Essay

Rutte is de kurk op de formatie. Zolang hij zich niet verroert, staat hij voortgang in de weg

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

De wijze waarop de kabinetsformatie verloopt, zet de verhouding tussen overheid en burgers verder op scherp. De claim van Mark Rutte op de post van minister-president verlamt de besprekingen, stelt politiek redacteur Ariejan Korteweg.

‘Er is een grondige bezinning nodig op de verhouding tussen overheid en burgers, en daarmee op de rol die de overheid in het leven van mensen moet en wil spelen.’ Met die vaststelling eindigde bijna drie maanden geleden op deze plek mijn terugblik op een voorjaar waarin zich een politieke omwenteling leek aan te kondigen. Wie twijfels heeft over het nut van zo’n politieke bezinning, moet er het verhaal van collega Jonathan Witteman nog eens bij pakken, twee weken geleden in de Volkskrant. Hij beschreef de overheid als een dove en blinde machine die het leven van mensen kan slopen en daar niet op is aan te spreken. Zonder de toeslagenaffaire hadden we misschien moeite gehad te geloven dat zoiets in Nederland aan de orde van de dag is.

De wijze waarop de formatie verloopt, zet de verhouding tussen overheid en burgers verder op scherp. Als vijf maanden na de verkiezingen partijen nog steeds niet in staat zijn te zeggen wie met wie wil regeren, krijgen de stoere woorden die in de lentedebatten werden gebezigd een ander perspectief. De nieuwe bestuurscultuur waarover werd gesproken, is uitgemond in besluiteloosheid en beslotenheid. Op alle niveaus zit de politiek potdicht.

Dat wordt zichtbaar als staatssecretaris Ankie Broekers-Knol al heel lang gezinshereniging voor asielzoekers blijkt te hebben bemoeilijkt, en pas als ze wordt betrapt, de regeling snel aanpast. Dat blijkt als de Kamer ook na lang aandringen geen helder zicht krijgt op de voorbereiding van de evacuatie uit Afghanistan. Het spreekt uit de benoeming van bewindspersonen die hun Kamerzetel wilden behouden.

Onnavolgbare beslotenheid

In eenzelfde onnavolgbare beslotenheid speelt de formatie zich af. Elke nieuwe dag wordt het wederzijdse wantrouwen gevoed. Het ‘werken langs de lijnen van de inhoud’, door Mark Rutte en Sigrid Kaag beloofd, is ver achter de horizon verdwenen.

‘Tijd kopen’, dat is de term die in het Haagse wordt gebruikt voor de tactiek die wordt toegepast. De tijd die gekocht wordt, moet de afstand tot begin dit jaar vergroten, toen eerst het kabinet aftrad wegens wanbeleid en vervolgens de minister-president een motie van wantrouwen ternauwernood overleefde. De beelden van een betrapt kijkende minister-president, een furieuze Kaag en een bedremmelde Hoekstra moeten van het netvlies af voordat aan een nieuwe regering kan worden gewerkt.

De paradox is dat de urgentie van die nieuwe bestuurscultuur, van die roep om meer dualisme tussen Kamer en regering, dus eerst moet verstommen voordat een regering kan aantreden die zal beloven er werk te maken.

Ongeacht wie uiteindelijk aanschuiven zal één woord prominent in een nieuw regeerakkoord figureren: vertrouwen. Een nieuwe regering zal zich diep doordrongen tonen van het verlangen het vertrouwen te herstellen. Vertrouwen dat van twee kanten beschadigd is. De overheid wantrouwt de burger, de burger is zijn geloof in de overheid kwijt.

Het vorige regeerakkoord ging ook over vertrouwen. Het stond zelfs in de titel: Vertrouwen in de toekomst. Het stuk is vier jaar oud en lijkt uit een ander tijdperk te stammen. Dit is de eerste alinea: ‘In Nederland gaan individuele vrijheden en een hecht collectief hand in hand. Hier kan iedereen de ambitie najagen om over de hoogste lat te springen, in de zekerheid dat er een vangnet is als dat nodig is. De zorgen die er ook zijn, delen we. Als het erop aankomt, lossen we in Nederland problemen samen op. Daarmee hebben we alles in huis om de grote vraagstukken van deze tijd aan te kunnen.’

Zo beschrijf je een land waar alleen de laatste imperfecties moeten worden weggewerkt; de middelen daarvoor zijn al voorhanden. Wat een heerlijke tijd moet dat zijn geweest.

Afgeschminkt

Sindsdien is het nodige veranderd. De overheid is door de toeslagenaffaire, de afhandeling van de gaswinningsschade in Groningen, de aanpak van de pandemie en talloze incidenten afgeschminkt: de schijn van welwillendheid en betrouwbaarheid is verspeeld.

Tegelijk laat de burger sinds Rutte III veel luider van zich horen. Deels via officiële kanalen, zoals referenda, burgerraadplegingen en petities. De vaardigheid om met sociale media de politiek onder druk te zetten is gegroeid. De straat is terug van weggeweest; er zijn manifestaties en protesten, ook als het niet mag. En – een stap verder – politici worden geïntimideerd en lastiggevallen. Minister Hugo de Jonge vertelde in een interview dat zijn kinderen om die reden liever niet meer met hem over straat gaan.

Dan is er nog de bijsturing door uitspraken van de rechterlijke macht (Urgenda, Shell), door initiatieven vanuit de polder (sociaal akkoord, klimaatakkoord), door wetenschappelijk onderzoek. Alternatieve vakbonden zijn ontstaan, er is een alternatieve boerenorganisatie, naast het OMT kwam een Red Team. De buitenparlementaire invloed groeide exponentieel.

Politici zijn daarvoor sterker ontvankelijk omdat de middenpartijen in ideologisch opzicht poreus zijn. Er is niet zo veel overgebleven wat hen van elkaar onderscheidt. Zo kan het gebeuren dat PvdA en GroenLinks veel aanknopingspunten zagen in een door VVD en D66 geschreven aanzet voor een regeerakkoord, en hun onderlinge verschillen amper nog kunnen benoemen. Dat werkt de groei van flankpartijen in de hand, die wel ideologisch vastberaden zijn omdat ze zich organiseren op deelbelangen en de nadruk verleggen van het vele wat we gemeen hebben naar het weinige wat ons scheidt.

Alle middenpartijen maken vergelijkbare analyses. Ze onderkennen de stikstofcrisis, klimaatcrisis, wooncrisis, kansenongelijkheid – hun oplossingen verschillen vooral in intensiteit en snelheid. Als de politieke verschillen zo klein zijn, mag het een wonder heten dat de formatie niet op gang komt. Er moet dus iets anders aan de hand zijn.

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Wantrouwen

Vijf maanden geleden hield de Tweede Kamer een publiek functioneringsgesprek met Mark Rutte. Dat pakte voor hem slecht uit; de onvrede was groot en zowat Kamerbreed. De minister-president bleek zijn geloofwaardigheid te hebben verloren. ‘U heeft Rutte de facto onthoofd’, zei Geert Wilders op zeker moment tegen Kaag. En inderdaad, Kaag leek met haar politieke opponent af te rekenen. Ware het niet dat zoiets haar bevoegdheid te boven ging.

Sindsdien lijkt er een taboe op het onderwerp te rusten. Toen op de PvdA-ledenraad vorig weekeinde werd gevraagd of de partij wel zou moeten willen regeren met Rutte, werd die kwestie niet-ontvankelijk verklaard; eerst maar eens aan tafel zien te komen.

Kan het zo zijn dat Mark Rutte zich één keer te vaak herkiesbaar heeft gesteld? De moties van wantrouwen en afkeuring waarover vijf maanden geleden werd gestemd, golden niet de VVD als zodanig. Het wantrouwen richtte zich op één persoon wiens vingerafdrukken zitten op alle dossiers waarin de overheid de afgelopen jaren faalde. Zelden als eerstverantwoordelijke, wel als de man die problemen niet snel genoeg benoemde en herkende, en oorzaken niet aanpakte.

Van de vijf partijen die naast de VVD werden genoemd om te formeren, zegden er drie (PvdA, GL en CU) hun vertrouwen in Rutte op, de andere twee (D66, CDA) spraken in zware bewoordingen hun twijfels uit. Al die partijen zouden geloofwaardigheid inleveren door alsnog met Rutte in zee te gaan. Dat geldt het sterkst voor Sigrid Kaag, die zetelwinst boekte met de belofte van nieuw politiek leiderschap, maar in een kabinet-Rutte IV die bestuurlijke vernieuwing gestalte zou moeten geven onder de vleugels van degene die symbool staat voor waarmee zij wil afrekenen.

Management als hoogste ambacht

Onder Mark Rutte is management het hoogste politieke ambacht geworden. Wie wilde meedoen, diende zich aan te passen – het CDA kan ervan meepraten, de PvdA nog meer. Denk aan de uitruil waarmee het regeerakkoord van Rutte II tot stand kwam, denk aan de volstrekt pragmatische benadering van onderwerpen als discriminatie, asielbeleid, belastingmoraal (dividendbelasting), onderwijsongelijkheid.

In plaats van politiek bedrijven vanuit op een wereldbeeld en maatschappijvisie gefundeerde opvattingen, is besturen het hoogste doel. Vraag het Hoekstra of De Jonge: ze voelen zich meer bestuurder dan politicus, willen liever zaken regelen dan de grondslagen uitdragen van de partij waaruit ze voortkomen. Mark Rutte is als bekwaam bestuurder een grootmeester in het verkleinen van verschillen. Dat vergemakkelijkt zijn werk, maar is fataal voor een dynamische politieke cultuur.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat Rutte een man is met grote talenten. Hij weet – denk aan het begin van de coronacrisis – eenheid te creëren, maakt voor een politicus ongekend weinig vijanden, kent de dossiers, heeft stamina, is sterk in het debat en amicaal in de omgang. Prachtige vaardigheden die hem in staat stelden drie kabinetten lang tamelijk moeiteloos zijn post te bekleden.

Die tijd is voorbij. Rutte is geen deel meer van de oplossing, hij is het probleem: wat moeten we met Mark? Dat de regeringsvorming vijf maanden stillag, komt doordat de naam van een volgend kabinet met onuitwisbare inkt is geschreven: Rutte IV. Wie er ook gaat regeren: het zal zijn onder leiding van de man met veruit de meeste voorkeurstemmen (1.988.651 stuks, zowat 1 op de 5 stemmers); zijn aanblijven is voor de VVD de garantie voor gunstige peilingen.

Over de houdbaarheid van Kamerleden heeft de VVD strakke opvattingen. Na twee termijnen – bij hoge uitzondering drie – moet plaats worden gemaakt voor verse krachten. Dat leidt tot een voortdurende instroom aan onervaren Kamerleden, die weer verdwijnen tegen de tijd dat ze dossierkennis en profiel hebben opgebouwd.

Politieke monocultuur

Verzuimd is die afspraak ook te laten gelden voor de minister-president. Sterker nog, de machinerie van de VVD is erop gericht Rutte tot het einde der dagen in het zadel te houden. De partij creëerde een politieke monocultuur waarbinnen politieke talenten amper tot wasdom kunnen komen. Eventuele opvolgers – Schippers, Dijkhoff, Zijlstra – hebben de politiek verlaten. Andere VVD-politici krijgen niet de tijd ervaring op te doen.

Voor de meeste klassieke partijen is het 5 voor 12, ook onder hun trouwste achterban groeit de onvrede. Een radicale herbronning is nodig, waarbij partijen zich bezinnen op waartoe ze ooit zijn opgericht en hoe dat in politiek handelen moet worden vertaald.

Dat kost tijd, en er zijn omstandigheden die juist tot spoed aanzetten. Zo wacht het CDA volgende week een mogelijk cruciaal congres, PvdA en GroenLinks moeten zich bezinnen op een eventuele gezamenlijke toekomst. De terugkeer van Pieter Omtzigt, die rond Prinsjesdag in Den Haag wordt verwacht, kan als katalysator werken voor democratische verhoudingen.

Een volgende regering wacht een rotsachtig parcours met minstens drie parlementaire enquêtes: over de toeslagenaffaire, de aardgaswinning in Groningen en de aanpak van corona. Bij alle drie staat de relatie tussen overheid en burger centraal. Ook dat zal zijn weerslag hebben op het functioneren van een volgend kabinet.

Maar voor het zover is, moet de onvermijdelijkheid van Mark Rutte ter tafel komen. Hij is de kurk op de formatie, zijn claim op de post van minister-president verlamt de besprekingen, ook als aan een minderheidskabinet wordt gebouwd. Dat lijkt hij zelf ook te beseffen. Van een zittende minister-president die de verkiezingen wint, zou je verwachten dat die de regie naar zich toe trekt, zoals in 2012 en 2017. Van die aanvechting is niets te bespeuren. Dat ook de Tweede Kamer die regierol niet op zich neemt, zorgt voor extra vertraging.

‘In elke generatie heb je hooguit een enkele staatsman, Rutte is er een’, schreef ik anderhalf jaar geleden, nadat de minister-president vanuit het Torentje de natie had toegesproken over de pandemie. Een staatsman weet wanneer het moment is gekomen dat zijn aanwezigheid voortgang in de weg staat. Ook dat draagt bij aan herstel van vertrouwen, minstens bij de 8.474.026 mensen die op een ander stemden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden