Sheila zag hoe zeven deskundigen de regering met de grond gelijk maakten: 'Spektakel'

Het komt niet zo vaak voor dat de volksvertegenwoordiging deskundigen uitnodigt om hun licht te laten schijnen over een plan van de regering, en dat die experts vervolgens de boel volledig afbreken. Met de grond gelijk maken. De verantwoordelijke minister tot op de schoenveters afbranden.

Het was dan ook een spektakel, gisteren in de Eerste Kamer, toen zeven mannen juristen, politicologen, bestuurskundigen op verzoek vertelden hoe zij aankijken tegen het voornemen van het kabinet om de Wet raadgevend referendum nu al, na twee keertjes proberen, in te trekken. Zónder het volk te vragen wat het daarvan vindt.

‘Niet zo fraai.’ ‘Schadelijk.’ ‘Een lelijke kunstgreep.’ ‘Niet chique.’ ‘Het middel is erger dan de kwaal.’ ‘Onnodig bruusk en eigenlijk niet te verantwoorden.’

En mijn favoriet: Den Haag is in de greep van ‘een tamelijk achterhaalde democratieopvatting’.

Je zou er haast medelijden van krijgen met Kajsa Ollongren, die de droevige opdracht heeft om de intrekking van de Wet raadgevend referendum met ziedende vaart door de volksvertegenwoordiging te jagen. De door de Eerste Kamer geraadpleegde staatsrechtdeskundigen spreken niet van onbehoorlijk bestuur. Dat zou te zwaar zijn, maar fraai is het niet, de abrupte manier waarop het kabinet de wet intrekt, haastig en zonder mogelijkheid de intrekkingswet te onderwerpen aan een referendum. Waarom, vroeg de Nijmeegse hoogleraar Roel Schutgens zich af, ‘zou je het de voorstanders niet gunnen om nog één keer te proberen de wet per referendum te behouden? Dat zou hoffelijk zijn. Waar is men bang voor?’

Maar aan hoffelijkheid doet het kabinet niet. Wel aan flutargumenten waar de hoogleraren een beetje om moeten lachen. Zoals deze, uit de toverdoos van Ollongren: het is verwarrend voor de mensen dat het referendum niet bindend is; dan is het beter alles af te schaffen en later ooit een béter referendum in te voeren.

Weet je wat pas verwarrend is, repliceerde een der hoogleraren: verkiezingen. Waarin Jantje wint en toch buiten de onderhandelingen wordt gehouden, terwijl verliezer Pietje mag meeregeren.

Weet je wat pas onzin is, zei een ander: beweren dat het áfschaffen de weg effent voor het invoeren van een bindend referendum.

Weet je wat pas gejokt is, zei een derde: stellen dat ‘het referendum het vertrouwen in de politiek heeft geschaad’. Daar is geen bewijs voor.

Weet je wat pas raar is, zei de volgende, al zwaaiend met de code voor goed openbaar bestuur die het ministerie van Binnenlandse Zaken onlangs heeft opgesteld: schitterende woorden opschrijven over bestuur dat zich kenmerkt door ‘legitimiteit, participatie, verantwoording en lerend vermogen’ en dat vervolgens nalaten. Door een leerproces zomaar af te kappen. Door niet eerst de referendumwet te evalueren, zoals is afgesproken. Door te beweren dat mensen ‘op andere manieren kunnen meedoen, met een G-1000 bijvoorbeeld’, terwijl iedereen weet dat G-1000-achtige dingen speeltjes voor hoogopgeleiden zijn, die bovendien geen oordeel achteraf vellen.

Hoogleraar bestuurskunde Frank Hendriks had de mooiste formulering: ‘Het kabinet verandert de spelregels tijdens de wedstrijd in het eigen voordeel.’

Ik ben benieuwd, zei universitair docent politicologie Martin Rosema tegen de Eerste Kamer, of de senatoren iets met ons advies zullen doen. Of dat ze het naast zich neer zullen leggen. Zoals het kabinet bij voorkeur doet met adviezen van zijn burgers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.