column Arnon Grunberg

Seksmail met Tijs Goldschmidt: is seks een plaatsvervangende religie?

Wekelijks mailt of appt Arnon Grunberg met mensen over seks en aanverwante zaken. Deze week met bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt.

Tijs:

Meestal word ik door dichters of schrijvers benaderd als gedragsbioloog en niet als collega. Ik ben daar wel blij om, maar juist als seks het onderwerp is, aarzel ik. Biologen beginnen in de media, naar mijn idee, te vaak over seks, alsof er geen andere interessante onderwerpen bestaan.

Toen ik begin 20 was, had ik een kortstondige affaire met een meisje dat een hondje had. Ik wilde voortdurend met haar vrijen, maar telkens als ik aanstalten maakte, pakte ze de riem en ging haar hondje uitlaten. Ik vroeg haar waarom ze vier, vijf keer per dag haar hond uitliet. Dat was toch nergens voor nodig? Ze vroeg me waarom ik vier, vijf keer per dag wilde vrijen. Dat was toch nergens voor nodig? Binnen een week, besefte ik, had ze me in een hond veranderd: ik werd al opgewonden als ze de riem pakte. Dat had Pavlov goed gezien. Hartelijks, Tijs.

Arnon:

Ja, ik benader je als schrijver niet als bioloog, volgens Adorno mochten kunstenaars en schrijvers niet over ‘collega’s’ spreken, maar ik wil je best ‘collega’ of zelfs ‘collegaatje’ noemen, ‘collegaatje’ is wat mij betreft overigens eigenlijk iemand met wie je een seksuele relatie hebt.

Heb jij net zoveel zin in seks als toen je 20 was? Word je nog steeds opgewonden van een hondenriem?

Ik kan als wij gaan dineren een hondenriem meebrengen.

Liefs.

Tijs:

Ik denk veel minder aan seks dan toen ik 20 was en ben daar niet rouwig om. Ik bedank dan ook voor jouw attente aanbod een riem mee te nemen als we uit eten gaan. Wel moest ik daardoor denken aan een droom die ik eens had. Jij dreef een winkel in lederwaren op het Rokin in Amsterdam. Ik keek in de etalage naar enkele leren tassen die daar lagen uitgestald en ging naar binnen. Je kwam me tegemoet, begroette me vriendelijk en vroeg: ‘Zou je alle diersoorten kunnen noemen waarvan deze tassen zijn gemaakt?’ Ik zei, de een na de andere tas aanwijzend: ‘Rund, geit, krokodil, bever... en daar: een slang, je hebt hier de hele ark van Noach bij ­elkaar.’ Je keek me triomfantelijk aan, zei: ‘wacht even’ en liep naar achteren. Even later kwam je terug, toonde me een tas en zei: ‘Dit dier is een tas van zichzelf.’ Terwijl tot me doordrong dat de tas gemaakt was van kangoeroeleer, schoof je jouw hand behoedzaam de buidel in. Ik droomde dit niet lang na de dood van Louis Tas in 2011. Jammer dat we hem niet meer kunnen vragen deze droom te duiden.

 Arnon:

Eigenlijk had ik verwacht dat ik tassen zou verkopen gemaakt van mens, maar jouw droom loopt niet in de pas met mijn obsessies.

Evolutionair gezien zullen er ongetwijfeld voordelen zitten aan voortplanting door middel van seks, maar wij hebben tegenwoordig doorgaans seks zonder voortplanting. Seks geeft betekenis aan ons leven, seks zou een plaatsvervangende religie genoemd kunnen worden.

Ik heb Louis Tas gekend, ik vond een of meerdere van zijn dochters (dat weet ik niet meer zeker) erg aantrekkelijk, maar dat heb ik Louis Tas nooit verteld.

Tijs:

Er valt veel voor te zeggen om seks een plaatsvervangende religie te noemen. Hadden ze in het Vaticaan maar eerder begrepen dat seks bij mensen niet alleen in dienst van de voortplanting staat, maar ook een bindende functie heeft. Ik begrijp nu plotseling dat ik als 20-jarige au fond godsdienstfanaat was, maar dat het inmiddels stukken beter met me gaat. Dat geeft moed.

Gelukkig maar dat mijn droom over jou niet geheel in de pas loopt met jouw eigen obsessies. Voor je het weet correspondeer je met jezelf. Dat is mij weleens over­komen. Tot spoedig ziens, liefs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.