column eva hoeke

Schoonmaakster Bep stak Eva Hoeke in een nieuw jasje

Beeld Valentina Vos

Ooit werkte ik bij een modetijdschrift en deed ik elke dag mijn best om in de pas te lopen met door mijzelf uitgevaardigde geboden. Een hippe trui, een rommelige knot, een chique blouse, een little black dress, wat lipgloss hier en je-ne-sais-quoi daar, er waren zelfs dagen dat ik hakken droeg.

Net echt!

Tot de dag dat ik wegging, freelancer werd en direct door de mand viel – nooit meer een jurk gedragen. Geen tijd, geen zin, zinloos. Vooral dat laatste, het lot van elke freelancer die hele dagen thuiszit, alleen, uit het zicht en dus niet langer onderhevig aan de kritische beoordeling van anderen, laat staan die van jezelf.

In plaats daarvan verkas je je in ouwe jeans en rommeltrui van de keukentafel naar de bank en van wasmachine naar winkel, om uiteindelijk om 17 uur op de fiets te springen richting crèche, alwaar je zal worden besprongen door kleine luiden die geen enkel ontzag hebben voor jouw kasjmieren blouse of je peperdure tas, dus waarom zou je ook?

De kleding van toen heb ik nog steeds en er zijn momenten waarop ik die draag, vorige week nog, maakt u zich geen zorgen, maar zodra ik thuis ben gaat al dat moois ook meteen weer uit en doe ik mijn haar in een staart, meteen na het handen wassen, want ik ben niet alleen freelancer, ik ben nog calvinistisch ook, diep van binnen.

Nu zijn er dagen dat ik meen dat het roer om moet, dat ik de slingers vaker moet ophangen, nu het nog kan, maar de laatste keer dat ik dat dacht stond onze schoonmaakster Bep (67) ineens met een vraag voor mijn neus.

‘Moet je luisteren’, zei ze terwijl ze een emmer sop op tafel zette. ‘Mijn vriendin en ik zijn van de week naar de Zwarte Markt geweest in ­Beverwijk, en toen hebben we allebei dezelfde trui gekocht. Nou geef ik niet veel uit aan kleding. Als het 150 euro per jaar is, is het veel. Maar deze was zo mooi dat ik ’m gelijk gekocht heb. Ik dacht: leuke bodywarmer erover, en klaar is Kees. Maar wat denk je? Hij is te klein. Dus nu dacht ik: misschien is het wel wat voor Eva.’

Ze keek me afwachtend aan. ‘Nou?’

Ik dacht pijlsnel na. ‘Eh, hoe ziet hij eruit?’

‘Wie?’

‘Die trúi.’

‘Nou, het is een coltrui.’

‘En verder?’

‘Hij is blauw. Een héél mooie kleur blauw. Met lange mouwen, dus lekker warm. En het is stretch.’

‘Waarom past-ie jou dan niet?’ vroeg ik om tijd te rekken. ‘Stretch past toch altijd?’

‘Ja, dat zei die man ook. Hij had ook maar één maat, zei hij. Nou, niet onze maat. Ik zeg tegen mijn vriendin, daar gaan ik niet in lopen, hoor. Ik leek wel een olifant. Al die buitenbanden, kind, ik schrok me rot. Dat was geen stretch maar stress.’

Ze lachte en legde demonstratief haar handen op haar buik.

‘Maar waarom had je ’m dan niet gepast van tevoren?’

Bep keek me verbaasd aan. ‘Dat doe je toch niet, op de markt? Ik ga niet in mijn nakie staan.’ Ze keek even om zich heen en wees naar een tijdschrift. ‘Hij is echt mooi, hoor. Een beetje deze kleur blauw. Misschien iets lichter. Ik neem ’m volgende week mee en dan mag je ’m hebben. Gratis en voor niks.’

Drie keer raden in welke feestoutfit ik dit stukje zit te tikken.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.