Column Erdal Balci

Sinterklaas, het meisje en het kind van weleer

Sinterklaas: ‘Kom eens hier lieve meid, ik heb gehoord dat je de laatste tijd zo stil bent. Ben je soms stout geweest? Zweeg je de hele tijd omdat je bang was dat Sinterklaas geen cadeautje zou brengen voor jou?’

Het meisje: ‘…’

Sinterklaas: ‘Maak je geen zorgen, hoor. Natuurlijk heb ik een pakje voor jou. Ik heb mij trouwens laten vertellen dat je heel mooie Somalische liedjes kunt zingen. Wil je een liedje zingen voor Sinterklaas?’

Het meisje: ‘…’

Het kind van weleer: ‘Mag ik even iets zeggen, Sinterklaas?’

Sinterklaas: ‘Wie ben jij dan?’

Het kind van weleer: ‘Ik ben het kind van weleer dat deze column schrijft waar we met zijn drieën in zitten. Bent u mij vergeten? Ik was 11 toen we elkaar voor het eerst zagen. Een 11-jarige jongen uit de bergen van de Kaukasus was ik en geloof het of niet, mijn grootste wens destijds was de verwezenlijking van de wereldwijde socialistische revolutie. En toen emigreerden we naar Nederland en belandde ik een paar maanden later bij de taalschool in Oldebroek. Weet u niets meer over die schoolreis? Mijn kinderwangen waren roze geworden van Hollandse melk, wit brood en kaas. Lange wandelingen maakten we in het bos en met grote, verwonderde kinderogen keken we naar alles zoals alleen kinderen, die het geluk hebben ontdekt, kunnen kijken. Op die sinterklaasavond zei u dat ik moest zingen, en ik zong. Je kon de harten van al die migrantenkinderen horen kloppen daar, allemaal op hol geslagen omdat we voor het eerst in onze levens als kinderen werden behandeld. Ik ontdekte toen mijn kindheid en wist dat het allemaal dankzij u wel goed zou komen.’

Sinterklaas: ‘Fijn, fijn… Maar, het gaat nu om deze lieve meid. Vertel eens, schrijver van deze column, wat heb jij met haar te maken?’

Het kind van weleer: ‘Beste Sinterklaas, leest u geen kranten, leest u geen tijdschriften? Onlangs is in De Groene Amsterdammer een verhaal gepubliceerd over Somalisch Nederlandse moeders die hun dochters naar Kenia brengen om ze daar te laten helpen.’

Sinterklaas: ‘Helpen?’

Het kind van weleer: ‘Mag ik het in uw oor fluisteren, Sinterklaas? Het betekent dat ze die meisjes ­laten besnijden daar. Het mes gaat in hun genitaliën, beste Sinterklaas. De meisjes worden naar ­Kenia, Somalië of Birmingham in Engeland gebracht en overgedragen aan snijdsters die zich de engel des doods van de clitoris noemen. De moeder van dit meisje heeft haar, zoals ze het zelf noemen, laten terugkeren tot hun cultuur.’

Sinterklaas: ‘Hoe oud ben je, lieve meid?’

Het meisje: ‘Ik ben 9 jaar Sinterklaas, ik heb gehoord wat het kind van weleer allemaal in uw oor heeft gefluisterd. Ik kom vaak in de bibliotheek en heb daar het verhaal over ons gelezen. Ik ben het meisje in het verhaal dat nooit meer met haar mama en haar broer praat. Ze hebben me zo veel pijn gedaan dat ik geen woord meer zeg tegen ze. Mijn zusje wordt ook genoemd in dat stuk, Sinterklaas. Mijn zusje is 4 jaar. Ze was altijd gezond, sterk en vrolijk. Mama bracht ons naar Kenia, ze hebben in ons gesneden, mijn zusje heeft zoveel bloed verloren dat ze bijna doodging. Ze is nu zwak, bleek en klein. Haar ogen zijn altijd op de grond gericht en ze lacht nooit meer. Ik wil geen cadeautje, Sinterklaas. Heeft u misschien iets voor mijn zusje bij u? Misschien dat ze dan wel lacht…’

Sinterklaas: ‘Natuurlijk heb ik ­cadeautjes bij me voor jou en voor je zusje. Ik heb gehoord dat je dol bent op lezen. Deze set met de belangrijke gebeden uit het heilige boek en de belangrijkste hadith zijn voor jou. En voor jouw zusje heb ik een pop met een mooie hoofddoek. Ga je nu wel een beetje vrolijk kijken, lieve meid?’

Het kind van weleer: ‘Sinterklaas, mag ik weer wat zeggen?’

Sinterklaas: ‘Wat is er nu weer, is jouw column nog steeds niet af?’

Het kind van weleer: ‘Onze kinderen worden genitaal verminkt, beste Sinterklaas… Moet u niet iets doen? U bent toch in feite Nederlands?’

Sinterklaas: ‘Culturen verschillen nu eenmaal, maar vergeet niet dat ze allemaal gelijk zijn. Ga daar in de hoek staan, droom weer over revoluties en wees stil. Ik hanteer de zweep al een hele tijd niet meer, maar als dit niet de laatste zin is in deze column dan weet ik me wel te herinneren waar ik dat ding heb weggestopt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden