Opinie

Rollen in geopolitiek worden omgekeerd

Geopolitiek Niet het Westen pleegt nog militaire interventies, maar landen als Rusland, China en Saoedi-Arabië.

Chinese soldaten patrouilleren op Woody Island in de Zuid-Chinese Zee, 29 januari. Beeld REUTERS

De gevolgen van de Russische interventie in Syrië strekken zich uit tot ver buiten het Midden-Oosten. De militaire campagne van het Kremlin heeft de balans doen omslaan ten gunste van de Syrische regering en heeft de poging tot een politieke compromis te komen ter beëindiging van de oorlog doen mislukken. Zij luidt ook een nieuw tijdperk in, waarin grootschalige militaire interventies niet worden uitgevoerd door westerse coalities, maar door landen die handelen in hun beperkte eigenbelang, dikwijls in strijd met het internationaal recht.

Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben in het debat over internationale militaire actie sterke, interventionistische westerse krachten tegenover zwakkere landen als Rusland en China gestaan. De leiders van laatstgenoemde landen betoogden steeds dat de nationale soevereiniteit heilig en onschendbaar is. De ontwikkelingen in Syrië duiden erop dat de bordjes inmiddels verhangen zijn. Terwijl het Westen steeds minder behoefte heeft getoond om tussenbeide te komen - vooral als het om grondtroepen gaat - bemoeien landen als Rusland, China, Iran en Saoedi-Arabië zich juist steeds nadrukkelijker met de zaken van hun buurlanden.

In de jaren negentig hebben westerse landen, na de genocides in Rwanda en op de Balkan, de doctrine van de 'humanitaire interventie' ontwikkeld. Deze Responsibility to Protect (R2P) stelde landen verantwoordelijk voor het welzijn van hun bevolking en dwong de internationale gemeenschap in te grijpen als regeringen er niet in slaagden burgers te beschermen tegen massale wreedheden - of als ze zelf hun burgers bedreigden. De doctrine gooide het concept van nationale soevereiniteit overboord, en in landen als Rusland en China werd zij al snel gezien als een vijgenblad voor door het Westen gesponsorde regimeverandering.

Mark Leonard is directeur van de European Council on Foreign Relations.

Potentieel voor instabiliteit

Daarom is het op zijn zachtst gezegd ironisch dat Rusland een concept hanteert dat vergelijkbaar is met R2P ter rechtvaardiging van zijn interventie in Syrië, zij het dat in dit geval de regering tegen haar burgers wordt beschermd in plaats van andersom. De Russische inspanningen zijn feitelijk een argument voor de terugkeer naar het tijdperk van de absolute soevereiniteit, waarin regeringen de enige verantwoordelijken zijn voor wat er binnen hun grenzen gebeurt.

Het Russische standpunt weerspiegelt ook de voorkeur die het land heeft voor stabiliteit boven gerechtigheid en zijn aanvaarding van de legitimiteit van autoritaire heerschappij. Door de 'kleurenrevoluties' in landen als Georgië, Oekraïne en Kirgizië zijn Rusland en China steeds beduchter geworden voor volksopstanden. De dreiging van een westerse interventie vergroot in hun optiek louter het potentieel voor instabiliteit. De Chinezen hebben hun eigen buitenlands-politieke jargon ontwikkeld voor dit sentiment: fan xifang xin ganshe zhuyi (losjes te vertalen als 'het tegengaan van westers neo-interventionisme').

Maar het Russische respect voor soevereiniteit kent ook zo zijn grenzen. Op de Krim in 2014 heeft het Kremlin een heel andere interventie-doctrine gehanteerd, waarbij het zijn handelwijze rechtvaardigde door te zeggen dat de rechten van de etnische Russen in Oekraïne moesten worden verdedigd. Dit duidt op een terugkeer naar een pre-Westfaalse wereld van linguïstische, religieuze en sektarische solidariteit, van het type dat het tsaristische Rusland praktiseerde toen het zichzelf als de beschermer van alle Slaven zag.

Luchtbrug

Het zal niet verbazen dat deze rechtvaardiging voor interventies ook in andere delen van de wereld snel aan steun wint. In het Midden-Oosten heeft Saoedi-Arabië een soortgelijk argument omarmd voor zijn steun aan de soennitische krachten in Jemen en Syrië, net zoals Iran dit doet ter rechtvaardiging van zijn steun aan zijn sjiietische bondgenoten in beide landen. Zelfs China ziet zich steeds vaker gedwongen de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor zijn burgers en bedrijven in het buitenland. Aan het begin van de burgeroorlog in Libië heeft China tienduizenden Chinese burgers het land uit geholpen via een luchtbrug.

Dit alles komt op een moment dat het Westen zijn militaire dominantie aan het kwijtraken is. Door de verbetering van de Russische en Chinese strijdkrachten en het steeds vaker voorkomende gebruik van asymmetrische strategieën door statelijke en niet-statelijke spelers wordt het slagveld gelijkwaardiger. De proliferatie van door staten gesteunde niet-statelijke spelers in Libië, Syrië, de Krim en de Donbass in Oekraïne zorgt voor het vervagen van de scheidslijnen tussen statelijk en niet-statelijk geweld.

Steeds assertievere spelers

Na de Koude Oorlog heeft het Westen een internationale orde opgelegd die de geopolitiek wereldwijd heeft bepaald. Toen die orde bedreigd werd, voelden westerse leiders zich gemachtigd te interveniëren in de zaken van iedere 'schurkenstaat' die problemen veroorzaakte. Maar nu wordt die orde op meerdere fronten uitgedaagd - mondiaal door Rusland en China, en regionaal door steeds assertievere spelers in het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en zelfs Europa.

Terwijl een nieuwe orde vorm krijgt, zullen de rollen die landen de afgelopen vijfentwintig jaar hebben gespeeld worden omgedraaid. In het Westen zal het concept van de soevereiniteit en het beperkte gebruik van militaire macht een comeback maken, terwijl nationale leiders die van oudsher hebben opgeroepen tot terughoudendheid steeds stoutmoediger zullen worden ten aanzien van het inzetten van hun strijdkrachten.

Vertaling: Menno Grootveld

© Project Syndicate

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.