Opinie

Rutte, erken Armeense genocide

Erkennen en herdenken van de Armeense genocide zijn van essentieel belang voor het besef dat tolerantie en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn.

Een Armeense demonstratie in Marseille. Beeld afp

Vanaf april 1915 vond in het Ottomaanse Rijk (voorloper huidig Turkije) een genocide op het Armeense en op andere christelijke volken plaats. Nu, 101 jaar later, heeft de Nederlandse regering deze uitroeiing van mensen én cultuur nog steeds niet erkend.

Als jonge generatie Nederlanders doen we een klemmend beroep op onze regering en minister-president Rutte in het bijzonder om de grootste Europese genocide na de Holocaust te erkennen en actief Turkije op te roepen hetzelfde te doen.

Uitgemoord

In april 1915 begonnen de leiders van het Ottomaanse Rijk een ongekende zuiveringscampagne tegen de Armeniërs, Syrisch-orthodoxe christenen en Pontische Grieken. De christelijke volken hadden eeuwenlang samengeleefd met de Turkse bevolking, maar werden tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin het Ottomaanse rijk meestreed aan Duitse zijde, gewantrouwd en via een vooropgezet plan uitgemoord.

Leiders van gemeenschappen werden opgepakt en geëxecuteerd, dorpen en steden leeggeroofd, kerken en huizen vernield, inwoners opgepakt, gemarteld, verkracht en ter plekke vermoord of op een van de lange dodenmarsen naar het huidige Syrië en Libanon gestuurd. Slechts enkelingen overleefden dit systematische geweld.

Protest en tegenbewegingen, ook onder de plaatselijke bevolking, werden hardhandig onderdrukt. Deze hele campagne werd van staatswege zoveel mogelijk verhuld, ontkend en gebagatelliseerd.

De internationale associatie van genocidewetenschappers heeft de genocide meerdere keren expliciet erkend. Daarnaast erkende het Europees Parlement de genocide al in 1987 (!). Veel afzonderlijke landen volgden met het erkennen van deze historische catastrofe. Duitsland sloot recent de rij door in de Bondsdag met overweldigende meerderheid in te stemmen met de motie die de Armeense genocide erkende.

Hoewel Ataturk in 1919 zelf verklaarde dat de acties tegen de Armeniërs onmenselijk waren, blijft Turkije tot op de dag van vandaag ontkennen dat er sprake is geweest van genocide.

De Nederlandse Tweede Kamer erkende in 2004 met de motie-Rouvoet de Armeense genocide. De Nederlandse regering spreekt echter liever van de 'Armeense kwestie' om zo de Turken niet voor het hoofd te stoten. De Turken en de Armeniërs moeten er met elkaar uitkomen, zo luidt het devies. Hiermee doet de Nederlandse regering de systematische uitroeiing van Armeniërs in 1915 en 1916 tekort.

Nederland als voortrekker

Nederland stelt in zijn buitenlandbeleid mensenrechten al decennialang centraal en is het thuisland van het Internationaal Strafhof. Dat hof heeft jurisdictie over de hele wereld, wanneer de VN-Veiligheidsraad vindt dat er een nieuwe genocide plaatsheeft. Nederland zou hier dan ook een voortrekkersrol in moeten spelen.

Hoe geloofwaardig is Nederland nog wanneer de 'goede betrekkingen' met Turkije voldoende reden zijn om een volkerenmoord te ontkennen? Juist het huidige Turkije oproepen tot erkenning van deze genocide zou in overeenstemming zijn met de Nederlandse traditie van het uitdragen van mensenrechten.

Als jonge Nederlanders zijn wij opgegroeid in relatieve rust en grote weelde. Deze welvaart en vrijheid brengen de verantwoordelijkheid met zich mee onszelf te vergewissen van een vreselijke gebeurtenis als de Armeense genocide. We moeten blijven beseffen wat mensen elkaar kunnen aandoen. Dit maakt ons bewust dat tolerantie en een vrije samenleving niet vanzelfsprekend zijn en dat het veel vraagt om die in stand te houden. Erkennen en herdenken van onder andere de Armeense genocide zijn daarvoor van essentieel belang. Dit zou de Nederlandse regering moeten begrijpen.

Daarom roepen wij onze regering op om de Armeense genocide te erkennen en te benoemen en daarbij Turkije actief aan te sporen exact hetzelfde te doen.

Julius Terpstra voorzitter CDJA
Lyle Muns voorzitter DWARS
Elene Walgenbach voorzitter Jonge Democraten
Bart van Bruggen voorzitter Jonge Socialisten in de PvdA
Matthijs van de Burgwal voorzitter JOVD
Erik-Jan Hakvoort voorzitter PerspectieF
Sebastiaan Wolswinkel voorzitter PINK!
Merel Stoop voorzitter ROOD jong in de SP
Willem Pos voorzitter SGPJ

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.