ColumnPeter Middendorp

Schrijven is een eeuwig en openbaar falen

null Beeld

Ik kwam laatst een oud interview tegen met de Amerikaanse schrijver Philip Roth, die een paar jaar voor zijn dood plotseling met schrijven was gestopt. Schrijven is een negatief beroep, verklaarde hij, een vak van nee zeggen. Nee, dit is geen goede zin, geen goede alinea, die scène deugt niet, dit is geen goed boek, weg ermee, ander boek, ander verhaal, helemaal opnieuw en eigenlijk moet de schrijver ook worden vervangen.

En dan loop je ook nog het risico dat de recensenten zullen schrijven: ‘Het vorige boek was beter.’ Ik herinner me een recensie van mijn eerste boek. Iemand schreef ‘Dit is overduidelijk een parodie op een roman van Vestdijk’, wat het niet was en een boek dat ik niet kende. Vervolgens werden de boeken puntsgewijs vergeleken: dit leek er niet op, dat niet en dat ook niet. Waarna de conclusie luidde: wat een slechte parodie. Nul sterren.

Schrijven is een eeuwig falen. Het wordt nooit wat je voor je zag. Het is ook een openbaar falen: iedereen kijkt toe en niemand is zachtzinnig. Ikzelf ook niet. Als ik iets slechts lees, denk ik nooit: dat heb ik zelf ook weleens. Ik denk: Jezus, wat een sukkel, wat een dom verhaal.

Misschien had ik toch de Blokkerwinkel van mijn ouders moeten overnemen. Mijn vader werd dagelijks omringd door minstens vijftien lieve winkelmeiden, die heel anders naar hem keken dan u naar mij. Als hij weleens met te veel hooi op zijn vork door de winkel struinde, kantelden hun gezichten en hoorde je ze denken: ach, kijk hem nou. Typisch Middendorp om met al die dozen voor zijn ogen een trap- of liftgat in te lopen. Maar als ik eens schrijvenderwijs in een gat verdwijn, kantelt niemand mijn gezicht.

In een winkel komen klanten naar jou. Je doet je best een afwasborstel te verkopen, loopt met de klant en de borstel naar de kassa, en als de klant dan zegt: ‘Sorry, ik dacht dat ik dat ding wilde kopen, maar ik heb me vergist’, is de verkoop weliswaar mislukt, maar kun jij er bijna niets aan doen.

Bij ons thuis begonnen de gesprekken aan tafel vaak zo: ‘Ik had nou weer een klant!’ Ik vond dat altijd stom, maar nu ben ik jaloers. Met schrijven kun je nooit iemand de schuld geven. Nooit kun je na een vruchteloze werkdag naar beneden lopen en roepen: ‘Ik had nou weer een lezer! Niet normaal. Er was geen land mee te bezeilen.’

Vroeger boog zich vaak een klant naar me toe om te zeggen: ‘En jij gaat later zeker de zaak van je vader overnemen?’ Ik reageerde dan altijd gekrenkt. ‘Wat?’, riep ik dan. ‘Natuurlijk niet! Je denkt toch zeker niet dat ik’ – mijn vader en de winkelmeiden stonden er gewoon bij – ‘dat ik mijn hele leven achter die kutkassa wil staan?!’

Het is een beetje achteraf gepraat, maar ik had er weinig van begrepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden