ColumnSheila Sitalsing

Schandalig dat het hoogste orgaan in de democratie moet smeken om informatie bij een minister

‘Júíst nu’ mag dan wel een onverdraaglijk cliché zijn, een woordenpaar dat we straks samen met Ab Osterhaus, ‘rare tijden hè?’, bierviltjesvirologen en zoom-bellen heel goed in een doosje gaan opbergen tot de volgende virusuitbraak, toch kon ik me donderdagavond niet aan de indruk onttrekken dat Ank Bijleveld diep in haar hart opgelucht was dat het ‘júíst nu’-tijd is. Dat ze wist dat de coalitie haar heus niet zou laten struikelen over een langslepende affaire vol ingrediënten waar een minister eenvoudig over zou kunnen struikelen – júíst nu niet.

Het was de vierde keer, of de vijfde, of de achtste, het voelde als de elfde, dat de minister van Defensie zich in de Tweede Kamer moest verantwoorden voor een ernstige kwestie: 70 doden, burgers van Irak, mogelijk meer, oftewel honderden verwoeste mensenlevens als gevolg van Nederlands militair ingrijpen boven de stad Hawija. Waarbij niet de doden het primaire probleem vormden, want het was oorlog tegen IS en de aanval is naar het zich laat aanzien goed uitgevoerd en burgerdoden zijn een altijd te betreuren maar niet altijd te vermijden risico, maar het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer. Het mogelijk jokken. Of zoals de officiële formulering luidt: het onvolledig informeren van de volksvertegenwoordiging over de gevolgen van een oorlogshandeling die in naam van ons, burgers van Nederland, is uitgevoerd. Een kwestie waar het parlement ‘volledig klaar’ mee is, zoals Salima Belhaj van D66 onlangs nog verklaarde.

Ondanks die vierde, vijfde, achtste of elfde keer slaagde Bijleveld er ook deze keer weer in om erbij te lopen als Alice in Wonderland. Ook zij weet het eigenlijk niet. Ook zij ‘moet het doen’ met de informatie die er is. Ook zij is voor veel details afhankelijk van de Amerikanen, met wie Nederland samen streed tegen IS. Ook zij moet steeds gebrekkige en halve gegevens aan de Kamer overhandigen om ze achteraf te corrigeren. Ook zij ‘ergert’ zich – aan zichzelf, kennelijk. Ook zij doet haar kennis ook maar op bij de Rups met de waterpijp, en deelt deze naar eer en geweten met de Kamer.

Ook zij vindt het ‘een vreemde gang van zaken’ dat journalisten van NRC en NOS wél van alles boven water wisten te takelen. Over wie wat wanneer wist. Over wat de ingeschatte risico’s vooraf waren. Over waarom er zoveel burgerdoden zijn gevallen, terwijl van tevoren heel precies was berekend dat het bombardement van een bommenfabriek van IS zonder noemenswaardige nevenschade zou kunnen verlopen. En: over dat er überhaupt per ongeluk tientallen burgerdoden waren gevallen, want zelfs dat had het ministerie niet onmiddellijk in heldere bewoordingen doorgegeven aan de Tweede Kamer.

Heel knap van die journalisten, vonden ook Kamerleden. Maar voor het overige tamelijk schandalig dat het hoogste orgaan in de democratie, door het volk ingesteld om te controleren hoe de Nederlandse staat handelt in kwesties van leven en dood, moet smeken en dreigen om diezelfde informatie te krijgen van de minister.

Andermaal kreeg Bijleveld een motie van wantrouwen van een groot deel van de oppositie aan haar broek. Alleen Thierry Baudet deed ditmaal niet mee, zijn FvD is zich in rap tempo aan het voegen naar het partijkartel, te beginnen in de Provinciale Staten van Brabant en dat brengt nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee.

Deemoedig beloofde de minister beterschap. Uit de pijp van de Rups kringelde rook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden