VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Senaat: in 99,57 procent van de gevallen eens met de Tweede Kamer

Nico Baakman moet u zich voorstellen als een man met heel lange vingers. Met die vingers reikt hij vanuit Maastricht, waar hij woont, tot in de Ridderzaal. Daar, waar de Eerste Kamer in coronatijden vergadert, tasten ze wat rond en vinden dan de zere plek. Niet dat de dames en heren senatoren dat al door hebben. Het is hen gegund de eigen overbodigheid nog een tijdje te negeren; Baakman heeft geen haast.

De inhoud van het pamflet dat Baakman schreef – het verscheen bij de Maastrichtse uitgeverij Gianni in een oplage van vijftig stuks – dringt met vertraging tot Den Haag door. Is het eenmaal echt aangekomen, kan er zomaar een stormpje opsteken.

Dr. A. A. Baakman was assistent-professor in Maastricht, eerder dit jaar zwaaide hij af. De Haagse banencarrousel en de gebreken van het partijstelsel behoren tot zijn favoriete onderwerpen. Hij werkt aan een boek over democratie in Nederland en stuitte daarbij op een onderwerp dat niet echt paste. Dat is een zelfstandig schotschrift geworden. Titel: Over het belang van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (maar vooral over de onzin die daarover verkocht wordt). Het zou zonde zijn als dat onopgemerkt bleef.

Nico Baakman: Senatoren doen niks verkeerd, ‘maar eigenlijk ook niks goed.'Beeld Maastricht University

Aanleiding is een interview uit 2013 met Halbe Zijlstra, toenmalig VVD-fractieleider in de Tweede Kamer, die – houd even de minderheid van Rutte II in de Eerste Kamer in gedachten – vond dat de Eerste Kamer zich politieker was gaan opstellen en dat het een slecht idee was als de Eerste Kamer geregeld wetsvoorstellen zou wegstemmen. ‘Dan krijg je een dubbeling van rollen’, oordeelde Zijlstra, en kon de Eerste Kamer beter worden opgedoekt.

Die kritiek van Zijlstra kreeg later een deftiger vervolg. Er kwam de staatscommissie Remkes, die het hele parlementaire stelsel ging onderzoeken. Dat leverde op dat ‘er binnen de Eerste Kamer veel tevredenheid bestaat over de werkwijze’.

Of die zelfgenoegzaamheid gerechtvaardigd is, dat wilde Baakman uitzoeken. De Eerste Kamer ziet haar bestaansrecht in de rechtstatelijke toetsing van wetsvoorstellen. Simpel gezegd: achterhalen of wat kabinet en Tweede Kamer willen in overeenstemming is met de wet. Is die claim terecht?

Senator Ferd Crone, dinsdag in debat met minister Ollongren.Beeld Eerste Kamer

Baakman is een man van meten is weten. Wat hij constateerde: sinds de eeuwwisseling waren er een half miljoen rechterlijke uitspraken. In niet meer dan 118 gevallen greep een rechter terug op de Handelingen van de Eerste Kamer, minder dan 0,02 procent. Daarbij ging het om 19 van de 4.500 in die periode goedgekeurde wetsvoorstellen (0,42 procent). Baakman vindt de Eerste Kamer daar ook niet voor toegerust: slechts ruim een kwart van de senatoren is afgestudeerd jurist.

Ook de onafhankelijke toetsing van wetsvoorstellen door Eerste Kamerleden is cijfermatig niet te onderbouwen, schrijft Baakman: tussen 1967 en 2017 werd 99,57 procent van alle wetsvoorstellen goedgekeurd. In diezelfde periode is slechts 49 keer een novelle gestuurd (0,37 procent) – een wijzigingsvoorstel van de Eerste Kamer, binnenkort overigens aan te vullen met een voorwaardelijk terugzendrecht.

Met dergelijke cijfers kun je de Eerste Kamer niet serieus nemen, vindt Baakman. Zijn conclusie: ‘Als wetgever en als controleur van de regering heeft de Eerste Kamer (...) zo goed als niets toegevoegd aan het werk van de Tweede.’ De Staatscommissie kwam tot vergelijkbare bevindingen, maar verbond daar geen consequenties aan: ‘De keren dat de Eerste Kamer een wetsvoorstel verwerpt dat voortvloeit uit het regeerakkoord zijn nog zeldzamer.’ 

Eerste Kamer in coronatijden.

Waarmee we belanden bij wat volgens Baakman de grote boosdoener is: het lijstenstelsel, dat politici afhankelijk maakt van partijen. Die partijen is er alles aan gelegen te zorgen dat de Eerste Kamer in de pas loopt met de Tweede. Ons tweekamerstelsel is volgens Baakman eigenlijk een eenkamerstelsel. Zijn pleidooi: ‘Bevrijd de Eerste Kamer uit de partijcontrole.’

Baakman is cynisch over het nut van de Eerste Kamer: nazorg voor partijleden die de hitte van de dag niet meer verdragen kunnen. Dat is een wel heel drastische functieomschrijving. Zijn slotoordeel is somber: ‘Haal de Eerste Kamer weg en er verandert weinig. Ze doen er niks verkeerd, maar eigenlijk ook niks goed.’

Toch vertelt hij op opheffen, zoals in 1922 en 1974 werd geprobeerd, niet uit te zijn: ‘Het sop is me de kool niet waard.’ Wel wil hij een andere beoordeling van wetten: via een referendum en rechterlijke toetsing door een constitutioneel hof, zoals veel landen dat al kennen. Want, zegt hij, anders dan partijgebonden politici laten kiezer en rechter zich niet door dreigementen van het kabinet van hun stuk brengen. 

Lees ook

Gekozen burgemeester, bindend referendum: Kamer buigt zich over democratische vernieuwing
Sinds de afschaffing van het raadgevend referendum in 2018 zijn er serieuze pogingen gedaan tot verbetering van het democratisch systeem. Bestuurlijke vernieuwing, inclusief een bindend correctief referendum, staat inmiddels in de grondverf. 

Het jachtseizoen is begonnen: Henk Otten loert op afgedreven FvD’ers
De Haagse politiek werkt toe naar de verkiezingen van 17 maart. De kandidaten, hun standpunten, hun succesnummers en hun uitglijders: u leest er alles over in uw Dagkoersen, het politieke blog van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden