Schaf het minimumjeugdloon af

Scholieren kunnen naar Salou dankzij baantjes die 22-plussers nodig hebben om van rond te kunnen komen. Dit is onrechtvaardig.

Soms krijgt nieuws niet de aandacht die het verdient. Dat geldt ook voor het onlangs gepubliceerde onderzoek van de UvA over laagbetaald werk op de arbeidsmarkt in Nederland. De onderzoekers constateren dat er tussen 1979 en nu een forse stijging aan laagbetaalde uren per hoofd van de beroepsbevolking heeft plaatsgevonden. In hun persbericht kwalificeren de onderzoekers deze ontwikkeling als ‘een blamage voor het poldermodel’.

Uit het hart gegrepen, zeker als je je realiseert dat het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland in diezelfde periode alleen maar is toegenomen.

Terwijl er tal van redenen zijn waardoor deze onwenselijke situatie is ontstaan, is er naar ons idee maar één onorthodoxe, doch eenvoudige remedie om deze aan te pakken. Schaf het minimumjeugdloon af en vervang dit door een algemeen minimumloon.

De toename van laagbetaald werk op de arbeidsmarkt van 10 procent naar maar liefst 18 werpt vragen op over de de Nederlandse werkgelegenheidsgroei de laatste decennia. Goed, er is meer werk gecreëerd, maar wat voor werk eigenlijk?

Op basis van ervaringen in onder meer de supermarkten en de detailhandel, is die verontrusting vaker geuit. CNV Dienstenbond signaleert al jaren dat volwaardige banen in de supermarkt ingeruild worden voor parttimebaantjes. Zij zijn bedoeld voor scholieren, die minder hoeven te verdienen dan het reguliere minimumloon, vanwege het bestaan van een minimumjeugdloon.

Dit geldt ook voor andere sectoren. Terwijl postbodes tien, vijftien jaar geleden nog veelal gezien werden als respectabele fulltimewerknemers, hebben ze sindsdien steeds vaker plaats moeten maken voor goedkope scholieren, die via het uitzendbureau de post bezorgen.

In beide gevallen gaat het om kwantitatieve banengroei. Immers, één werknemer wordt vervangen door twee/drie parttimers. Echter, is de kwaliteit van het werk erdoor verbeterd, bijvoorbeeld door een beter uurloon voor de lager opgeleiden die in dat soort banen actief zijn?

Alleenstaande moeder

Nee dus, aldus de wetenschappers en dat wekt geen verbazing. Immers, voor een werkgever is het gemakkelijker een relatief laag uurloon ‘te verkopen’ aan vier scholieren van 15, die voor enkele uurtjes per week hun zakgeld aanvullen, dan aan een alleenstaande moeder van 30 die een huishouden moet financieren.

Dit soort processen wordt ondersteund door het bestaan van het minimumjeugdloon, dat scholieren en studenten tot aantrekkelijker (want goedkopere) arbeidskrachten maakt dan werknemers boven de 22.

Een fenomeen overigens, waarbij in het buitenland de wenkbrauwen worden gefronst. Het minimumjeugdloon wordt daar eerder met discriminatie van jongeren (omdat ze minder kunnen verdienen) en van niet-jongeren (omdat ze voor een hoger loon moeten concurreren met jongeren) geassocieerd, dan met het garanderen van een fatsoenlijk inkomen.

Wij leven daarnaast in een cultuur die jongeren vooral als consument lijkt te beschouwen en dit kan alleen wanneer er geld in hun laatje zit. Er bestaat immers geen vakantie naar Salou zonder dat er eerst vakken gevuld moeten worden. Vreemd opkijken van dit onderzoek is dus onnodig.

Wegwuiven

De signalen over deze verdringing van volwaardige banen voor lager opgeleiden, door mensen die zo’n baantje vaak niet nodig hebben om van te leven zijn helaas niet ernstig genoeg genomen door de politiek. Zij kon ze ook wegwuiven met dalende werkloosheidscijfers als argument.

De scherpe blik van de UvA-onderzoekers op het hebben van een redelijk uurloon in plaats van op het hebben van een baan op zich (kwantitatieve banengroei) dwingt Den Haag anders te gaan kijken. Mag in plaats van ‘werk, werk en nog eens werk’ nu ook aandacht komen voor de kwaliteit van al dat extra werk?

Volgens de onderzoekers is de belangrijkste oorzaak voor het stijgende aantal laagbetaalde uren per hoofd van de bevolking een combinatie van twee factoren. Aan de ene kant is er sprake van ‘toegenomen concurrentie op de arbeidsmarkt door parttime werkende studenten, scholieren en ‘tweede verdieners’. Aan de andere kant is het minimumloonniveau sinds 1979 qua koopkracht met 20 procent gedaald.

Wetend dat het minimumjeugdloon een percentage is van dit minimumloon, lijkt het afschaffen van het minimumjeugdloon, om het te vervangen voor een algemeen minimumloon, dan ook een goed idee.

Hierdoor wordt voor laaggeschoolde functies het werken met 22-plussers voor werkgevers weer net zo aantrekkelijk als het werken met scholieren en jongeren. Ook kan het principe gelijk loon voor gelijk werk (waarom verdient een 18-jarige caissière eigenlijk minder dan een 23-jarige met evenveel ervaring?) hersteld worden.

Bovendien kunnen dan werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die voor hun levensonderhoud wél afhankelijk zijn van werk, hun concurrentiepositie op de arbeidsmarkt weer verstevigen.

Het is kortom hoog tijd om het gelijke speelveld aan de onderkant van de arbeidsmarkt weer te herstellen. Aan de wettelijk gestimuleerde, oneerlijke concurrentie tussen jongeren en lager opgeleide volwassenen moet een eind komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.