ColumnStephan Sanders

Rutte toonde gezag, maar met een virus valt niet te onderhandelen

Beeld .

Precies twee weken geleden dubde ik: in deze column wel of niet over corona schrijven en alles wat erbij komt. Dat was twee weken geleden in Nederland veel minder dan nu en ik besloot: nee, er stond al zo veel over in de krant. En je moet je medemens niet nodeloos vervelen.

Daarom schreef ik over Ontvadering, het pamflet van psychoanalyticus Frank Koerselman, waarin hij ‘het einde van de vaderlijke autoriteit’ beschrijft. Je kan algemener spreken van een gezagscrisis, omdat wij eigentijdse Nederlanders steeds meer redeneren volgens de richtlijnen van de dating bureaus: ‘Heb ik een klik met deze wet, voel ik chemie met deze maatregel?’ Een paradoxale formule: de eigen navel als richtsnoer voor ons allen.

Na dat stukje ging ik naar de film met een vriend die me bij wijze van begroeting omhelsde. Ik zei dat-ie dat niet moest doen en deed iets ­Indiaas terug. We moesten er om grinniken. Na de voorstelling in Eye Amsterdam naar het restaurant, ­redelijk goed bezet, nog één tafeltje vrij: een flinke lunch en een glaasje wijn erbij.

‘Opfietsen’ naar verschillende huizen, er moest een omweg worden gemaakt en dat was alleen maar fijn, want zo konden we bijpraten.

Ik heb die dag in mijn agenda achteraf gemarkeerd als ‘onbekommerd’ en ik begrijp steeds beter dat het voorlopig de laatste van die soort was.

Een paar dagen later moest premier Rutte iets belichamen waar, in de woorden van Ariejan Korteweg (de Volkskrant) ‘en masse behoefte aan was: autoriteit’. Nu is Rutte geen man die ik snel zal verdenken van ‘vaderlijke autoriteit’, maar in al zijn jongensachtigheid straalde hij wel degelijk gezag uit. Niet het lompe, voorvaderlijke gezag dat simpelweg bevelen geeft en op elke vraag antwoordt: ‘Waarom? Daarom.’

Alleen al het feit dat Rutte een aantal keuzen voorlegde en die becommentarieerde, moet de vader uit 1930 een gruwel zijn geweest. Ook was de toespraak van de premier er niet een uit het boekje van de ‘onderhandelingshuishouding’, zoals de socioloog Abram de Swaan die eerder benoemde. Denk daarbij aan een gezin waar tegengestelde belangen, ook die van de kinderen, door onderhandelen met elkaar worden verzoend.

Maar met het virus valt niet te onderhandelen. Het is ook geen oorlog, want het virus is geen mens. Maar wel moeten er acuut beslissingen worden genomen. Verder moest Rutte, weer later, weer zonder te ­blaffen, met twee vakministers de mensen thuis overtuigen. En wel zo, dat die zich naar de voorgeschreven richtlijnen zouden gaan gedragen. Dat is toch iets anders dan de sergeant die zijn legereenheid toebrult. Dat was het huzarenstukje dat Rutte en de zijnen leverden, laverend tussen bevel en onderhandeling. Of het voldoende is, moet blijken.

We zitten nu eindeloos thuis. ‘In de verveling beleven wij een fragment van de eeuwigheid’, citeer ik een andere socioloog, Johan Goudsblom, zojuist overleden.

Gaat het om politici, dan toch liever een die met grote tegenzin een aantal burgerlijke vrijheden opschort, dan iemand die niet kan wachten eraan te beginnen. Het gaat niet alleen om fermheid, maar vooral om de effectiviteit van fermheid.

Is de machopolitiek zoals de ­Chinese leiders die lieten en laten zien, en die ze willens en wetens te laat hebben ingezet, op de lange ­termijn doeltreffend? Het valt nog niet te zeggen.

In ieder geval kun je twee verschillende typen van autoriteit onderscheiden: de een is het erom te doen vóór alles zijn gezag te laten gelden, en het tweede type grijpt naar zijn gezag om daarmee iets anders voor elkaar te krijgen. Doel en middel. ­Gezag als middel.

Rutte maakt niet de indruk deze crisis te gebruiken om zijn ego te stutten.

In de tussentijd is het ons misschien gegeven na te denken over de vrijheden die we nu noodgedwongen beperken. Nee, ik geloof niet in de ‘heilzame werking’ van deze crisis. Maar een land als het onze heeft behoefte aan een zeker, democratisch idee: waar was het ook alweer goed voor, vrijheid? Wat missen we dezer dagen, terwijl we het lang als vanzelfsprekend hebben ervaren.

Er zijn politici nodig die wij gezag willen toekennen. Maar wat moeten zij namens ons verdedigen?

Dit stukje was trouwens geen kwestie van dubben-doen: er is even niks anders dan dit rotvirus.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden