OpinieCommentaar

Slachtoffers zouden zich beter niet tot de rechter, maar tot de officier van justitie kunnen wenden

Er waren goede redenen om slachtoffers van een misdrijf spreekrecht toe te kennen, maar er zijn ook goede redenen om dit recht te herzien.

René Verschuur, de vader van Roos Verschuur, een van de slachtoffers van de schietpartij in een tram op het 24 Oktoberplein in Utrecht in maart 2019, staat de pers te woord.Beeld ANP

Het zou niet eerlijk zijn om naar aanleiding van het tumultueuze begin van het strafproces tegen Gökmen T. het spreekrecht voor slachtoffers van misdrijven als een mislukte innovatie aan te merken. De verdachte is in wel heel extreme mate gewetenloos en onhandelbaar. Hij zou elke beschaafde rechtspraktijk – met of zonder spreekrecht – op de proef stellen.

Dat Gökmen T. een satanisch genoegen beleefde aan de verklaringen die nabestaanden van zijn slachtoffers vorige week in de rechtszaal aflegden, doet niets af aan de goede redenen die de wetgever had om het in 2005 ingevoerde spreekrecht stapsgewijs uit te breiden tot wat het nu is: het recht om te getuigen over de weerslag van een misdrijf in het bijzijn van de verdachte en de rechter. Met deze voorziening is in elk geval de vaak geuite klacht weggenomen dat het strafproces een onderonsje was tussen overheid en dader.

Maar het spreekrecht voor slachtoffers heeft ook onwelkome nevenverschijnselen. Het kan emoties losmaken in de rechtszaal – een plek die daarvan beter gevrijwaard kan blijven. Het kan bij nabestaanden de valse verwachting wekken dat de rechter vonnist in overeenstemming met hun wensen. Het leidt tot een aanvullend beroep op de toch al zwaar belaste advocatuur, want ‘je voelt je bijna geen serieus slachtoffer als je geen advocaat hebt’, zoals oud-rechter Frank Wieland donderdag in de Volkskrant zei. Die advocaten gaan ook nog eens op de stoel van de officier van justitie zitten als zij zich uitspreken over de bewijsvoering en de wenselijke strafeis.

Dit alles zou aanpassingen van het spreekrecht rechtvaardigen. De aanspraak van slachtoffers op bijstand door een advocaat zou, zeker in minder grote zaken, moeten worden ontmoedigd. Misschien zouden de slachtoffers zich beter niet tot de rechter, maar tot de officier van justitie kunnen wenden. En zij zouden pas gebruik van hun spreekrecht mogen maken als de rechter heeft vastgesteld dat de verdachte de dader is. Met dit soort ingrepen zou het spreekrecht een logischer plek krijgen in een strafproces.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden