Sander Donkers mocht als gedupeerde van Amsterdam Light Festival mee op een gratis rondvaart

En hij snapte eindelijk wat er zo mooi was

Sander Donkers. Foto Berto Martinez

Omdat ik vanwege mijn woonlocatie, op het water, door de gemeente beschouwd word als gedupeerde van het Amsterdam Light Festival, werd me een gratis rondvaart voor het hele gezin aangeboden. Zelf had ik, als men zich dan toch om mijn welzijn bekommerde, liever gezien dat er af en toe een gemeentelijke torpedo werd afgevuurd op de armada aan zooiende corpsballen, patjepeeërs op speedboten en sloepjes met strippende paaldanseressen die in de zomer continu aan mijn slaapkamer voorbijtrekt. Maar hé, klagen is voor zeikerds, het was een aardige geste, en bovendien wilde ik die fraaie lichtbouwwerken weleens van dichtbij zien.

Op de grondig verwarmde rondvaartboot troffen we al onze buren en al snel was de stemming dusdanig dat de condens op de glazen ramen ons het uitzicht bijna geheel ontnam. De jolige kapitein liet weten dat er daarvoor op elke tafel 'een hele mooie luxe raamtrekker' lag, maar die hielpen nauwelijks, want door de plensregen werd elk lichtje sowieso vervormd tot een woest op en neer dansende streep. Nu ja, ook mooi. Er was trouwens gratis wijn.

Bladerend door het festivalboekje begon ik me wel een beetje schuldig te voelen. Noem me een barbaar, maar ik had er nooit zo bij stilgestaan dat al die fijne, kleurige lampjes er niet gewoon voor de 'oeh' en 'aah' waren, maar dat ze, zwanger van symboliek, tot nadenken en bezinning moesten stemmen. Dat ze bijvoorbeeld lieten zien 'waar licht de dromen van de mens ontmoet', en vragen stelden als: ligt de essentie van ons bestaan niet onder de oppervlakte?

Het kunstwerk A Necessary Darkness konden we helaas niet zien, mogelijk omdat het gekenmerkt werd door een 'opvallende afwezigheid van licht', maar dat van Ai Weiwei was niet te missen. Een argeloze toeschouwer kon denken dat de kunstenaar zich er nogal gemakkelijk vanaf had gemaakt, met een kilometerslange sliert van rode kerstlampjes, die hij niet eens zélf tegen de kademuren had gespijkerd. Maar als je eenmaal wist dat Ai hiermee een discussie had geopend over de betekenis en consequenties van grenzen, piepte je wel anders.

Althans, dat was de bedoeling. Maar er schalden inmiddels gezellige oud-Hollandse meezingers door de boot, hetgeen de contemplatie ietwat bemoeilijkte. En had ik al verteld van die wijn? Enfin, toen de kapitein vervolgens gortdroog aankondigde dat we een kunstwerk naderden dat, 'ik durf het bijna niet te zeggen... de lantaarnpaal op een voetstuk plaatst', begon er verderop iemand te grinniken, toen nog een, en even later deinde de hele boot hikkend van het lachen mee met Het kleine café aan de haven.

Ach, bedankt lieve gemeente, het was een heerlijk uitje. Misschien raakten we zelfs wel even aan de essentie van ons bestaan.

Meer over