Verslaggeverscolumnin Amsterdam

Schaakboksen is een oefening in zelfbeheersing

Schaakboksen lijkt op het eerste gezicht een sport die moet zijn uitgevonden voor de Monty Python Olympics, tevens leverancier van de hardloopwedstrijd voor mensen zonder richtinggevoel en het freestylen voor niet-zwemmers.

Bij het schaakboksen betreden twee deelnemers een boksring om elf ronden van drie minuten lang afwisselend te snelschaken en elkaar de hersens in te slaan. Wie de ander schaakmat zet of knock-out slaat, wint.

Hierom lachen mag, dat hoort er óók bij – en welke andere sport kan dat in alle ernst zeggen?

Helaas overleed de man die het allemaal zo prachtig kon uitleggen vorige week veel te vroeg aan vermoedelijk een hartstilstand in Berlijn: de Nederlandse kunstenaar Iepe Rubingh, tevens grondlegger van het schaakboksen. Hij werd 45 jaar oud, hij is door vrienden gevonden in zijn huis in Prenzlauer Berg.

Kunstenaar en schaakbokser Iepe Rubingh.Beeld Foto Chess Boxing Club Berlin

In 2003 organiseerde en won Iepe Rubingh in Paradiso in Amsterdam het eerste door hemzelf georganiseerde Wereldkampioenschap Schaakboksen. Hij haalde het idee uit een comic van de Franse tekenaar Enki Bilal. Rubingh woonde sinds eind jaren negentig in Berlijn, net als zijn studievriend Rob Savelberg, die na Paradiso met hem en een paar anderen de Chess Boxing Club Berlin zou oprichten. Ook wel bekend als The Intellectual Fight Club.

Inmiddels zijn er volgens Savelberg zo’n 3.500 schaakboksers in de wereld, met clubs in Engeland, Italië, Turkije, Finland en vooral India, dat 3.000 schaakboksers telt. Ook kinderen worden daar al op jonge leeftijd in getraind.

Rob Savelberg vertelt aan de telefoon vanuit Berlijn dat familie en vrienden nu een afscheid organiseren, maar door de coronamaatregelen mogen maar vijftig mensen bijeen komen, terwijl zij recht willen doen aan de vriendelijke slimme reus Iepe, die ‘leefde in het kwadraat’. De uitvaart zal online worden gestreamd voor schaakboksers in de rest van de wereld.

The Intellectual Fight Club.Beeld Foto Chess Boxing Club Berlin

Nederland telt nog maar één actieve beoefenaar van de sport, halfzwaargewicht Maarten Kamerling (28), die ik thuis in Amsterdam opzoek. Volgens Maarten willen Nederlanders liever kickboksen.

Maarten zou in april schaakboksen op een groot kunstevenement in Parijs, dat nu is afgelast. Hij traint intussen stug door, in zijn tuintje hangen een paar ringen. Met zijn schaakcoach oefent hij online: een grootmeester in Venezuela, ‘want die kan ik tenminste betalen’, voor 15 euro per uur.

De sfeer rond schaakboksevenementen verschilt per land: kunstzinnig in Frankrijk; meer puur sportief in Rusland en Turkije; een kwestie van opvoeding in India. Maarten komt zelf niet bepaald uit de kunstscene: hij is zzp-consultant in onlinemarketing van beroep. Kind van gescheiden ouders, ‘mijn vader was niet heel aanwezig’ en Maarten vond zichzelf op zijn 18de ‘te lief’. Op het hbo was hij de jongste, hij werd gepest. Maarten ging boksen en vond die ‘directe manier van communiceren’ heerlijk.

Maar Maarten Kamerling had als kind al goed leren schaken. Dus toen hij het schaakboksen ontdekte, begreep hij al snel welke speciale strijd met zichzelf dit zou opleveren: wie drie minuten bokst, giert van de adrenaline. En wie wil kunnen nadenken en schaken, moet die adrenaline snel omlaag zien te krijgen, in die ene minuut die je hebt om je handschoenen uit te trekken en een koptelefoon met oceaangeluiden op te zetten (tegen de aanwijzingen voor schaakzetten, die het publiek de schaakboksers toeschreeuwt).

Schaakboksen vereist kortom enorme zelfbeheersing en gaat daarmee op een merkwaardige manier over beschaving. Over het beteugelen van emoties en het temmen van testosteron en adrenaline. Iepe Rubingh wilde met het schaakboksen ook bewijzen dat ‘nerd en de bully’ een schijntegenstelling zijn.

De eerste ronde is altijd een schaakronde. Als bokser die er steeds meer bij ging schaken, legt Maarten Kamerling het meestal af tegen schakers die er meer bij gingen boksen, zoals tegen de Rus Daniel Soloviev. Veel schaken er op Europees niveau. Soms zegt Maartens coach: tijd rekken boven het schaakbord, daarna kun je weer slaan. ‘En dan word ik in de derde schaakronde toch schaakmat gezet.’ Met Daniel Soloviev is hij nu dikke vrienden, ‘dat gebeurt veel bij schaakboksen’.

Doen er ook vrouwen mee? ‘Jazeker wel, absoluut’, zegt Rob Savelberg vanuit Berlijn. Zo’n 10 procent van de schaakboksers is vrouw. Zelfbewust: ‘Boksen is sexy, maar schaakboksen is supersexy.’

‘Schaakboksen geeft een nieuwe definitie aan mannelijkheid’, schreef Iepe Rubingh al: de moderne man beteugelt zijn oerinstincten en is toch geen watje.

Het edele schaakboksen zou kortom best een leuke sport kunnen zijn voor de gefrustreerde jongemannen die de laatste tijd, aangemoedigd door sommige politici en hun groupies, mokkende antifeministische praatjes verkondigen. Moet je wel durven, natuurlijk.

Maarten Kamerling
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden