Seks is niet genoeg voor literatuur

Het teruggrijpen naar een heleboel seks in een verhaal, een veel voorkomend fenomeen bij jonge schrijvers. Jammer

Na eerder de ‘oude menschen’ te hebben geprezen, besteedt de propagandamachine CPNB dit jaar aandacht aan de ‘titaantjes’. ‘Opgroeien in de letteren’ luidt het thema van de boekenweek. Men vraagt zich nu af: moet de oude garde plaatsmaken voor jonge honden? Een vraag die in de voetbalwereld niet zelden wordt gesteld. Maar de vraag leent zich niet voor de literatuur. De oudere schrijver is absoluut niet minder dan de jongere. Soms werkt het wel de andere kant op.

Op de middelbare school hoorde ik leerlingen vaak grappen dat het laatste boek dat ze hadden gelezen ‘achtste groepers huilen niet’ was. De scholier zoals ik die ken laat romans links liggen. Als er wordt gelezen dan is dat op het internet.

Spunk
Scholieren klikten de afgelopen jaren massaal door naar het internetmagazine Spunk, de speeltuin van brutaal schrijftalent uit de grote stad. Het succes werd opgemerkt door uitgeverij Vassallucci, die een samenwerkingsverband aanging met Spunk. Vassallucci stond bekend om het aantrekken van jonge talentloze schrijvers die of een mooie auteursfoto konden maken (lees: Heleen van Royen), of een exotische naam hadden (lees: Lulu Wang).

Het is jammer dat Spunk de overstap dacht te kunnen maken naar ‘volwassenliteratuur’, zoals haar lezers het waarschijnlijk noemen. Wie de moeite neemt de plank vol Spunkboeken te lezen wordt duidelijk dat het geen kwaad kan als titaantjes in de letteren nog even wachten met publiceren.

Bed
Als beginnend schrijver liep ik rond met het idee om een boek te schrijven over de meisjes met wie ik het bed had gedeeld. Niet veel later kwam ik erachter dat Jan Cremer, mij lang geleden al het gras voor de voeten had weggemaaid. Mijn idee voor het boek beschouw ik als mijn eerste ervaring met de Jan Cremer-reflex: het teruggrijpen naar een heleboel seks in een verhaal. Het is een veel voorkomend fenomeen bij jonge schrijvers uit de grote stad.

Meestal moet de overdaad aan seksscènes de rest van het werk compenseren. Omdat seksscènes, hoe extreem ook, sinds Cremer en Wolkers weinig schokkend meer zijn, lukt dit niet. Seksscènes moeten wel heel vernieuwend zijn, willen ze een verhaal dragen.

De reflex zie je terug bij de Spunkauteurs. Neem Iris Koppe, die haar werk nota bene bij de Bezige Bij publiceerde. In haar boek ‘Rosiri’ krijgen we het uiterst saaie verhaal van een kind van gescheiden ouders voorgeschoteld. Jan Cremer-reflex: de hoofdpersoon laat zich om praktische redenen ontmaagden door de vader van haar oppaskinderen, en pijpt haar rij-instructeur naar een hoogtepunt om in het bezit te komen van het roze papiertje. Koppe werd veelvuldig geïnterviewd, en in elk interview werd er gewezen op de seksscènes. Je vraagt je af of het boek zonder die scènes het in de media ook zo goed had gedaan.

Tenenkrommend
Het boek eindigt met misschien wel de meest tenenkrommende, burgerlijke passage in de literatuurgeschiedenis. Koppe over ‘Rosiri’ in universiteitsblad Folia: ‘onze generatie wil graag burgerlijk zijn. Gewoon een partner en gezellig op de bank’. Ik heb er weinig van gemerkt bij mijn zuipende en neukende vriendengroep.

Ook Spunker Ebele Wybenga publiceerde bij de Bezige Bij. In zijn roman ‘Galerie onvolmaakt’ geen seks. Wel heel veel leegte. Max Pam over de auteur: ‘laat Ebele eerst eens flink spuiten & slikken, laat hem daarna mislukken als kunstenaar en reclameman, laat hem daarna nog eens verwoestend ruzie maken met zijn ouders, laat hem talloze meisjes (en jongens) neuken op een afgetrapte zolder’. Pam wijst terecht op het gebrek aan leven in de roman, maar insinueert ook dat het boek beter zou zijn geweest, als de auteur wat meer had geleefd.

Reve

Toen Reve als twintiger ‘de Avonden’ schreef, lagen zijn huwelijk, de jaren in Engeland en de heftige polemieken nog voor hem. Zoveel meer dan Wybenga zal Reve toen nog niet hebben meegemaakt. Resultaat: het weinig avontuurlijke leven van kantoorklerk Frits van Egters. Toch is het boek zo geschreven dat duidelijk wordt dat de schrijver bewust is van dat saaie leven. Alsof het de schrijver daar juist om te doen is.

Bij een roman moet er sprake zijn van een bewustzijn, dat zorgt voor een zekere afstand tussen de schrijver en zijn milieu. Of de schrijver oud of jong is, veel whiskey- en cocaïneavonden achter de kiezen heeft of zijn jeugd heeft doorgebracht in een afgelegen dorp, is niet belangrijk. Er moet het besef van de situatie zijn, zoals er in ‘de Avonden’ het besef van de verveling is.

Marketing
Wat ik de Spunkers moet nageven is hun gevoel voor marketing. Ze meten zich doelbewust een rebels imago aan om zo de aandacht op zich te vestigen. Zo laat Hadjar Benmiloud zich steevast met sigaret of joint fotograferen, en publiceerde Renske de Greef in haar prille carrière al drie boeken waarin seks het hoofdmotief is. Dat de grote uitgeverijen deze schrijvers blijven publiceren laat zien dat er sprake is van een trend. De marketingstrategie van het inmiddels opgeheven Vassallucci is overgenomen door de uitgeverijen aan de Amsterdamse grachten. Dat levert weinig vernieuwend werk op. Opgroeien in de letteren, daar mag best wat tijd voor worden uitgetrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden