Column

Robert ten Brink, jij geschiedschenner

Column Peter Buwalda

All you need is Robert ten Brink.

Robert ten Brink Beeld anp

Die George Martin kon je er prima bij hebben, als je de Beatles was. Dat geloof ik best. Altijd bereid een bandrecorder achterstevoren af te spelen of de muziekschool te bellen voor een strijkje.

Maar laten we niet overdrijven. Ik weet het, de oude baas is nog maar vers de pijp uit en over de doden niets dan goeds, maar het kan niet zo wezen dat alles ineens door de 'vijfde Beatle' kwam.

Zegt iemand dat dan?

Ja, Tom Egbers. En Robert ten Brink - die vooral. Ik lag onderuit voor De Wereld Draait Door, want daar zag ik ze, het duo vertelde hoe goed Martin was, waar ik mee instemde. Hij was prima. Maar dat vonden de heren niet genoeg. Ze probeerden me wijs te maken dat Sir George het enige échte genie was van de Beatles.

Even rechtop zitten.

Egbers ging hierin ver. Maar Ten Brink! Mijn god. Jij geschiedschenner. Jij Beatleshater! Hoe leg ik dit aan u uit, lezer, die het hopelijk heeft gemist? Gewoon maar in zijn eigen woorden, denk ik.

Welnu, nadat aan tafel is gememoreerd dat George Martin van Please Please Me een uptemponummer wilde maken, komt Ten Brink erin. 'En zo ging dat met bijna alle nummers', zegt hij, 'behalve met die van McCartney, die zat altijd keurig klaar in de studio' (hier doet hij een lullig luchtgitaartje), 'maar Lennon kwam aan met drie akkoorden en een hoop rommel. En George Harrison, die heeft hij helemaal moeten knéden, tot uitéindelijk het liedje Something, na járen, op de proppen kwam (sic), maar goed' (hier schuift Ten Brink de rommel van John en George op een denkbeeldig hoopje en kijkt er meewarig naar), 'het wás eigenlijk niet zoveel, dus, (hier wórdt hij even George Martin) 'ga maar zitten, en probeer d'r iets van te maken' (luchtgitaartje), 'nou ja, structúúr aanbrengen, dat is het eigenlijk.'

Enfin, de Jostiband.

De Beatlesprofessoren hadden een voorbeeld bij zich: Strawberry Fields Forever. Eerst hoorden we een akoestisch schetsje van John. Een demo, heet zoiets. Zoals je er 's ochtends ongeschoren in je blote reet voor de spiegel uitziet, Ten Brink - dat is een demo.

Egbers: 'George Martin dacht: ik heb goud in handen, dit is een impressionistisch wonderlied van een...' (proest) 'armzalige gitarist.' (Ten Brink ondertussen weer luchtgitaar, nu als een Litouwse clown op het Eurovisie Songfestival.) 'En dan maakt hij er dít van, luister maar!'

We horen Strawberry Fields Forever. Het meesterwerk van John Lennon, maar feitelijk van de Beatles als collectief.

Ten Brink: 'Dat pijporgeltje, hè, erbij. Hij speelde zelf ook heel veel instrumenten. Dat pianosolootje op In My Life: dat is allemaal George Martin!' Ja, tuurlijk. Eigenlijk was het een soort Prince. Sir George speelde álles zelf. Hij zingt ook zo vet op Long Tall Sally.

Krakend kom ik omhoog en pak Ian McDonalds Revolution in the Head, het standaardwerk over de Beatles in de studio.

Even wat waarheid.

Dat pijporgeltje - een mellotron - is Paul, hij schreef ook het openingsrifje. De karakteristieke slide is Harrison. De briljante drumtrack: Ringo. Maar het zoeken, proberen, opnieuw beginnen, ontevreden blijven, aan elkaar willen lassen van twee versies - dat is John.

Het aan elkaar lassen is van George Martin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.