EssayMerkwaardig land

Schiphol is een fraaie oase in de woestijn van trieste, zielloze vliegvelden in de wereld

Voor de Noorse cultauteur Johan Harstad (Max, Mischa & het Tet-offensief), was Nederland het startpunt voor veel mooie ervaringen. Hij voelt zich hier thuis.

Beeld Monique Bröring

We vroegen vier buitenlandse schrijvers om hun herinneringen aan Nederland. Waar ze mee kwamen: liefde voor Schiphol en de Afsluitdijk, hemelse pannenkoeken en herinneringen aan zwembaden vol zedeloze tieners. 

Ik heb ooit de vloer van Schiphol gekust. Dat bedoel ik niet als metafoor, dat bedoel ik letterlijk: ik knielde, om precies te zijn midden in de aankomsthal, in Lounge 1, op het grijszwarte marmer met de fonkelende witte stukjes die de vloer op een kaart van het heelal laten lijken, en drukte mijn lippen hard en dankbaar op de grond. Zonder schaamte, niet denkend aan het feit dat ik op dat moment ook de afdrukken van duizenden schoenen uit de hele wereld in me opnam, met alle nare bagage die ze ongetwijfeld onder hun zolen hadden meegenomen. Nu is die vloer daar ongetwijfeld blinkend schoon. Het is niet mijn meest trotse moment, maar dat maakt niet uit, ik was gewoon zo blij om weer thuis te zijn. Zo voelde het, na acht uur in de lucht, met mijn hoofd tegen het raampje en Soedan, de Sahara en Egypte onder me. Alsof ik thuiskwam. Ik was op een literatuurfestival in Nairobi geweest en was iets te dicht in de buurt gekomen van Al-Shabaabs aanslag op het Westgate-winkelcentrum. Achteraf besefte ik dat ik nauwelijks direct gevaar had gelopen, maar op dat moment gaf ik mezelf 50 procent kans om het er levend vanaf te brengen. Dat liet zijn sporen na. Het is een lang verhaal. Maar goed, ik moet zeggen dat ik ook meer dan gemiddeld van vliegvelden houd. Ik houd van plekken waar niemand thuishoort. Dat is trouwens ook weer een ander verhaal, maar laat me alleen constateren dat Schiphol een fraaie oase is in de woestijn van trieste, zielloze vliegvelden in de wereld. En dat ik er in de loop der jaren verontrustend veel tijd heb doorgebracht, op weg van hot naar her. Wat weer betekent dat Nederland, althans de voorverpakte, gierend commerciële, soms hijgende en transitpaniekerige vliegtuigversie van het land, het startpunt is geweest voor veel van mijn ervaringen. Wanneer ik de woorden ‘nu instappen’ hoor, roept dat trouwens altijd een glimlach bij me op. Ik zou willen dat we een dergelijke uitdrukking in Noorwegen hadden, in plaats van ombordstigning, wat onnodig zwaar klinkt, en tijdrovend. In het Noors, dat veel gemeen heeft met het Nederlands, betekent ‘nu’ hetzelfde, maar daar is het een erg ouderwets woord. Bij mij roept het associaties op met iets plechtigs en gedistingeerds. ‘Instappen’ doet denken aan het Noorse å stappe of å stappe inn, iets wat, tja, niet echt prettig is om met mensen te doen. Å stappe inn is iets vullen met meer dingen dan er eigenlijk in passen, waarbij het je niet kan schelen of die dingen dubbelklappen, breken of kapotgaan – proppen dus. En soms geeft het instappen of boarden je inderdaad vooral het gevoel dat je ergens in wordt gepropt. Maakt niet uit, niemand vliegt nu meer, je kunt nergens naartoe.

Ik vind het altijd ontzettend leuk om in Nederland te worden uitgenodigd, en dan bedoel ik niet het vliegveld. Ik heb het geluk gehad dat ik sinds 2006 heel wat keren in Nederland ben geweest. In Amsterdam, de stad waar je zo ontzettend gemakkelijk van kunt gaan houden, en waar het perfecte hotel staat, het Ambassador Hotel aan de Herengracht, mijn thuis weg van huis. Ik heb in Paradiso in een zaal vol (opgepropt! Toen dat nog mocht) Amsterdammers gestaan toen mijn vrienden van Motorpsycho daar een concert gaven, ik ben verdwaald en kwam altijd wel iemand tegen die me vriendelijk hielp ’s nachts de weg terug te vinden naar de Herengracht, ik heb enthousiaste lezers, journalisten, fantastische boekhandelaren en studenten aan de universiteit ontmoet; ik heb samen met Karl Ove Knausgård bitterballen gegeten omdat mijn goede vriendin en vertaalster sinds vijftien jaar, Paula Stevens, vond dat we die eens moesten proeven, en ik heb Knausgårds verbaasde blik gezien toen ik me niet gewonnen gaf na de eerste, de tweede, of de derde bal. En vanuit Amsterdam waren er reizen naar andere steden, andere plekken, naar al die leuke mensen daar: een autorit naar Utrecht met Arjen Lubach en een goed gesprek over hoe onze levens waren veranderd sinds we elkaar voor het eerst hadden ontmoet, bijna tien jaar eerder; treinreizen naar Den Haag met Harminke Medendorp, die mijn eerste redacteur bij Podium was en die echt in me geloofde; autoritten door dagen en nachten, met of zonder de geweldige mensen van de uitgeverij, naar festivals, boekwinkels, universiteiten, in Nijmegen, Arnhem, Eindhoven, Groningen, en ongetwijfeld nog veel meer plekken, ik was gewoon zo blij dat ik in Nederland was dat ik vergat op de borden kijken. En de mensen die ik heb ontmoet, ik herinner me meer van jullie dan jullie denken, ik waardeer jullie meer dan jullie weten. En vooral, mijn uitgever en maestro, mijn goede vriend, mijn broeder bij een andere moeder, Joost Nijsen, aan wie ik alles te danken heb.

En dit herinner ik me, dit is mijn grote moment, en voor jullie gevoel stelt het misschien niet veel voor, maar dat maakt niet uit: ik werd door een chauffeur van Amsterdam naar Leeuwarden gereden waar ik zou optreden op een festival, en vandaar moest ik door naar een literatuuravond in Nijmegen en daarna weer terug naar Amsterdam, naar mijn thuis aan de Herengracht. Het zou een lange dag worden, dus ik zat op de achterbank te doezelen, geloof ik, maar werd wakker van de zon die door het raam naar binnen scheen. Ik deed mijn ogen open en het enige wat ik zag, was zee. En een weg. Ik had geen idee waar ik was, er was nergens enig teken van bebouwing of beschaving te bekennen en ik raakte heel even in paniek, een beklemmend gevoel dat ik gestorven was en nu steeds verder weg werd gevoerd, als een autoritje met Sisyphus achter het stuur, gedoemd om nooit aan te komen. Ik opende Google Maps op mijn mobieltje en zag alleen maar dat we op een streep in de zee reden, losgezongen van de omgeving. Dat maakte alles nog erger. Ik durfde de chauffeur ook niets te vragen, dus bleef ik gewoon zitten en accepteerde mijn lot, tot ik bedacht dat ik moest uitzoomen, het grotere plaatje moest zien. En toen besefte ik dat ik me op de Afsluitdijk bevond. Niemand had me over deze constructie verteld, maar ik had er ongetwijfeld iets van moeten weten. Dat was niet zo. Tot mijn verdediging: afsluit lijkt op het Noorse woord avslutning, dat het einde van iets betekent. Niet zo gek dus dat ik dacht dat ik me aan gene zijde bevond.

En terwijl we onze schier eindeloze tocht naar de andere kant voortzetten, begreep ik eindelijk wat voor land Nederland was. Een merkwaardig land, waar ik me merkwaardig thuis voel. Een compact land met een enorme geschiedenis.Ga deze zomer de Afsluitdijk bekijken, grijp die kans en laat het tot jullie doordringen: een land dat zoiets kan bouwen, zal zich overal doorheen slaan. (Met enige hulp van het Noorse hout dat Amsterdam overeind houdt, uiteraard).

LEES VERDER

Als dit stukje u ertoe beweegt om pannenkoekenhuis Upstairs eens te proberen, neem dan de pannenkoek met citroen en suiker
We vroegen vier buitenlandse schrijvers om hun herinneringen aan Nederland. Waar ze mee kwamen: liefde voor Schiphol en de Afsluitdijk, hemelse pannenkoeken en herinneringen aan zwembaden vol zedeloze tieners. De Israëlische schrijver Etgar Keret, vooral bekend van zijn korte verhalen, mist in de coronatijd één plek in het bijzonder: het Amsterdamse pannenkoekenhuis Upstairs.

Een bankier is misschien een onwaarschijnlijke held, maar zijn achtergrond is behoorlijk levendig
We vroegen vier buitenlandse schrijvers om hun herinneringen aan Nederland. Waar ze mee kwamen: liefde voor Schiphol en de Afsluitdijk, hemelse pannekoeken en herinneringen aan zwembaden vol zedeloze tieners. De Amerikaanse historicus Russell Shorto, schrijver van Amsterdam: Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld, woonde jarenlang in onze hoofdstad. Nu op veel plekken in de wereld standbeelden worden neergehaald, denkt hij aan zijn favoriete monument in Nederland – een monument dat al op de grond ligt.

Zeeuws-Vlaanderen is ook voor de meeste Nederlanders een beetje exotisch
We vroegen vier buitenlandse schrijvers om hun herinneringen aan Nederland. Waar ze mee kwamen: liefde voor Schiphol en de Afsluitdijk, hemelse pannekoeken en herinneringen aan zwembaden vol zedeloze tieners. De Belgische schrijver Tom Lanoye koestert warme herinneringen aan zijn vakanties in Nederland, waar de exotiek voor hem pas goed begon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden