Column Peter Buwalda

Samen met Stevie Wonder in de gevangenis

Peter Buwalda

Je maakt wat mee, thuis.

Het writen neemt de overhand. De goeie ouwe deadline is inmiddels serieus veranderd in death row. Twee keer per dag schuift Jet een bordje eten door het luik en roept een nieuwtje naar binnen. Kort graag, zoals het welbekende ‘Mand!’

‘Femke!’

‘Aanslag!’

‘Duitsers!’

Maak ik er zelf als ik een gaatje heb wel chocola van. ‘Femke Halsema heeft met een brandende auto de Rijksdag geramd.’ Zo blijf ik een beetje bij, wat goed is voor een columnist.

‘Wanneer is de executie?’, vroeg de pakketbezorger, de enige vriend die ik zie.

‘25 september.’

Hij knikte, en gaf me het pakketje. Erin zat Hotter than July van Stevie. Het aardige aan de gevangenis is dat je er keihard muziek mag draaien. Schrijftip: aanleren met harde muziek. Je moet nooit zo worden als Jonathan Franzen. Die kan het alleen met oordoppen in en een slaapmasker voor. Hij typt blind. En doof, dus. En we zitten al in een rolstoel zonder wielen. Nee, ik raad het af. Je merkt het ook aan z’n bakstenen, die worden steeds minder.

Hoewel blind geen excuus is. Neem precies even Stevie. Die werd heel lang steeds beter, vanaf 1961, 11 jaar oud, elke dag een tandje erbij, tot aan 1976, het jaar van Songs in the Key of Life. Z’n beroemde dubbelaar. Al was die overrijp, toch. En niet dat je zegt ‘mand!’ Wat er juist wel weer geweldig aan is, die zoete, bijna-rotte overdaad, de overmoed – hij had er schijt aan. Ik draai die plaat veel, dezer dagen, en uiteraard de vijfsterrenwerkjes ervóór: Talking Book, Innervisions, en Fulfillingness’ First Finale. Niveau Beatles/Prince. Stevie is trouwens de enige met een Beatlescover die béter is.

We Can Work It Out.

Zo zeg, die zag McCartney niet aankomen.

Ik was Stevie overigens bijna misgelopen. Ja, nu wordt het een naar verhaal. Toen ik zelf ongeveer 11 was, namelijk, had hij z’n grootste hit, I Just Called to Say I Love You. Een draak. Wat nog complimenteus is, want tandenlozer krijg je je nummer-1-hits niet. Wekenlang zag ik eerst Adam Curry, dan Stevie met die halfgare telefoon aan z’n schommelende hoofd, en dan weer Curry. Tot volgende week!

Een kwarteeuw stond het deuntje tussen mij en Stevie in. Ik hield hem voor zwakzinnig, maar dan serieus, niet figuurlijk. Ik was 11, en Curry vertelde er niet bij dat Stevie blind was, wat in ieder geval het geschommel had verklaard. Dat ik zijn toptijd nog vóór de urn heb ontdekt, is een gift van de Lord, om het op z’n Stevies te zeggen. Stevie gelooft diep, en ik keur het gewoon goed. Sommige mensen hebben gelijk, ook al praten ze onzin.

Ik kom erop, omdat ik sinds mijn 11de gedacht heb dat Hotter than July bij de late Stevie hoort, de Stevie die al elke dag ietsje slechter werd, de post-Songs in the Key of Life-Stevie, de Stevie die zingend naar huis belt. (Het is een wet in popmuziek, uiteindelijk bellen ook de allergrootsten zingend naar huis.)

Maar nu heeft mijn pakketbezorger Hotter than July afgeleverd en ligt die plaat al drie dagen in de machine. En hij is klasse. Geen meesterwerk, maar het scheelt weinig. Hij hoort er nog gewoon bij. Cash in Your Face, dat vind ik ervan.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.