Opinie

Schaf het vak geschiedenis op school niet af

De zoveelste poging het vak geschiedenis af te schaffen verdient een krachtig protest. Want leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen niet zonder het schoolvak geschiedenis.

Tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. Foto Martijn Beekman

Momenteel vindt er in het onderwijs, de politiek en samenleving een debat plaats naar aanleiding het advies dat de commissie-Schnabel heeft uitgebracht. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs heeft deze commissie opdracht gegeven een maatschappelijke dialoog te voeren over de gewenste toekomstige inhoud van het primair en voortgezet onderwijs.

Onder de titel Ons Onderwijs 2032 is dit advies inmiddels verschenen. Als de Kamer het advies helemaal overneemt en een plaats geeft in het nieuwe curriculum ziet het er niet best uit voor het vak geschiedenis. Daarom dit krachtig pleidooi voor het behoud van een zelfstandig schoolvak geschiedenis.

De doelen en grondslagen van het vak geschiedenis verschillen te veel van andere schoolvakken om het op te laten gaan in een mens- en maatschappijvak. In het eindadvies Ons Onderwijs 2032 van de commissie-Schnabel wordt een onderscheid gemaakt tussen een kerncurriculum en een keuzedeel.

Het kerncurriculum bestaat uit basisvaardigheden Nederlands, Engels, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid en burgerschap. Tot het kerndeel horen ook drie kennisdomeinen: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie en Taal & Cultuur.

Platform2032 lijkt niet te willen leren van de geschiedenis. Een klein beetje historisch besef van de geschiedenis van het geschiedenisonderwijs leert dat pogingen in het verleden om van bovenaf vakken te integreren, mislukt zijn.

Rol van democratie

Voorbeelden hiervan zijn de invoering van de Basisvorming, de Tweede Fase en het vak Mens & Maatschappij (M&M) in het VMBO. De ontevredenheid over dat laatste vak is groot.

Bijna niemand weet wat de kern en 'het smoel' van dit vak is en de doelen van geschiedenisonderwijs worden er niet bereikt. De commissie-Schnabel formuleert dat leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven naar de samenleving en de leefomgeving te kijken. Bij geschiedenis gaat het dan om een historisch perspectief. Maar het schoolvak geschiedenis heeft de leerlingen veel meer te bieden dan een historische blik op hedendaagse maatschappelijke vraagstukken. Ze moeten kennis hebben van het verleden.

Ze moeten de wordingsgeschiedenis en de rol van de democratie in Nederland kennen. Ze moeten weten dat de Gouden Eeuw niet de vorige eeuw was, maar de zeventiende. Hunebouwers waren niet raar of primitief, maar inventief.

Bij geschiedenis leer je kijken door de ogen van een ander. Leerlingen leren medemensen uit andere tijden en culturen niet in de eerste plaats te beoordelen, maar te begrijpen. Daardoor leren ze ook zichzelf beter kennen.

Geschiedenis mag niet tot een historisch perspectief binnen actuele thema's gereduceerd worden, chronologie en feitelijke kennis mogen niet gemarginaliseerd worden om het beoogde historisch denken en redeneren te kunnen realiseren. Geschiedenis en identiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat maakt ons vak relevant en spannend. Op basis van historische informatie formuleren mensen wie ze zijn, welke grenzen tussen hen en de ander zijn getrokken in de loop der tijd, wat verschillen en overeenkomsten zijn.

Een dergelijke benadering leidt tot reflectie op eigen waarden en normen. Verhalen over het verleden wekken verwondering en verbazing, soms boosheid en ergernis. Geschiedenis nodigt uit tot verbeelding én tot kritisch denken en heeft daarmee een belangrijke rol in de persoonsvorming.

Persoonsvorming

Wie ben ik in deze wereld en wat is mijn taak? Bewustwording van de eigen en andermans standplaatsgebondenheid is een wezenlijk onderdeel van deze persoonsvorming.

De unieke bijdrage van het vak geschiedenis aan de vorming van de leerling is inzicht en overzicht bieden in die enorme wereld die achter ons ligt en tegelijkertijd deel uitmaakt van onze cultuur. Het begrijpen van het heden en het op juiste wijze beslissen over de toekomst, kan niet zonder kennis van de ontwikkeling die ons gebracht heeft waar we nu zijn. Wie niet weet waar hij vandaan komt, weet niet waarheen hij onderweg is. We noemen dit historisch besef. Er zitten schakels tussen verleden, heden en toekomst.

Ook als individu ben je een schakel in een keten van gebeurtenissen, je bent geworden wie je geworden bent door het verleden. Goed geschiedenisonderwijs leidt tot historisch denken en redeneren dat in onze pluriforme en gedigitaliseerde wereld van groot belang is. De toevoeging 'historisch' bij denken en redeneren maakt duidelijk dat geschiedenis een eigen discipline is met een eigen methode. Dit dient zo te blijven.

Als geschiedenis verplicht opgaat in kennisdomeinen met nadruk op onderwijskundige competenties leidt dit tot verwatering van kennis en vakspecifieke vaardigheden.

De leerlingen kunnen niet zonder het schoolvak geschiedenis. Krijgen leerlingen geen geschiedenisonderwijs dan wordt ze een oriëntatie in de tijd en daarmee de zoektocht naar wie ze zijn onthouden. Dat belemmert de vorming van hun persoonlijkheid. We willen deze overtuiging delen met en uitdragen naar onderwijs, politiek en samenleving.

Cees van der Kooij is werkzaam bij de Commissie Toetsing en Examens , bij het project Goed voorbereid naar de pabo en is lid van de VGN, Ton van der Schans is docent geschiedenis aan Driestar Hogeschool en voorzitter van de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN).
Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de visienota die Cees van der Kooij en Ton van der Schans namens de VGN schreven en op vrijdag 4 maart gepresenteerd is op het Tweede Nationaal Geschiedenisonderwijscongres in de EUR.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.