ColumnThomas van Luyn

‘Scheidingen beginnen hier’, zei de keukenplanner bij Ikea

Beeld Aisha Zeijpveld

We gaan een nieuwe keuken kopen. Nou ja, zij gaat een nieuwe keuken kopen. Ik laat het los. Als ik me ook nog ga bemoeien met de kleur van het aanrechtblad, zitten we in een verzorgingsflat eer we overeenstemming bereiken. De tijd die ik achter het spreekwoordelijke aanrecht besteed is beperkt tot het bakken van worstjes voor de kinderen, dus ik ken mijn plaats. Liever bewaar ik mijn gezeik voor de kleur van de nieuwe vloer. O God, de vloer. Laat maar, heb ik het andere keer over, anders zitten we hier morgen nog.

Ik vond dat onze ouwe keuken het nog prima deed. Oké, de deurtjes vielen er bijna af, de vaatwasser en de oven schoven langzaam de schuine vloer af onder het aanrecht vandaan, zodat je ze met de voet weer moest terugschuiven en vooruit, dat aanrecht daar liep een barst in van de ene naar de andere kant, waarin hele knoflookteentjes soms verdwenen en die steeds breder werd bovendien, zodat het een kwestie van tijd was voor het hele granito gevaarte op iemands tenen zou storten – maar de aardappeltjes waren even gaar hoor.

Dus: als de keukenkogel eenmaal door de financiële kerk is, ga je naar de Ikea, zoals iedereen. Je kunt ook naar een andere keukenbakker, maar die halen hun keukens allemaal uit dezelfde fabriek, schijnt. Bovendien zijn het zeikers. Wij gingen neuzen bij De KeukenKoning (niet de echte naam, maar goede kans dat er ergens eentje bestaat), en lieten daar per ongeluk vallen dat we hun spulletjes wilden combineren met Ikea-kastjes. Fronsen, zuchten, ogenrollen. Laat maar, doei. Bij de Ikea zeiden we dat we onze deurtjes elders gingen kopen: interesseerde hun geen hol. Dat heb ik graag als klant: professionele onverschilligheid. De Ikea heeft een enorme keukenplannersafdeling: een kantoortuin van louter bureaus, elk met drie stoelen en een computer. In het midden zit het Ikea-keukenpersoon een virtuele keuken te knutselen op het grote scherm, al naar gelang de wens van het keukenplannende stel. Dat stel zit aan weerskanten van haar, ruziënd over wat die wens nou ook weer was. Als ze beschaafd zijn, kibbelen ze achter haar rug langs, maar ze kunnen ook voor haar neus over en weer schreeuwen. Dan zit de medewerker in een woedesandwich, en daarvoor krijgt niemand genoeg betaald. Wij waren beschaafd. Ik vroeg of ze veel ruziënde stellen meemaakte. ‘Scheidingen beginnen hier’, zei ze. Ik moest heel hard lachen. Zij niet. Het was geen grap.

We zaten er een uur, planden de hele keuken, en besloten toen dat we er nog niet uit waren. Ik bood mijn excuses aan, maar het boeide haar gelukkig totaal niet. Leve de onpersoonlijke winkelketens.

Daarna gingen we kijken bij de witgoedwinkel. Die verkopen wat je online kunt kopen, maar dan met meer lulkoek erbij. De winkel was enorm. Er liepen alleen verkopers rond, geen klanten. Daar werden we zo depressief van, dat we wegvluchtten. Ze zouden een paar werknemers moeten vermommen als klanten.

Op hetzelfde bedrijventerrein was een tegelzaak. We hadden ook tegeltjes nodig, boven de spatplint. Zo heet het latje achter het aanrechtblad: spatplint. In de tegelzaak was helemaal niemand. Ze waren open, maar ze hadden het opgegeven. We konden in alle rust tegeltjes kijken, en rustig overleggen welke we ergens anders gingen kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden