OpinieOmdopen Hagia Sophia

Secularisme en Turkije was nooit een goed huwelijk

Het omdopen van de Hagia Sophia tot moskee zegt meer over Turkije dan over leider Erdogan, betoogt historicus Nuri Kurnaz.

De Hagia Sophia in Istanboel.Beeld AFP

De recente berichtgeving omtrent het Turkse besluit de Hagia Sophia weer om te toveren tot moskee laat zien hoe weinig men op de hoogte is van de historische processen en structuren in Turkije. Unaniem werd bericht dat Erdogan besloot de Hagia Sophia te veranderen tot moskee. Dit zou in het verlengde liggen van zijn provocatieve panislamistische politiek. Wie zich verdiept in de kwestie, weet dat de discussie in Turkije al speelt sinds de status werd veranderd naar museum.

Steun bevolking

Niet alleen Erdogan wil weer bidden in de Hagia Sophia. Al decennia wil (bijna) de hele Turkse bevolking dat. Dit besluit is alles behalve een wens van de AKP alleen. Alhoewel het sinds 2016 mogelijk is voor Erdogan zijn wensen op autocratische wijze door te drukken, is het besluit rond de Hagia Sophia genomen met de steun van de oppositie en goedkeuring van het gros van de bevolking. De laatste jaren was het Sultan Ahmet-plein, waar de Hagia Sophia staat, het decor van demonstraties om het gebouw weer te openen als moskee.

Al in de jaren vijftig schreef de donkerrode communist en grootste dichter van de Turkse republiek, Nazim Hikmet, over de noodzaak van de Hagia Sophia weer een moskee te maken. Aan de andere kant van het spectrum organiseerde Necip Fazil Kisakurek, als grootste islamist en dichter, een Hagia Sophia-congres om de heropening van de moskee te propageren in de jaren zestig. Ook een van de grondleggers van het Turks nationalisme, Nihal Atsiz, zag de museumstatus van de Hagia Sophia het liefst veranderen.

Seculiere koers

Nadat Atatürk het Byzantijnse bouwwerk, dat eeuwenlang fungeerde als moskee, in 1935 had omgetoverd tot museum, brak de discussie dus al los. De Hagia Sophia stond voor de nieuwe koers van Turkije: een van vergaande secularisatie en verwesterlijking onder leiding van Atatürk. Die hervormingen werden van bovenaf opgelegd. En die zijn, net als het besluit de Hagia Sophia om te dopen tot museum, eigenlijk nooit omarmd door grote delen van Turkije. Een seculiere elite nam besluiten waar islamisten, communisten en nationalisten zich niet achter schaarden, en dat leidde tot diverse spontane opstanden.

Toen Atatürk nog leefde, konden die opstanden nog worden onderdrukt door het Turkse leger. Maar de bevolking, vooral de conservatieve bevolking voor wie de islam een prominente rol bleef spelen, heeft zich de ­secularisering nooit eigen gemaakt. Deze opgedrongen seculiere identiteit, waarvan het omdopen van de ­Hagia Sophia tot museum onderdeel is, speelt mee in tal van andere zaken. Tot aan dit decennium stond de erfenis van Atatürk nooit ter discussie. Zelfs al was de hele burgerbevolking het er niet mee eens, de hervorming was legitiem omdat de handtekening van de redder en Turkse vader des ­vaderlands eronder stond.

Erdogan is niet de eerste die de legitimiteit van deze besluiten in twijfel trekt en er openlijk tegenin gaat. Hij is wel de eerste die de politieke macht heeft de hervormingen terug te draaien. De Hagia Sophia veranderen in een museum was duidelijk de wens van Atatürk en een seculiere elite. Het nu weer in een moskee veranderen, is wat de meerderheid altijd heeft gewild. En dat lukt omdat Erdogan erin is geslaagd een eigen conservatieve elite te creëren, en tegelijkertijd de macht van de seculiere elite in het leger en het land wist te beperken met tal van rechtszaken en politieke zuiveringen.

Identiteitscrisis

Turkije komt uit een identiteitscrisis en kiest niet meer voor een westerse koers, maar grijpt terug naar de identiteit die het land in wezen altijd al heeft gehad. Een overduidelijk islamitisch land met een samenleving, waarin de islam publiekelijk aanwezig is. De secularisering is niet mislukt door Erdogan, nee, die is in Turkije nooit geslaagd. De status van de Hagia Sophia is nu weer symbolisch voor de mislukte koers van secularisering.

Na tachtig jaar te hebben geflirt met het secularisme, is inmiddels duidelijk dat de Turkse bevolking er nooit mee in zee heeft gewild. De steun voor Erdogan en de brede steun om van de ­Hagia Sophia weer een moskee te maken, geeft deze strijd om de identiteit goed weer. Door het besluit van Atatürk terug te draaien, wordt nogmaals benadrukt dat het tij in de identiteitsstrijd is gekeerd. Secularisme en Turkije zijn nooit een goed huwelijk geweest en Turkije gaat daarom weer terug naar haar ex: de prominente islam. Om haar ex terug te krijgen, is de Hagia Sophia onderdeel geworden van haar symboolpolitiek. Niets meer, niets minder.

Nuri Kurnaz is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden