COLUMNSylvia Witteman

Scheer nooit uw poes, want daar komt ellende van

Als ik u een goede raad mag geven: scheer nooit uw poes, want daar komt ellende van. Mijn achterlijke kat Lola liet de verzorging van haar langharige vacht dusdanig versloffen dat er uiteindelijk ook voor het meest ingenieuze kammetje (‘furminator’) geen doorkomen meer aan was: het arme beest zat onder de klitten. (tip: probeer die klitten er niet zelf uit te knippen, zeker niet na twee glazen wijn in het schemerdonker met uw verkeerde bril op. Ik zal u de bloederige details besparen, maar er moest een dierenarts aan te pas komen, en het arme beest liep een maand met een soort lampenkap om haar kop, waardoor ze er zo mogelijk nóg achterlijker uitzag dan tevoren.)

Na de affaire met de lampenkap was Lola’s vacht dusdanig vervilt dat er krachtig ingegrepen moest worden. Ik raadpleegde een mevrouw die ervoor doorgeleerd had. Zij besloot Lola, zijnde ‘een beetje oud en een beetje dik’ (háár woorden!) kaal te scheren, dan zou ze daarna ‘zelf overal weer goed bij kunnen’. Aldus geschiedde.

Het resultaat deed ons door de knieën zinken van slappe lach en vertedering. Vanonder die ordeloze pluisberg was een verrassend klein poesje tevoorschijn gekomen. De kortgeschoren vacht voelde heerlijk zacht aan, als fluweel, en geurde naar aardbeienshampoo. Haar hoofdje was behaard gebleven, waardoor het wel op het iele nekje geschroefd leek, en haar eveneens ongedeerde pluimstaart scheen wel twee keer zo dik als tevoren.

Zat het hem in die staart of in de aardbeienshampoo, waar een poes natuurlijk helemaal niet naar hoort te ruiken? Hoe dan ook, mijn ándere kat, de veel jongere Siepie Stalin, begon te grommen, blazen en meppen naar haar plots onherkenbare speelkameraadje. Die arme kale, amper bekomen van het hachelijke avontuur met de tondeuse, kroop rillend van angst en verbijstering in een hoek.

We deden wat we konden. We aaiden links en rechts, we murmelden vriendelijke woordjes, we voerden zowel de agressor als het slachtoffer handenvol snoepjes, we gaven ze elk een sok boordevol gevuld met kattenkruid (een hard drug waarvan ze onder normale omstandigheden in dolgelukkig kwijlende opiumschuivers veranderen); niets hielp.

Dat is nu vijf dagen geleden. Sindsdien wonen wij in de Gazastrook. Onder de bedden loeren boze, bange ogen boven sissende bekjes. Op internet zoek ik naar goede raad. We moeten geduld hebben, heel veel geduld en heel veel tact. Ook moeten we twee extra kattenbakken hebben, en een valeriaanverstuiver voor in het stopcontact, en een speciale ‘vriendschapsspray’, heel veel blikjes tonijn, en een speciaal hekje; en vooral moeten we de begrijpelijke aanvechting weerstaan om Siepie Stalin een enorme rotschop te verkopen.

Wat ik dus maar zeggen wou: scheer nooit uw poes. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden