel andere economische vooruitzichten worden geconfronteerd dan hun ouders en grootouders. Zij hebben niets te winnen bij het neoliberalisme. Eenzelfde tendens zie je trouwens in de economische wetenschap, waar de jongere generatie de strijd aangaat met oudere generaties economen. De jongere generatie wil weg van de zogenaamd objectieve economische wetenschap van weleer, die ons onder meer het neoliberalisme bracht. Jonge economen willen wetenschap bedrijven die direct inspeelt op de economische problemen van de mensen die onder aan de maatschappelijke ladder staan. Daarmee lijken ze erg op de economische adviseurs van vroeger, die politiek beleid ten gunste van gewone mensen voorstelden.’

Een schone taak dan voor deze jonge economen om de kaders van sociaal-democratische partijen te vullen en de bakens te verzetten.

‘Ik weet niet of dat nog mogelijk is. De tijd dat economische adviseurs uit de academische wereld invloed konden uitoefenen op politiek beleid is voorbij en zal denk ik niet terugkeren. De belangrijkste adviseurs voor linkse partijen, en voor alle andere partijen in de mainstream, zullen toch de strategische adviseurs en spindoctors blijven. Dit zijn niet-ideologische mensen die vooral gespecialiseerd zijn in de kunst van het winnen van verkiezingen. En zolang links blijft verliezen, zal die obsessie met winnen blijven bestaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.