COLUMNDirk poetst

Schaamteloos gebruikmakend van haar euforische stemming stel ik voor het dweilen vandaag te laten

Het vintage vloerkleed met vlekken van cliënt L. blijkt met enige inventiviteit nog te redden.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

‘Hé Poetsjkin, moet je niet dweilen?’ Aan de overkant van de straat zie ik zijn forse gestalte: mijn oude vriend M., die nog altijd niet wil deugen. Ik steek over. ‘Ik lees je wel, hoor, al is die krant van jou tegenwoordig verdomd lastig te krijgen. Maar ja, je weet, ik haat digitaal. Man, de moeite die ik voor je doe!’ Zijn lach klinkt onverminderd hard.

We halen wat herinneringen op aan onze glorietijd en gaan uiteindelijk vrolijk uit elkaar. Ik haast me richting L., mijn vaste cliënt. Ze was ziek, woensdag, dus val ik vandaag in. Het is zaterdagochtend en veel te mooi weer voor de schoonmaak. Als we koffie zitten te drinken vallen me de vlekken in het vintage vloerkleed op. ‘Wat is daar gebeurd?’, roep ik uit. Ik zie L. ineenkrimpen. ‘O, hou op.’

Ze vertelt hoe ze voor de gezelligheid een kaars had aangestoken en dat die plotseling was omgevallen. Het kaarsvet was op het kleed gelekt. Toen ze het met een strijkijzer en toiletpapier wilde verwijderen waren er vlekken en brandplekken ontstaan. ‘Geen ramp, het is toch maar een oud ding’, probeert ze op luchtige toon. Ze heeft ook al op internet gekeken naar een alternatief. Aan alles merk ik dat ze ontdaan is.

Terwijl L. wat in de keuken scharrelt ontdek ik dat, wanneer je het kleed zou omdraaien, de slechte plek precies voor de bank komt te liggen. Met een beetje slinkse opstelling van de bijzettafeltjes valt de schade waarschijnlijk nauwelijks op. Enthousiast vertel ik haar over mijn plan. Ze wil er niet aan. Er komt gewoon een nieuw kleed, punt uit.

Later laat ik mijn blik nog eens door de kamer gaan. Ze ziet me kijken. ‘Denk je dat het wel zal meevallen?’ Ik antwoord dat ik ervan overtuigd ben, en stel voor het te proberen. ‘Lukt het niet, dan rollen we het op en gooien we het in de gang’, reageert ze vastbesloten.

Omdat L. zich nog steeds niet helemaal fit voelt, verwijs ik haar naar een stoel aan de eettafel. Het nait soezen zit echter diep in haar Groningse bloed, en voor ik er erg in heb is ze de zware fauteuil bij het raam al aan het verschuiven. Protesteren heeft geen zin.

Ik rijd het televisiemeubel weg en zuig het stukje vrijgekomen vloer. Dan blijkt dat L. toch ook gewoon Hollands netjes is. Ze wil dat ik dat stukje meteen even dweil. Ik stribbel tegen en dring aan om eerst de grote klus te klaren. Vooruit. Als het kleed terug op z’n plek ligt is ze razend enthousiast. Dit had ze nooit verwacht. Ik eerlijk gezegd ook niet. Op sommige plekken lijkt het wel nieuw.

Schaamteloos gebruikmakend van haar euforische stemming en het feit dat ik zie dat ze moe is, stel ik voor het dweilen vandaag maar helemaal te laten. Ze aarzelt even, maar stemt uiteindelijk in. Met mijn jas reeds aan beloof ik plechtig volgende keer extra goed te zullen poetsen. ‘Tot over anderhalve week!’, roep ik in de deuropening en ik spoed me als een spijbelende puber het fraaie voorjaarsweer in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden