ColumnIn het spoor van de jonge Rembrandt

Rembrandt had in Wolkers niet alleen de schilder, maar ook de schrijver tot leven gewekt

Over een bijzonder eerbetoon aan Rembrandt door de in 1943 in Leiden ondergedoken kunstacademiestudent Jan Wolkers.

detail uit: Historiestuk, 1626, Rembrandt van Rijn, collectie Museum de Lakenhal Beeld collectie Museum De Lakenhal
detail uit: Historiestuk, 1626, Rembrandt van Rijn, collectie Museum de LakenhalBeeld collectie Museum De Lakenhal

Als ik me probeer te herinneren waar en wanneer ik voor het eerst oog in oog met Rembrandt moet hebben gestaan, hoor ik een oude houten vloer kraken.

Een jaar of 7 moet ik zijn geweest. Ik sta aan de hand van mijn vader op de drempel van de Grote Pers van De Lakenhal, de donkere bovenzaal van het Leids museum waar in de 17de eeuw lakenmeesters stalen saaien stof keurden. Als ik mijn voet op de vloer zet, beginnen de brede eiken delen vervaarlijk te kraken. Het is of ik op dun ijs stap, waar ik elk moment doorheen kan zakken en voor eeuwig in de geschiedenis verdwijn.

In De Lakenhal moet ik mijn eerste schilderij van Rembrandt hebben gezien: het Leids historiestuk uit 1626, een bomvolle theatrale voorstelling waarvan we nog steeds niet weten wat er nu eigenlijk op te zien is. De jonge Rembrandt speelt een cameo. Achter de scepter van een koninklijke figuur duikt hij op. Ogen in het donker en een woeste bos krullen, die Rembrandt met de achterkant van zijn penseel in de natte verf heeft gekrast. Dwars door de tijd heen keek hij mij aan.

De fascinatie van de ene Leidse jongen voor de andere Leidse jongen is geen uniek verschijnsel. Mijn liefde voor het mysterie van de jonge Rembrandt, die in mijn schooljaren en tijdens mijn studie bleef bestaan, werd nog eens stevig aangewakkerd bij het schrijven van de biografie van Jan Wolkers.

‘Rembrandt ging door mijn bloed als koorts’, schreef Wolkers. Van jongs af aan was hij door de schilder betoverd, omdat die hem zo schitterend de taferelen voor ogen had getoverd die Jans steil gelovige vader driemaal daags uit de Bijbel voorlas. ‘Geloof en penseelstreek leken samen te vallen.’

De jonge Jan Wolkers wilde als puber zelf schilder worden, om in verf een tegenwereld te creëren tegen de gitzwarte gereformeerde wereld van zijn vader. In 1943 dook Jan onder in Leiden. Hij was nog de enige leerling van de schilderacademie Ars Aemula Naturae, die werd geleid door twee vurige aanhangers van de WA, de Weerbaarheidsafdeling van de NSB.

Op de academie tekende Jan zijn eerste zelfportretten met reproducties van zelfportretten van Rembrandt ernaast. Toen de foute directeur hem zo bezig zag, zei ze: ‘Jij wordt nog wel eens de Rembrandt van het Derde Rijk.’

Op de vroege morgen van 15 juli 1944, Rembrandts verjaardag, besloot Wolkers samen met een vriend de schilder een hommage te brengen. In de Weddesteeg, waar Rembrandts geboortehuis had gestaan, hingen ze een krans op met het kwatrijn:

Veel lauwerkransen zijn niet nodig / Voor redevoering is geen tijd. / En achteraf, ’t is overbodig, / Elk weet, dat Gij de grootste zijt.

Daarop stuurde Wolkers een anonieme brief naar de krant waarin hij deed alsof hij twee jongens die krans had zien ophangen. Op 16 juli 1944 stond in het Dagblad voor Leiden en omstreken, als slot van die brief, de plechtstatige regel: ‘Des te meer spreekt het daarom, dat een paar Leidse jongelui, ondanks deze officiële miskenning, beseft hebben wat Rembrandt voor Nederland, en in het bijzonder voor zijn geboorteplaats Leiden betekent.’

Rembrandt had in Wolkers niet alleen de schilder, maar ook de schrijver tot leven gewekt.

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en bericht daarover een jaar lang wekelijks in de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden