The New York TimesRoger Cohen

Roger Cohen: Ik ben Philip Roth dankbaar voor de bonte parade van de Verenigde Staten die hij me voorhield

De personages van de dinsdag overleden auteur Philip Roth waren Joods doordat ze zowel zichzelf waren als Amerikaan, schrijft Roger Cohen, ‘zonder de neiging dat te veranderen of te ontkennen’.

Philip Roth in New York, 2007.Beeld Orjan F. Ellingvag / Hollands Hoogte

De ‘inheemse Amerikaanse razernij’, Philip Roths typering van het land waarvan hij hield, resoneert voortdurend in deze tijd van herhaaldelijke schietpartijen op scholen, onsamenhangende presidentiële tweets, opzichtig machtsmisbruik bij openbare functies, regeren door meutes op te jutten, manipulatie door leugens, obsessies met een muur, en het kortwieken van het Engels naar een vocabulaire van 77 woorden, ‘dat beter Eikels kan worden genoemd’, zoals Roth de bedroevende invloed van Donald Trump op ons taalgebruik beschreef in The New Yorker.

Wellicht koos Roth het tijdstip van zijn exit op dinsdag, op 85-jarige leeftijd, als een vermaning aan een verwarde natie. Zijn ‘razernij’, naast zijn volmondige verering van de Amerikaanse praal en zijn opruiende onderzoek naar het ‘grote, alles doordringende Anti-Jij dat iemand met een grief liever God zou noemen’, had vaak een dreigende kant.

In American Pastoral, wellicht zijn grootste roman, valt de Amerikaanse Droom van Seymour ‘Swede’ Levov, de geassimileerde Jood met een Vikingachtig atletisch vermogen en voorkomen tijdens zijn jeugd in Newark, uiteen in de draaikolk van zijn dochters neergang in terrorisme. Voor Roth was verbeelding ook tegen-geschiedenis. Hij buitte, met een ongelofelijke energie en humor, het volledige literaire potentieel uit van elke ‘wat-als’, zoals in The Plot Against America.

Ik vond Roth bevrijdend. Ik ben hem bovenal dankbaar voor de manier waarop hij me kennis liet maken, in verwondering, met de uitbundigheid en de koppigheid, de onomwonden seksuele en sociale complexen van de Amerikaanse Joodsheid; en voor de bonte parade van de Verenigde Staten die hij me voorhield, een Engelse Jood van Zuid-Afrikaanse afkomst, opgevoed met de waarschuwing niet moeilijk te doen over terloopse anti-semitische opmerkingen en te assimileren in Engeland, het land van, in elk geval toen ik opgroeide, Lewis Namiers ‘trembling Israelites’. Roth bood Amerikaanse ruimte, met zich immer vernieuwende mogelijkheden. Hij belichamende een ander manier om als Jood te leven.

In zijn roman Deception laat Roth zijn romanheld zeggen tegen diens Britse minnares: ‘Altijd als ik in Engeland in een openbare ruimte ben, een restaurant, een feestje, het theater, en iemand laat het woord ‘Jood’ vallen, merk ik dat hij wat zachter gaat praten.’ Zij valt hem aan, maar de Amerikaan houdt vol: ja, ‘zo zeggen jullie allemaal ‘Jood’, Joden inbegrepen’.

Mijn moeder, June, was ook zo, onbewust. Dat is waar de andere wang toekeren na een opmerking over, zeg, lichtgeraaktheid (‘Wees toch niet zo Joods!’) op uitdraait: op gefluister.

In American Pastoral schrijft Roth over het Newark van zijn jeugd. ‘Heb ik het helemaal mis als ik denk dat het leven van kinderen uit gegoede families in het Florence van de Renaissance geen kaarslicht kan werpen op het opgroeien binnen de aromatische afstand tot Tabachniks vaten met augurken?’ Zijn Joden zijn niet, anders dan Europese Joden, toch een beetje afgescheiden, of verschillend, van de omringende beschaving, toch niet helemaal ingebed.

Wat ze waren, was waar ze niet vanaf kwamen – waar ze niet aan konden beginnen te wensen dat ze ervan af waren. Hun Joods-zijn kwam doordat ze zichzelf waren en dat ze Amerikanen waren. Het was zoals het was, de natuurlijke staat der dingen, net zo fundamenteel als dat je slagaderen en aderen hebt, en ze vertoonden nooit de minste aanvechting om dat te veranderen of te ontkennen, ongeacht de gevolgen.

Joden en Amerikanen, moslims en Amerikanen, Mexicanen en Amerikanen, allen onvermijdelijk ‘zo fundamenteel als slagaderen en aderen’. Het is de moeite waard stil te staan bij deze kern van de Verenigde Staten en hun prachtige mengsel in dit tijdsgewricht waarin gemakzuchtige vooroordelen worden verspreid vanuit het hoogste ambt.

Terugblikkend in een nawoord geschreven voor de 25ste verjaardag van Portnoy’s Complaint, schreef Roth: ‘Ik wilde op mijn heel eigen wijze duizelingwekkend zijn, en mezelf laten duizelen, net zo veel als ieder ander.’ Hij herinnerde zich hoe hij zichzelf vermaande: ‘Het enige wat je moet doen, is gaan zitten en werken!’ Aankomende schrijvers mogen zich die woorden inprenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden