Opinie Lezersbrieven

Schilderlessen van Jeroen Krabbé? Graag, maar dan wel met de juiste beginselen

Jeroen Krabbé Beeld Foto Frank Ruiter

In de Sir Edmund van 8 september stond een deskundige uitleg van Jeroen Krabbé over de schilderskwast. Hoewel ik Krabbé hoog heb zitten, wil ik hem toch in alle bescheidenheid op een voor schilders nogal belangrijk onderscheid wijzen waar hij in zijn relaas tamelijk slordig mee omgaat. Er bestaan namelijk kwasten en penselen.

Het wezenlijke onderscheid tussen die twee typen is dat een penseel langere, wat soepeler haren heeft waardoor het als het ware de vloeibare verf in een ‘reservoir’ tussen de haren opneemt en je er langere streken mee kunt maken. Uitermate geschikt voor bijvoorbeeld aquarelleren, kalligraferen, enz.

Een kwast daarentegen heeft, zoals Krabbé beschrijft, meer stugge haren die korter zijn. Met een kwast zet je ‘toetsen’ verf op het linnen of papier, bijvoorbeeld met de wat taaiere olieverf. Bij gebrek aan ‘reservoir’ voor de verf in de kwast moet je vaker verf van het palet pakken.

Krabbé staat op de foto met een penseel in de hand, maar noemt het een kwast. Eenmaal in het artikel heeft hij het willekeurig wel over een penseel, maar dat lijkt toeval te zijn. Krabbé kan mij niet genoeg schilder- en kunstlessen geven op tv en in de krant, maar hij moet zijn leerlingen wel de juiste beginselen bijbrengen!

Marco Grünbauer, Utrecht

Almere

Met verbazing sla ik de krant van 13 september open. Normaal lees ik eerst de column van Bert Wagendorp, maar mijn blik vestigt zich direct op Ten eerste op de pagina ernaast: Onder de grootst mogelijke kop ‘Toch verliefd op ‘de lelijkste stad’’, staat een grote foto van schrijver Redmond O’Hanlon, afgebeeld tegen de achtergrond van een echt lelijk stuk Almere, waarop voor 70 procent asfalt is te zien! Ben ik in de Telegraaf beland?

Volgens de communicatiewetten is de kop plus eventuele foto bepalend of een artikel wordt gelezen. Als Almeerder lees ik verder, maar een willekeurige lezer buiten deze stad zal denken: ‘Lelijkste stad en dan ook nog eens zo’n foeilelijke foto, laat maar zitten.’ Zo wordt het stereotype beeld van Almere alleen maar bevestigd.

Als de fotograaf zich 180 graden had omgedraaid en 50 meter met O’Hanlon naar links was gelopen, had hij hem (en de lezers) een prachtige achtergrond kunnen bieden in de vorm van de plas Het Weerwater plus een schiereiland vol bomen. En de begeleidende kop had kunnen zijn: ‘Toch nog verliefd op groen Almere.’

Peter Sluijter40 jaar woonachtig in Almere

LGBT-onderzoek

Als onderzoeksmethodoloog met interesse in transgenderonderwerpen volg ik de discussie rondom het Plos One-artikel van Lisa Littman over Rapid Onset Gender Dysphoria met belangstelling (Wetenschap, 12 september). Littman wordt onder andere verweten dat de deelnemers aan haar onderzoek via internetfora zijn geworven waardoor haar steekproef niet representatief zou zijn. Dit is een valide punt van kritiek maar gaat voorbij aan het feit dat het overgrote deel van het onderzoek naar het welzijn van LGBT-personen (ook door bijvoorbeeld het SCP) gebaseerd is op niet-representatieve gemakssteekproeven die vaak via LGBT-verenigingen worden geworven.

Door de kleine omvang van de doelgroep en het ontbreken van een steekproefkader is het namelijk bijna onmogelijk om een aselecte steekproef van transgender personen te trekken. Onderzoekers zijn hier overigens open over.

De omvang van de rel rond het artikel van Littman is dan ook zeer opmerkelijk. Lobbyisten en belangenverenigingen maken selectief gebruik van onderzoeksresultaten; dat hoort bij hun inofficiële taakomschrijving. Maar de totale escalatie van dit conflict over onwelgevallige onderzoeksresultaten en het gebrek aan steun vanuit Littman’s eigen universiteit dragen bij aan een onveilig academisch klimaat waarin wetenschappers wel tien keer nadenken voordat zij zich aan onderzoek op het gebied van controversiële onderwerpen wagen.

Dr. T. Glasner, Amsterdam, universitair docent onderzoeksmethoden

Sexting

In de discussie over jongeren en sexting riep de politie op ermee te stoppen, gezien de gevaren. Belle Barbé en Marijke Naezer (O&D, 13 september) menen dat dit kan leiden tot victim blaming en dat alleen de plegers die de foto ongewenst verspreiden verantwoordelijk zijn. Maar die kunnen dat alleen doen omdat het slachtoffer hen die mogelijkheid geeft, door domheid en naïviteit.

Ook kan sexting ‘per ongeluk’ gebeuren door het slachtoffer zelf of als grap door jongere broertjes of zusjes (niet strafbaar). Daarnaast kunnen domheid en naïviteit in sommige gevallen ook bij de dader meespelen. Dader en slachtoffer hebben hun eigen verantwoordelijkheid.

In de seksuele voorlichting dient daarom op de gevolgen gewezen te worden en de mogelijkheid die foto’s niet te maken, door seksualiteit te beleven in de intimiteit van een relatie, alleen met de partner. Foto’s kunnen daaraan niets wezenlijks toevoegen. Het advies van de politie is dus zo gek nog niet.

A. van DaalOverloon

De geest

In de kop boven het artikel over ALS (Wetenschap, 13 september) wordt gesteld dat ALS ook de geest aantast. Juister is om van het karakter te spreken. De geest is in veel godsdiensten niet stoffelijk en gaat na de dood over naar een andere dimensie. Zo spreekt men om die reden tegenwoordig van verstandelijk beperkte mensen en niet meer van geestelijk gehandicapte mensen.

Henny Schrauwen-Dirkzwager, Rosmalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.