Opinie

Schaf referendum niet af vanwege eigen falen

Het was wennen, dat eerste referendum. Maar het ja-kamp mag zich nu geen slechte verliezer tonen.

Stientje van Veldhoven, Alexander Pechtold, Pia Dijkstra en Kees Verhoeven kijken in een cafe aan de Grote Markt naar de uitslag van het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraine. Foto anp

Wat nu? Op 6 april stemt 61,1 procent van de opgekomen kiezers tegen het EU Associatieverdrag met Oekraïne. Weliswaar is de opkomst klein - 32,2 procent van het electoraat komt maar opdagen (de laagste landelijke opkomst ooit). Net boven de drempel, maar toch genoeg om van een geldig referendum te spreken.

Wat is er hier aan de hand? Is de geest na meer dan honderd jaar discussie over referenda - die gevaarlijke plant van vreemde bodem, zoals Ruijs de Beerenbrouck die bestempelde - in Nederland uit de fles? Het ziet er naar uit. Momenteel worden er al weer handtekeningen ingezameld voor volgende referenda tegen het Amerikaans-Europese TTIP-vrijhandelsverdrag en CETA - de Canadese evenknie.

Elke nachtmerrie, elk horrorscenario van referendumtegenstanders lijkt te worden bewaarheid. Het referendum laat zich kennelijke gebruiken voor ondoordachte volksmennerij, resultaten van langjarige onderhandelingen en zorgvuldige afweging en besluitvorming door het parlement worden ermee aan de kant geschopt, het raadgevende karakter blijkt niet meer dan een wassen neus. De referendumolifant en de paljassen die haar berijden, klost met grote modderpoten door de porseleinkast van de Nederlandse poldercultuur.

Onwennigheid

Het minste wat je van de ervaring met het eerste raadgevende referendum onder de Wet raadgevend referendum kunt zeggen, is dat het even wennen was. Het referendum heeft nog geen plek in onze politieke cultuur en gevestigde partijen, instituties en professionele politici weten er geen raad mee. Heel vaardig vuurden de organisatoren en tegenstanders van het verdrag anti-establishment- pijlen af op het totaal verwarde ja-kamp.

Het nee-kamp sloeg om zich heen in de richting van de referendumcommissie, de regering, die kwalijk werd genomen dat ze zich (hoe mondjesmaat ook) mengde in de discussie over voor en tegen het verdrag, en tegen alles wat riekte naar EU, hoger opgeleidenkliek of gezag. En daar heeft de nu zittende 'classe politique' in Nederland geen antwoord op. Wie wil er nu bestempeld worden als 'regent' of verdacht worden? Zeker in het ja-kamp is er sprake van onwennigheid en politieke correctheid - zaken die leiden tot groot gehaspel in de campagne.

Het ja-kamp was veel te laat, wist geen houding te vinden, niet de juiste toon te treffen. Referendumcampagnes zijn namelijk geen verkiezingscampagnes: ze zijn feller, emotioneler en hebben geen naleven (een referendumcampagne is een 'one-off' - je hoeft je bij de strijd niet te bekommeren over de vraag wat er moet gebeuren als jij gelijk krijgt). Meer in het algemeen weet de hoogopgeleide bestuurderstop in Nederland zich geen raad met de problematiek, belangen en emoties van laagopgeleid Nederland (de steden die 'ja' stemden zijn zowat zonder uitzondering universiteitssteden). Paternalisme helpt al zeker niet.

Zuur voor Oekraïners

Nu ja, wennen dus. Een belangrijke les die van 6 april, want dat referendum blijft nog wel even bij ons. Je zou wel een ontzettend slechte verliezer zijn als je na deze ervaring de Wet raadgevend referendum uit het leven zou willen tillen, louter omdat je verloor of niet met het instrument om wist te gaan.

Voor de Oekraïners is het zuur dat ze zo onze referendum-opleiding moeten betalen. Aan de andere kant is het onwaarschijnlijk dat met het Nederlandse 'nee' - dat zeker als 'geen stijl' wordt ervaren door de andere 27 lidstaten - het EU-Associatieverdrag met Oekraïne tot een definitief einde gaat brengen. Grote gedeelten van het Verdrag zijn al voorlopig in werking getreden - dat kan en mag volgens de inwerkingtredingsbepalingen van datzelfde verdrag.

Weliswaar moet het verdrag door alle 28 lidstaten worden goedgekeurd voor volledige werking, maar met die voorlopige inwerkingtreding kunnen we nog heel lang doorgaan. Daar kan alleen een eind aan worden gemaakt door een unanieme beslissing van de EU Raad. Het is maar zeer de vraag of de andere 27 lidstaten mee zullen werken aan het einde van de voorlopige inwerkingtreding.

Ook als we willen heronderhandelen, staan we erg geïsoleerd; het is maar de vraag of de andere lidstaten ons dat gaan gunnen en zo een premie zetten op napleiten via referenda - een riskant precedent. Met het Britse referendum in aantocht is dat niet waarschijnlijk.

Maar hé, wie weet. We mogen dan slecht zijn in referendumcampagnes, 'polderen' kunnen Nederlandse politici als geen ander.

Wim Voermans is hoogleraar staatsrecht aan Universiteit Leiden.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.