Column Harriët Duurvoort

Rihanna heeft groot gelijk

Een tweet van superster Rihanna was een nieuw hoogtepunt in zijn loopbaan, gniffelde Mark Rutte. Al wil hij zelfs voor Riri niet de begroting omgooien.

‘Hi Sigrid Kaag en Mark Rutte’, tweette ze. ‘Jullie beloofden in februari met steun te komen, dus ik zou het geweldig vinden als jullie nu met me meedoen!’ Will you provide $100M to @GPforEducation on Sept 29 at the @GlblCtzn Fest? Dank je!’

Rihanna benaderde de premier en minister op een heel strategisch moment; tijdens de nazomerse heisessie. Een dag zo goedgemutst als Ruttes eeuwige glimlach; onze economie staat er voortreffelijk voor. Het enige vuiltje aan de lucht was het ‘D-woord’, de afschaffing van de dividendbelasting waar buiten de VVD iedereen grote vraagtekens bij zet.

Ik heb altijd een zwak gehad voor Rihanna. Omdat ze uit Barbados komt en het zo onwaarschijnlijk is dat een piepklein Caribisch eiland een van de grootste supersterren van onze tijd voort zou brengen. Ze is inmiddels de meest gestreamde artiest op Spotify aller tijden. Haar beautylijn is een statement naar de schoonheidsindustrie door eindelijk een kleurenwaaier van alle denkbare huidtinten te bedienen. Van mij mag ze zich ook op de markt voor pleisters storten.

Haar starpower op Twitter, ze heeft 88 miljoen volgers, is natuurlijk ongeëvenaard. Sinds ze twee jaar geleden ambassadeur voor de Global Partnership for Education werd, gebruikt ze die ook om wereldleiders te bereiken.

‘Music to my ears’, twitterde Sigrid Kaag lyrisch terug. En dat ze vooruitzag naar hun ontmoeting in New York. ‘See you soon.’

Huh? Betekende dit nu dat die honderd miljoen in kannen en kruiken was? De Telegraaf was not amused om deze celebrity-inmenging in onze begroting ten gunste van een linkse hobby: ‘Nederlanders woest om Kaags toezegging!’ Boze anonieme poldertrollen werden aangehaald. Hoe haalde Kaag het in haar hoofd? Rihanna is loaded, laat ze het zelf maar betalen. Op Twitter werden bovendien de problemen in het Nederlandse onderwijs aangehaald. Van thuiszitters tot leerkrachten die niet genoeg betaald krijgen.

Die twee laatste punten gaan ook mij aan het hart. Toch verbleken dit soort problemen als je het vergelijkt met de uitdagingen waarvoor het onderwijs in de ontwikkelingslanden van het Global Partnership for Education staat. Sinds de oprichting in 2002 hebben meer dan zestig arme landen zich als partner aangesloten bij deze financieringsorganisatie. Daarvan ligt ruim 60 procent in sub-Sahara-Afrika.

Langzaam maar gestaag boekt het GPE vooruitgang. Zo zitten er wereldwijd wel 72 miljoen meer kinderen op de basisschool in 2015 dan in 2002, maakten in tweederde van alle partnerlanden net zo veel meisjes als jongens de basisschool af en werken lokale overheden in meer of mindere mate mee aan de verbetering van het onderwijs in hun land.

Maar het is vaak een immense uitdaging en het gaat met vallen en opstaan. Trouw maakte een paar maanden geleden een reportage waarin de aanpak in de Centraal-Afrikaanse Republiek werd belicht. Een Franse oud-kolonie, een land met een geschiedenis waarin uitbuiting en slavernij helaas de boventoon voeren. 62 procent van de bevolking leeft van minder dan een euro per dag. Het land wordt verscheurd door geweld tussen islamitische rebellen en christelijke burgermilities.

‘Een klaslokaal gevuld met tweehonderd kinderen is geen uitzondering. Leerkrachten zijn er nauwelijks. Scholieren moeten tien tot vijftien kilometer lopen voordat ze bij het dichtstbijzijnde schoolgebouw aankomen. De weg ernaartoe is soms levensgevaarlijk. Niet alleen vanwege de gewapende rebellen die op de loer liggen, maar ook door de onveilige wegen.’

Het GPE werkt op de plekken van waaruit miljoenen jonge mensen met gevaar voor eigen leven naar het Westen willen trekken om de eigen wanhoop te ontvluchten. De EU investeert 1,8 miljard euro om ze tegen te houden; misschien zou het een idee zijn om ook in onderwijs en eerlijke handel te investeren, zodat een menswaardiger bestaan in die landen Europa minder aantrekkelijk maakt. In een geglobaliseerde wereld is onderwijs, vooral ook van meisjes, een van de weinige bakens waarop we kunnen koersen.

100 miljoen investeren in onderwijs in ontwikkelingslanden is nuttiger en ethischer dan de dividendbelasting afschaffen. Trouwens, met de 1,9 miljard euro die we zo besparen, blijft er ook geld over voor de knelpunten in ons eigen onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.