Column Sheila Sitalsing

Resoluut terugkomen van een dwaling, het is niet iedereen gegeven in Den Haag

De taal van de terugtrekking is in Den Haag meestal omzwachteld. Dan is er iets belachelijks gezegd of gedaan of beloofd of ingevoerd, en dan moet ervan terug worden gekomen. Dan worden er sussende woorden gesproken. Dan is er sprake van een eerder gedane belofte die mogelijk ‘niet geheel’ gestand is gedaan. (Lees: iedereen is grotelijks belazerd. De grote mond die repte van – ik geef een volstrekt willekeurig voorbeeld – ‘geen cent meer naar de Grieken’ blijkt kolossale bellen gebakken lucht te hebben geblazen en wanneer daar verbaasd op gewezen wordt, zegt de grote mond van weleer dat er inderdaad ‘een paar concessies’ zijn gedaan. Concessietjes eigenlijk, zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien, een kniesoor die daarover valt.)

Maar soms kom je, tussen alle mitsen en maren en vergoelijkingen en hooguit af en toe een zuinig ‘met de kennis van nu was het misschien niet zo’n heel goed idee’, verfrissende taal tegen.

Zoals in de brief die Wouter Koolmees, D66-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maandag naar de Tweede Kamer stuurde over de ramp waar de verplichte inburgering van nieuwelingen in Nederland op is uitgedraaid, sinds daar in 2013 de leerstukken van de marktwerking en van de zelfredzaamheid op zijn losgelaten. Het was een erfstuk uit de boedel van Rita Verdonk, inmiddels vergeten maar in een ver verleden namens de VVD minister voor Integratie, dat jaren heeft liggen sudderen totdat het vorige VVD-PvdA-kabinet de uitvoering ijverig ter hand nam.

De brief van Koolmees draait er niet omheen en vangt aan met het dikgedrukte kopje ‘Inburgering op de schop’. Opdat de lezer weet: hier geen halve maatregelen. De tweede zin al rept van ‘onacceptabele uitkomsten’ van het huidige beleid. Een zin later is er sprake van ‘een belofte die niet is waargemaakt’, het stelsel is ‘te ingewikkeld en niet effectief’. Er wordt gerept van ‘misstanden en fraude’ op de markt voor particuliere cursussen inburgering, en van ‘een frustrerend traject’ voor de nieuwe landgenoten.

Zelden brandde een minister het beleid van zijn voorgangers zo onbarmhartig af.

Terecht overigens, want weinig was zo bezopen als de opvatting dat nieuwkomers conform de modieuze eigenbroekophoud-mantra en de zoekhetzelfmaaruit-ideologie zelf op een private markt vol cowboys en oplichters een cursus moesten uitzoeken om zich de Nederlandse taal, regels en gebruiken eigen te maken, een verplichte cursus die ze zelf moesten betalen bovendien. Dit kabinet herstelt de orde enigszins door de overheid weer tussen inburgeraar en cursus te schuiven.

Resoluut terugkomen van een dwaling, het is niet iedereen gegeven. Maar het kan. Kajsa Ollongren deed het gisteren, door ook al een besluit van het vorige kabinet terug te draaien. Dat schrapte de verplichting om bij zorgwoningen voor ouderen een ‘buitenruimte’ (een balkon of een tuin) aan te leggen. Leuk voor bouwbedrijven, die net als alle ondernemers permanent jengelen om minder overheidsregels zodat ze goedkoper kunnen werken, maar de bejaarden die niet meer zomaar in de buitenlucht zouden kunnen zitten was niks gevraagd. Belachelijk, erkent Ollongren. Ze voert de bouwverplichting weer in, met het oog op ‘de kwaliteit van leven’.

De premier heeft graag een kleine overheid. Maar vaak genoeg gaat er niets boven overheidsbemoeienis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden