Column Onno Blom

Rembrandt van Rijn in de Muskadelsteeg

Rembrandt, De schilder in zijn atelier. Ca 1628 Beeld Museum of Fine Arts, Boston.

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en bericht daarover een jaar lang wekelijks in V.

Het mistte. Op de tast liep ik over het Pieterskerkhof naar het koffiehuis aan het Gerecht. Het dak van de kerk was in de wolken verdwenen, alleen om het schijnsel van de lantaarns heen was een paar meter zicht. Ik keek omhoog in het licht en las op een bord: Muskadelsteeg.

Onmiddellijk moest ik denken aan één van de allermooiste schilderijtjes die de jonge Rembrandt heeft gemaakt. Het is niet veel groter dan een liggend A4’tje. Een schilder in blauwgrijze tabberd, penselen in de hand, kijkt vorsend naar het grote paneel dat voor hem op de ezel staat. Je kunt niet zien wat er op het paneel staat, je kunt je de voorkant voorstellen zoals je wilt.

Het atelier is leeg en kaal. De deur is op slot, de sleutel weg. Nergens een schild, boek of gesnoten kaars die je symbolisch kan duiden. Alleen twee paletten aan de wand, flessen voor olie en vernis, de wrijfsteen met een paar verfspatten. Je blik blijft zweven in de ruimte, in dat gouden licht, langs de schaduw van de ezel op de brede delen op de vloer en de scheuren in de muren.

Rembrandt heeft zichzelf als model gekozen voor dit schilderijtje uit 1628, al is hij niet heel herkenbaar, zijn ogen zijn twee zwarte gaten. Het geschilderde atelier was dat van hemzelf.

De zoektocht naar dit atelier is de Leidenaren altijd blijven bezighouden. Een pand in de Muskadelsteeg, nummer 5, is lang aangezien voor de locatie. De steeg ontleent haar naam aan het feit dat er een slijterij en tapperij was gevestigd, ook van zoete wijn van muskaat, ‘muskadel’. In het begin van de 17de eeuw woonde er een zekere Trijntje Harmensdochter – dat moest wel een zuster van Rembrandt Harmenszoon wezen.

De volksschrijver Jan Mens liet in zijn roman Meester Rembrandt  uit 1946 de jonge schilder er met zijn vriend Jan Lievens intrekken:

‘Waar zit je?’, vraagt Rembrandt stug aan Jan.

‘Hier vlakbij, in de Muscadelsteeg. Ga eens mee, kerel!’

‘Rembrandt loopt mee, hij is nieuwsgierig, hij is jaloers ook. Ze gaan een krakende trap op. Jan duwt een zolderluik open en dan staan ze in de werkplaats. Een langwerpig vertrek, vier witte wanden, een houten vloer waarboven welft een zwaar zoldergebint. Gedempt valt het licht door de bovenramen; de onderkozijnen zijn gesloten met geel geschilderde luiken.’

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw gingen de directeur van De Lakenhal, M.L. Wurfbain, en professor Ernst van de Wetering van het Rembrandt Research Project samen kijken of de 17de-eeuwse voorkamer overeenkwam met Rembrandts paneeltje uit 1628.

Helaas liepen de brede planken op het schilderij niet dezelfde kant op als in de historische voorkamer in de Muskadelsteeg, maar dat brak de betovering niet. Studenten die in het pand woonden, brachten alvast een gevelsteen aan:

‘Hier woonde en werkte Rembrandt van Rhijn 1622-1624.’

Jaren later werd de gevelsteen na felle protesten van een historicus en stadsarchivaris op last van de Leidse burgemeester weer weggehaald. Rembrandts vader heette weliswaar Harmen, maar had hij wel een zuster die Trijntje heette? Dat bleek niet het geval. Die gevelsteen, daar klopte niets van.

 Grinnikend liep ik verder door de mist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden