Column Rob van Essen

Rob van Essen bezoekt het eerste ‘zoontje van 3’ en weet niet wat hij ziet

‘Is vader thuis?’, vroeg ik aan de man die opendeed.

‘Ik ben de man die u moet hebben’, zei hij. Voor een 100-jarige zag hij er nog patent uit. Hij was een kop groter dan ik en keek me vorsend aan. ‘Ik weet waarvoor u komt’, zei hij, ‘ze heeft me gebeld dat u onderweg was.’

De boekhandelaarster die me over hem had verteld was zijn kleindochter. ‘Ze had beter haar mond kunnen houden’, zei de man, ‘maar komt u verder.’

Hij ging me voor naar een karig ingerichte woonkamer. Nadat ik hem had beloofd dat ik zijn woonplaats niet zou vermelden, stak hij van wal. ‘Goed. U heeft het al gehoord. Ik ben het oorspronkelijke zoontje van 3. De eerste hè. De allereerste. Mijn vader…’ Hij keek om zich heen, alsof zijn tekst ergens op de muur geschreven stond. ‘Mijn vader bezocht 97 jaar geleden de opening van een tentoonstelling van moderne kunst. Hij was notaris, zat in het museumbestuur, precies weet ik het niet meer. Toen hij de geëxposeerde werken zag, moet hij geroepen hebben: ‘Dat kan mijn zoontje van drie ook!’ Nou ja, er was pers bij, een dag later werd ik geïnterviewd door een landelijke krant. Van de journalist moest ik tekeningen maken, die werden tentoongesteld in datzelfde museum, het werd een hele toestand, die tekeningen gingen het hele land door, u kunt dat allemaal hier nalezen.’

Hij wierp een dikke, met elastiek bijeengehouden map op tafel. Stof dwarrelde op en bleef even hangen. ‘Speciaal voor u van zolder gehaald.’ Hij klonk alsof hij er spijt van had. Ik maakte de map open en bladerde door vergeelde krantenberichten.

‘Er was ook nog iemand in Engeland die zei dat híj het zoontje van 3 was’, zei de man, ‘maar die is dood.’ Hij klonk tevreden, alsof hij hem zelf had vermoord. Zo onverschillig liet het hem dan toch ook niet.

‘Eigenlijk was ik toen 4’, zei hij. ‘Mijn moeder was kwaad op mijn vader toen ze het artikel in de krant zag staan. Weet je niet eens hoe oud je eigen zoon is, Lodewijk? Nou ja.’ Hij haalde zijn schouders op, alsof de zaak hem opeens weer verveelde.

‘Wat bent u later gaan doen?’, vroeg ik. ‘Bent u doorgegaan met tekenen?’

‘Eerst kwam de oorlog. Daarna ben ik boekhouder geworden. Toch ben ik altijd dingen blijven maken. Wilt u ze zien?’

Hij ging me voor naar een grote loods achter zijn huis, die me eerder niet was opgevallen. Je zou er vliegtuigen in kunnen bouwen. Hij schoof een gigantische deur open, daarna verdween hij in het donker. Toen het licht aanging, stapte ik naar binnen.

Ik wist niet wat ik zag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden