Column Thomas Luyn

Sinds wanneer rijdt de politie in kleine grijze truttenschudders?

Thomas van Luyn Beeld Valentina Vos

Ik zit in de auto en schreeuw ‘Accepteren! Accepteren!’ Dat is niet een agressieve vorm van rouwverwerking, dat is mijn handsfree dinges. Die vraagt als ik gebeld word altijd tergend langzaam: ‘Inkomende oproep. Van. Onbekend nummer. Zeg. Accepteren of weigeren.’ Ik zie een 06-nummer, geen televerkoper dus. ‘Hallo’, zeg ik zo nors mogelijk, want tegen onbekenden moet je niet te gezellig doen. Zonder inleidende beleefdheden vraagt een vrouwenstem: ‘Rijdt u in een oude Mercedes?’ Oeps. Ja, ik ben schuldig. Waaraan weet ik nog niet, maar met zo’n vraag is dat het eerste wat ik voel. Knoop in mijn maag. Wat heb ik nou weer gedaan? En wanneer ik schrik ga ik lollig doen. Het is een reflex. ‘Nou oud, oud’, zeg ik dus. ‘Ik zie het meer als ervaren.’ Ze zegt: ‘Want ik ben van de politie en ik rijd achter u, en u heeft me net ontzettend gesneden.’ Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel, en zie daar een piepkleine grijze Nissan Micra met twee vrouwen erin. Ik panikeer. ‘Hè?’, zeg ik, ‘Echt?’ Iets slimmers weet ik even niet. Normaal gesproken is bij elk verwijt het beste antwoord: ‘Nee jij trekt volle zalen’, maar dit is de politie, dus die laat ik even op de plank liggen.

Ik laat het gas los en stuur naar de rechterbaan. De vrouwen komen langszij en kijken indringend naar mij. Ik zie de lippen van de bijrijdster bewegen: ‘U snijdt me net bij het van baan wisselen. Ik zal het door de vingers zien, maar u moet uw buitenspiegel laten repareren.’ ‘Dank u’, zeg ik. Dat is toch beter dan ‘Ja hoor eens, als jullie die spiegeldieven gewoon oppakken in plaats van hardwerkende Nederlanders lastig te vallen, was dit nooit gebeurd.’ Mijn plaatselijke spiegeldief is namelijk weer op vrije voeten. Ik dacht dat hij gestopt was, of dat mijn auto te ervaren is om nog interessant te wezen voor dieven, maar de wijkagent had me verteld dat hij alleen maar even in de bak zat. Niet meer dus, want ik moet weer rondrijden met een geïmproviseerde spiegel, geknutseld van spiegelend plastic en ducttape, waar ik niks in zie, dus dikke kans dat ik haar vet gesneden heb.

De Nissan rijdt door. Ik heb er een warm hoofd van gekregen. Ik ben, al zeg ik het zelf, best goed met politie. Namelijk een ontzettende slijmbal, en dat waarderen ze. De boetes zijn voor oprechte mensen, die eerlijk hun verontwaardiging tonen en niet bang zijn om in discussie te gaan als ze gelijk hebben. Dat is vragen om problemen.

Maar nu komt de verlate reactie. Mijn hart begint te bonken. Sinds wanneer rijdt de politie in kleine grijze truttenschudders? En hoe komen ze aan mijn nummer? Die twee wijven waren natuurlijk gewoon op weg naar de Ikea, lekker Zweedse gehaktballetjes eten, met hun dikke reet, en eentje werkt toevallig bij de politie, belt haar vriendje op het werk en zegt: tik even dit nummerbord in, want zo zijn ze die wijven, en die vriend zit bij haar onder de plak en durft geen nee te zeggen. Man! Kom toch eens voor jezelf op! Ha, maar mooi dat ik nu haar 06-nummer heb. Ik ga haar bellen, zeggen dat ik die privacyschending niet pik, en… en… en…

Ik word steeds bozer. Ongemerkt rijd ik inmiddels 150.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden