Debat overloting of selectie op universiteiten

Selectie in het onderwijs: verbetering of ondergraving?

Ingrid van Engelshoven, minister van onderwijs, wil opleidingen de mogelijkheid bieden om studenten te laten loten in plaats van selecteren. Is loting beter dan selectie op kwaliteit? ‘Dit voorstel slaat een stap over.’

Scholieren doen tentamen voor de decentrale selectie van de rechtenopleidingen.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

‘Wil jij Decentrale Selectie voor Geneeskunde of Tandheelkunde doorstaan? Boek nu een cursus voor de selectie van de UvA, de VU of die van andere universiteiten! Actief in alle steden.’ Wie ‘loten voor een opleiding’ googlet, ziet bovenaan de pagina dit soort advertenties. Het klaarstomen van studenten voor selectietesten is een lucratieve business geworden. Uitsmijter van de advertentie: ‘Niet geslaagd, geld terug.’

Die ontwikkeling is tegenstanders van decentrale selectie een doorn in het oog: dure bijscholingen werken volgens hen ongelijkheid in de hand. ‘Welgestelde ouders betalen steeds vaker een privécursus voor hun kind’, stelt Monty Aal (vice-voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond). ‘Ze geven zonder aarzeling honderden euro’s uit aan een dag bijscholing en voorbereiding op selectietoetsen. Dat creëert gedrilde studenten. Zij hebben bij de selectie een voorsprong op studenten die zich zo’n stoomcursus niet kunnen veroorloven.’ Daardoor ‘killt’ de decentrale selectie de gelijkwaardige instroom van studenten, meent Aal. 

Bovendien leidt selectie volgens hem tot een homogene studentenpopulatie, terwijl zij ‘een representatieve afspiegeling van de bevolking moeten zijn.’ Mensen met een migratieachtergrond en een sociaaleconomisch lastige uitgangspositie vallen volgens hem buiten de boot. Ondertussen passen steeds meer studies selectiecriteria toe. ‘30 tot 40 procent van de masters maakt nu gebruik van decentrale selectie, terwijl 10 procent van de opleidingen een tekort aan capaciteit heeft.’

Devaluering van Vwo-diploma

Voorstanders stellen dat een opleiding verbetert als er goede, gemotiveerde studenten in de klas zitten die elkaar naar een hoger niveau tillen. Volgens Aal devalueert die redenering het Vwo-diploma. ‘Ons onderwijs gaat ervan uit dat iemand met een Vwo-opleiding goed genoeg is om een universitaire opleiding te volgen. Als we nu stellen dat een Vwo-diploma niet volstaat, ondergraven we onze onderwijsstructuur.’

Volgens Sebastiaan Steenman (gepromoveerd op selectie, leidt voor Universiteit Utrecht onderzoek naar selectiecriteria bij twaalf opleidingen) zijn er juist tal van reden die pleiten voor selectie. ‘Het zorgt dat de vaardigheden van de studenten die een opleiding volgen, goed aansluiten op de opleiding.’

Toch ziet ook Steenman zwakke plekken. Instrumenten als kennistoetsen, waar op getraind kan worden, vergroten ongelijkheid, erkent hij. ‘Maar die kun je corrigeren en minder gewicht geven.’ Ook zijn Vwo-cijfers volgens hem een beperkte indicator voor academisch succes. ‘Cijferlijsten kunnen voorspellen of studenten in het eerste jaar goed scoren op tentamens. Maar het zegt weinig over conceptueel of kritisch denken, of over het schrijven van een scriptie. Juist die vaardigheden zijn voor een academische opleiding cruciaal.’ Selectie op cijfers verwart begrip met inzicht, meent Steenman. ‘Dat moet worden gecorrigeerd.’

Meritocratisch idee

Naar zijn idee slaat Van Engelshoven juist die stap over. Als de selectie op aspecten niet goed functioneert, moeten de methoden verbeteren. Maar het gaat te ver om het hele systeem meteen overboord te zetten. ‘Dat lost het probleem niet op en het is niet eerlijk naar de instellingen die nu investeren in het ontwikkelen van goede selectiecriteria.’ Bovendien is selectie volgens hem juist een goed idee: je kunt studenten selecteren op basis van vaardigheden die per opleiding relevant zijn, ook voor vaardigheden die pas in jaar twee of drie van belang worden, zoals het schrijven van een scriptie.

Aal heeft begrip voor het meritocratische idee – wie harder werkt, verdient meer; wie beter studeert, kan de beste opleiding volgen – maar het leidt volgens hem de facto tot ongelijkheid. De LSVB heeft daarom een voorkeur voor ongewogen lotingen. ‘In termen van kansgelijkheid is die optie het minst schadelijk’, licht Aal toe. ‘Ook bij gewogen loting, waarbij de studieresultaten een rol spelen, worden studenten die bijlessen volgen of op dure privéscholen zitten, bevoordeeld.

Als kansgelijkheid de leidende norm voor het onderwijs wordt, is loting de beste optie erkent Steenman. ‘Maar als kansgelijkheid écht het principe is waarop je onderwijs wilt baseren, dan moet je het Vwo ook schrappen; we hebben al vanaf de middelbare school een hiërarchie in de opleidingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden