Sheila Sitalsing: Wat doen we met bootvluchtelingen in het Koninkrijk?

Column Sheila Sitalsing

Toen Ronald Plasterk, minister van Koninkrijkszaken, enige tijd geleden aan een groep provinciebestuurders vroeg wat het grootste buurland van Nederland is, werd er 'van alles geroepen', zo zei Plasterk vorige maand in de Tweede Kamer, maar het juiste antwoord zat er niet tussen.

Een strand op Curaçao. Foto ANP

Dat is begrijpelijk, want Venezuela - de immense Bolivariaanse republiek met zijn machtige rivieren, oerwouden, bergen, industriesteden en olievoorraad, gelegen op een klein stukje varen van de bijzondere gemeente Bonaire - ligt ver van de eigen navel verwijderd. Het geraas waarmee de ineenstorting van het land gepaard gaat is hier dan ook amper hoorbaar.

De humanitaire ellende is er niet minder om, in het land dat eens floreerde dankzij de olie, maar dat na de socialistische revolutie van Hugo Chávez en de daaropvolgende daling van de olieprijs in een ruïne is veranderd waar een pak melk inmiddels een maandsalaris kost. Als er al sprake van een maandsalaris is.

Oplettende Nederlandse parlementariërs vragen dan ook met enige regelmaat aan de minister of hij de boel wel in de gaten houdt. En of er al vluchtelingenstromen zijn waargenomen van Venezolanen die de hyperinflatie en werkloosheid in eigen land zat zijn en hun geluk komen beproeven in het Caraïbische deel van het Koninkrijk. Op Curaçao bijvoorbeeld, of op Bonaire. Dat valt reuze mee, zei Plasterk vorige maand monter. 'We zien geen significante stijging van het aantal oversteken naar de eilanden.' Vluchtende Venezolanen zouden liever naar Brazilië gaan, of naar de Verenigde Staten.

De niet waargenomen stijging van Plasterk had vooral betrekking op de officieel geregistreerde reizigers en niet op illegaal in bootjes binnengesmokkelde vluchtelingen. Hij wilde niet, zei hij vorige maand tegen de Tweede Kamer, te diep ingaan op de vraag wat te doen als de vluchtelingenstroom zal aanzwellen. Want voor je het weet zit je in het openbaar vrijelijk te kletsen over te treffen voorzorgsmaatregelen op de eilanden, zoals tentenkampen en gaarkeukens. En als ze in Caracas en Maracaibo horen dat een Nederlandse minister heeft gezegd dat op Curaçao de bungalowtenten en de buffetten klaar staan, berg je dan maar. Dan is de aanzuigende werking niet te overzien.

Aan Plasterk zal het dus niet gelegen hebben dat de Venezolanen toch massaal in bootjes zijn gestapt, onder meer om naar de eilanden te varen. The New York Times voer mee en publiceerde afgelopen weekend een hartverscheurend verhaal over bootvluchtelingen die, ondanks patrouilles van de kustwacht en dreiging met deportaties, toch de kust van Curaçao en Aruba weten te bereiken. Het patroon kennen we uit de verhalen van Syrische vluchtelingen: smokkelaars die duizenden dollars per persoon vragen voor een klein stukje over zee. Er zijn de verhalen van vluchtelingen die met de kust in zicht zonder zwemvesten overboord werden gekieperd en het laatste stuk in het donker moesten zwemmen, op weg naar een bestaan als illegaal. Er zijn de verhalen over de jongens die verdwenen op zee. Er zijn de verhalen over degenen die de oversteek met succes maakten en vervolgens werden opgepakt en gedeporteerd. En er zijn de verhalen van degenen die het gehaald hebben, die werk hebben en geld naar huis kunnen sturen.

En er zijn de verhalen van de achterblijvers, die óók weg willen. 'Het alternatief is hier honger lijden.'

Bootvluchtelingen in het Koninkrijk. Wat gaan we doen, minister?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.