Rondvraag

Rondvraag aanslagen: 'Er is geen strategie voor wat er op ons afkomt'

De reeks bloederige aanslagen in Parijs roept de vraag op: moeten we in Nederland bang zijn voor soortgelijke aanslagen? En wat zou nu de eerste stap moeten zijn van de politiek leiders? Een rondvraag langs deskundigen en opiniemakers.

Een van de getroffen cafés in Parijs. Beeld afp

Terreurdeskundige Beatrice de Graaf, verbonden aan de Universiteit Utrecht:

'Of we bang moeten zijn? Dat is natuurlijk al langer zo. Het dreigingsniveau in Nederland is niet voor niets substantieel. De enige reden dat het dreigingsniveau niet op z'n hoogst staat, is dat er geen concrete aanwijzing voor een aanslag is.

'Er is wel een wezenlijk verschil tussen Nederland en Parijs en dat is de schaal. In de Parijse banlieues heb je grote gebieden die als no-go-areas gelden voor de politie, waar de daders met hun kalasjnikovs zich aan het zicht hebben kunnen onttrekken. Dat is in Nederland veel lastiger. Daarnaast heb je daar veel grotere groepen salafisten wonen dus de steun van de achterban is groter.

'Nederland en Groot-Brittannië hebben de laatste tijd enorm geïnvesteerd in eyes en ears in de buurt om radicalisering op te sporen. Men heeft heel goed in de gaten wat er speelt in de wijk door contacten met imams, jeugdwerkers en andere netwerken. Frankrijk heeft een andere aanpak gekozen, namelijk die van repressie: hard optreden als er iets gebeurt. Bij dit type aanslagen moet je het niet hebben van de nationale inlichtingendiensten maar van de lokale informatie. Kennelijk was er in Frankrijk toch de ruimte om dit te organiseren.

'We weten op dit moment nog niet of de daders kort geleden uit Syrië zijn gekomen om deze aanslag te plegen of dat het jongens zijn die al lang in Frankrijk wonen, de zogenoemde homegrown terroristen. Dit is een wezenlijk verschil dat om een andere aanpak vraagt. Bij groep één moet je de grenzen beter in de gaten gaan houden, bij groep twee komt het dus op lokale inlichtingen aan.'

Beatrice de Graaf. Beeld anp

Martin Sommer, politiek commentator van de Volkskrant:

'We moeten nooit bang zijn. Een van de belangrijkste vragen is: wat mogen we nu van onze bestuurders verwachten? Politici blijven in hun eerste reacties hangen in 'het is vreselijk' en 'we moeten tolerant' zijn. Jesse Klaver van GroenLinks hoorde ik meteen zeggen 'dit gaat niet over religie maar over terrorisme'. Rutte had het over 'idiote barbaren' en 'griezels'. Terwijl het natuurlijk wel over de islam gaat. Deze mensen schieten in naam van Allah anderen mensen dood. Het laat zien dat bestuurders geen antwoord hebben op wat er nu speelt. De bevolking heeft het namelijk wel over de islam. Dit gaat langzamerhand een geweldig groot probleem worden.

'Je ziet het ook bij de vluchtelingen. Daar zeggen bestuurders: we begrijpen uw zorgen en uw angst. Maar wat komt er dan? Er komt niks.

'Wat er nu concreet moet gebeuren? De grenzen moeten bewaakt worden, en we moeten niet meer dan vijftigduizend vluchtelingen opnemen. Ik noem maar een getal. Met gezinsherenigingen komt dat aantal op honderdduizend mensen. Dat is het. Het zal moeite genoeg kosten om die mensen te laten integreren. Natuurlijk moeten we ons best doen voor vluchtelingen, maar de burgers moeten ook weten dat dit geen open einde regeling is. Op een gegeven moment houdt het op.

'Ik ben benieuwd wat er nu in Duitsland gaat gebeuren. Daar zit ook een enorme spanning waarbij dagelijks protesten tegen asielzoekerscentra zijn.'

Martin Sommer. Beeld Martijn Beekman

Bibi van Ginkel, terrorisme-expert van Clingendael:

'Je hebt twee soorten van bang zijn. Het ene soort zorgt ervoor dat je alert bent en niet onvoorzichtig wordt. Dat is een functionele angst, bijna een soort oerinstinct. Daarnaast heb je het soort bang zijn dat de samenleving kan verlammen. Dit laatste soort kun je nu niet goed gebruiken. Het is namelijk precies waar de terroristen op uit zijn. Dat Parijs in paniek is, is goed voorstelbaar. Voor ons hier is die angst veel minder nuttig.

'Leiders moeten nu kijken naar wat verstandig beleid is en gepaste maatregelen nemen. Je kunt denken aan het extra bewaken van de grenzen, het uitwisselen van informatie tussen de inlichtingendiensten, het bewaken van bepaalde mensen en gebouwen. Ik hoorde een extreemrechtse Franse politicus zeggen dat alle mensen die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met een radicale groepering moeten worden vastgezet. Dat gaat wel erg ver. Je moet zoveel mogelijk samenwerken met de opsporingsdiensten om zo snel mogelijk in kaart te brengen wie hierachter zitten en of er ook nog andere actieve cellen zijn.

'Bij de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo kon je nog denken dat het een gerichte actie was met het doel bepaalde mensen te raken. Die redactieleden stonden op een lijst van IS en Al Qaida. Bij de recente aanslagen gaat het om willekeurige voorbijgangers. Dat versterkt de ongerustheid. Deze aanslagen doen denken aan een puzzel van verschillende aanslagen die we eerder hebben gezien: de aanslagen in 2008 in Mumbai waar o.a. een restaurant, hotel en bioscoop werden geraakt, de aanslag op het Westgate-winkelcentrum in Kenia en de aanslag op het Doebrovkatheater in Moskou in 2002.'

Bibi van Ginkel. Beeld -

Ko Colijn, directeur van instituut Clingendael:

'Als ik de verklaring van IS lees, begrijp ik dat Frankrijk het topdoel is. Ze noemen het land 'het centrum van perversiteit'. President Hollande wordt een imbeciel genoemd, het is nu nog onderbelicht dat hij een concreet doelwit was. Dus ik denk dat Nederland geen mikpunt is maar dat Frankrijk heel bewust is uitgekozen.

'Onze leiders moeten nu verharding en polarisatie voorkomen. Ze moeten niet zeggen: we hakken ze in de pan en gaan ze verslaan. Ze moeten een boodschap van standvastigheid uitstralen. Het is belangrijk dat ze niet zwijgen maar zeggen 'we zullen ons verdedigen', zelfs tegen elke prijs, maar niet op een manier die Wilders in de kaart kan spelen. Ze moeten niet vervallen in populisme dat we niet meer zelf in de hand hebben.

'Verder is het goed dat asielzoekerscentra nu extra worden bewaakt, al moeten we daar niet te veel de nadruk op leggen om geen slapende honden wakker te maken.

'Europese leiders moeten hier samen op reageren en met één stem spreken, we hebben immers allemaal te maken met teruggekeerde jihad-strijders.'

Ko Colijn. Beeld .

Paul Brill, buitenlandcommentator van de Volkskrant:

Het lijkt me dat er twee lessen moeten worden getrokken uit het Parijse drama:

1. Er moet nu echt serieus werk worden gemaakt van een veel betere bewaking van de Europese buitengrens. Die is zo poreus als wat, en daar kunnen we niet langer in berusten. Weer een noodverbandje hier en daar is volslagen onvoldoende.

2. In bredere zin: Europa moet een politiek antwoord formuleren op de bedreiging die uit het Midden-Oosten komt. We zijn nu enorm bezig met de humanitaire gevolgen en met pappen en nathouden, maar er is geen heldere analyse van wat er op ons afkomt, en dus ook geen consistente strategie. Die is hard nodig nu IS zijn strijddoel aanmerkelijk lijkt te verbreden: niet alleen de vestiging van het kalifaat (dus gericht op verdediging en expansie van zijn grondgebied), maar ook gerichte aanvallen op vijandelijke doelen elders in de wereld. Dat laatste was tot nu toe bij uitstek de missie van Al Qaida.

Of er IS-terroristen in Nederland zijn? De kans lijkt me klein, maar na Parijs, waar de Franse veiligheidsdiensten toch bepaalde dingen over het hoofd hebben gezien, ben ik niet zo zeker of we volledig kunnen vertrouwen op de geruststellende woorden van onze diensten.'

Paul Brill. Beeld Kick Smeets
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.