ColumnNadia Ezzeroili

Sinds de semilockdown zijn we als gezin iedere avond samen geweest – wat zal ik dat gaan missen

Nu ik lang genoeg opgesloten zit met mijn gezin, begin ik in oude gewoonten te vervallen uit de tijd dat ik nog single was en alleen woonde. Zo ontbijt ik nu geregeld weer met frisdrank en kliekjes van het avondeten.

‘Ja?’, vraagt mijn partner als hij me ’s ochtends ­betrapt als ik voor de koelkast sta met een literfles ­bitter lemon aan mijn mond. ‘Je gaat nu dus gewoon zo, hup, uit een fles drinken? Geen glas pakken, niks?’

‘Ja’, zeg ik een paar seconden en een halve liter later, terwijl ik mijn mondhoeken afveeg, ‘wat wil je eraan doen dan?’

‘Wow’,  zegt hij schijnheilig.

Voor de duidelijkheid: tijdens het avondeten raakt hij tegenwoordig nauwelijks zijn bord aan. Later op de avond zit hij tevreden Bugles Nacho Cheese in het ­gemeenschappelijke kuipje smeerkaas te dippen. ­Nougat eet hij alsof het borrelnootjes zijn. En als er ­genoeg mayo in huis is, knijpt hij boven elk hartig snackje een toefje uit. 

Ja, zwijnen kunnen we zijn. En toch, als hij zaterdag met zijn broer bij zijn neef op het dak gaat borrelen, mis ik het luidruchtige gekauw op M&M’s naast me op de bank.

We zijn sinds de semilockdown bijna elke avond samen geweest. Dan griezelen we samen over de toekomst van dit land. Lachen doen we ook veel – soms om de toespraken van president Trump, soms om de hysterische inzinkingen van mensen op ­Twitter. Vaker lachen we elkaar uit. Ik zal moeten afkicken van zijn gezelschap als de maatregelen straks mogelijk ­worden versoepeld en hij weer hele avonden op kantoor werkt.

Ik zal zelfs de kinderen missen als ze weer naar school en het kinderdagverblijf gaan. We hebben ze ­vaker wel dan niet verwaarloosd, maar nooit heeft de oudste als vertegenwoordiger van het kroost de ­Kindertelefoon gebeld.

Sterker: ze misdragen zich nauwelijks meer. De ­dreumes staart minder naar het beeldscherm, bladert continu door boekjes en doet zijn best om te leren ­spreken – waarschijnlijk met het doel om alsnog bij een instantie te klagen.

Zijn zus is al een week zoet met Roblox, een app waarmee kinderen in een digitaal universum virtueel geld kunnen verdienen om een imperium op te bouwen. Ze heeft al een boomhut gekocht en zelfs een babybedje aangeschaft voor haar broertje. Wanneer ze niet bezig is met keiharde Roblox-munten verdienen, is ze een klasje aan het doceren of iets anders sociaal onder­nemerigs aan het doen. Het is een fantasiewereld, maar ze doet het met passie.

Het dochtertje van mijn zus, verstoken van sociaal contact met kinderen buiten de digitale ruimte, heeft zich in de afgelopen weken ontpopt als filmmaker. Ze stuurt me clipjes van haar favoriete knuffel, zodanig gemonteerd, dat het enge ding opeens een ziel lijkt te hebben. Het is prachtig.

Zondag stuur ik een van de filmpjes door naar haar moeder in de zussenapp. ‘Dit is kunst’, app ik trots. ‘De krochten van een sick mind, ja’, appt mijn zus terug. ‘Gisteren had ze een kartonnen buis en die noemde ze Louiza. Hele verhalen eromheen gespind.’

Het zal wel. Na het redden van levens, is de kinderlijke verbeelding in die sick minds het beste wat de ­semilockdown ons tot nu toe heeft opgeleverd. Die zal ik nog het meest missen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden