Column

'Sissen op straat beboeten en je bevestigt het beeld van de vrouw als prooi'

Het burgerinitiatief tegen straatintimidatie wil bepaald gedrag van mannen op straat - zoals sissen, achtervolgen en 'hoer' roepen - strafbaar stellen.

'Dáááár moet een piemel in, daar moet een piemel in, daar moet een piemel in.' Dat zingt een kudde van een kleine twintig jongens naar de meiden die over een Terschellingse camping slenteren. De meisjes zijn hooguit een jaar of zeventien, en ze geven de jongens de standaardredactie: negeren. Meisjes leren in onze cultuur al jong dat je, wanneer je op zo'n intimiderende seksuele manier nageroepen wordt, maar beter kunt doen of je doof bent. Een weerwoord leidt al snel tot agressie. 'Nee is nee' is een aardig concept, maar het geldt niet op de camping of op straat.

Als het aan het team achter het burgerinitiatief tegen straatintimidatie ligt, is zulk piemelgezang straks strafbaar. Ze willen 40 duizend handtekeningen verzamelen om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Het doel: een wet die bepaalde onverkwikkelijkheden strafbaar stelt. Actrice Gaya Branderhorst, één van de initiatiefneemsters, legde in Metro uit wat er precies verboden moet worden: niet het nafluiten door bouwvakkers en consorten, maar wel ergere zaken als sissen, achtervolgen, masturbatiebewegingen maken, hoer-roepen en op agressieve toon seksuele verzoekjes doen.

Gereduceerd tot lustobject
Het idee erachter is uitermate jofel. Het burgerteam wil dat vrouwen niet langer op dagelijkse basis worden gereduceerd tot lustobject. Ze willen ook graag dat vrouwen in elke wijk op elk tijdstip ongehinderd en in alle blije vrijheid over straat kunnen gaan. Daar kan ik het natuurlijk alleen maar mee eens zijn. En toch zit die wet me niet lekker.

Misschien is het gewoon omdat ik vind dat je, om hellend-vlak-technische redenen, niet alles wat rot is ook strafbaar moet maken. Zeker niet als je daartoe de uitingsvrijheid van je medeburgers moet beknotten.

Allochtonenprobleem
Of misschien komt dat doordat er een ongemakkelijk kantje zit aan het onderscheid tussen fluiten en sissen. Een kantje dat Andries Knevel oppikte en uitvergrootte, afgelopen dinsdag bij Knevel & Van den Brink. Eerst zette hij de toon door een stukje uit de documentaire Femme de la Rue zien, waarin filmstudente Sofie Peeters op straat wordt lastiggevallen door een variëteit aan gekleurde mannen. Vervolgens stelde hij Gaya Branderhorst de vraag: 'Is dit een allochtonenprobleem?' Toen ze ontkennend en genuanceerd antwoordde, leek hij haar niet te geloven en vroeg: 'Ben je nu politiek correct?' Daar hebben we een voorproefje, dacht ik, van de manier waarop de meer racistisch geïnclineerde feestnummers de geest van de wet voor onfrisse doeleinden naar hun hand zouden kunnen zetten.

Of misschien is het de manier waarop de wet overduidelijk vrouwen tegen mannen moet beschermen. Branderhorst bevestigde dit bij Knevel & Van den Brink: 'Deze wet richt zich echt op intimidatie van vrouwen op straat', en 'het zijn mannen die dit doen, een minderheid van de mannen'. Het initiatief is dus niet bedoeld voor mij, zelfs niet als ik nu naar buiten loop en de mannen die het park schoffelen een opdringerig onzedelijk voorstel doe. Daarmee bevestigt het burgerinitiatief een seksueel rolpatroon waar ik eigenlijk liever vanaf zou willen, namelijk dat patroon waarin de man de dader, de agressor, de veroveraar, de jager is, en de vrouw de prooi, de bewaakster van de kuisheid.

Hopeloosheid
Of misschien is het de hopeloosheid van zo'n wet. Zelfs de burgerinitiatiefnemers hebben niet de illusie dat een boete ervoor zal zorgen dat er op straat minder geseksueelintimideerd wordt. Het gaat hen erom dat de overheid een signaal geeft dat dit ongewenst gedrag is. Net zoals regels tegen hondenpoep, stelde Branderhorst. Een goede vergelijking: ook daar is bij overtreding de pakkans minimaal en de beesten schijten ondanks een verbod stug door. De suggestie is dat het op de een of andere manier toch helpt dat de collectieve minachting voor deze poeperij/intimidatie ergens officieel op papier staat.

Ik betwijfel dat. Want wat is nou het ergste aan een mafkees die seksuele toespelingen maakt? Dat lijkt me niet de afkeurenswaardigheid van de handeling zelf, maar de angst dat dit een aanloop is naar erger: een ongewenste aanraking, mishandeling, aanranding, verkrachting.

Dat het om vrees draait, zie je ook in dat onderscheid tussen sissen en fluiten. Immers: wanneer bouwvakkers naar je fluiten, weet je dat ze niet achter je aan zullen komen om je in een donker steeg te misbruiken. Dat is een soort culturele afspraak: zij fluiten wel, maar bijten niet. Bij sissen, achternalopen en hoer-roepen ervaar je die zekerheid niet en dus slaat de angst toe. Een angst waar het burgerinitiatief niets aan kan veranderen, al is het idee achter hun wet nog zo sympathiek en het doel nog zo nobel.

Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist voor de Volkskrant.

Een bouwvakker. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden