Als je het mij vraagt Peter van Maaren

‘Religie en seksuele diversiteit kunnen prima samengaan’

Peter van Maaren praat met moslimjongeren over homodiscriminatie. Beeld Rebecca Fertinel

Wie: Peter van Maaren (61), oud-leraar maatschappijleer, actieve bewoner en lid van de bewonerscommissie Diamantbuurt, Amsterdam.

Het probleem: homodiscriminatie door moslimjongeren.

De oplossing: wijs de islam niet af, maar verdiep je erin.

‘Vier jaar geleden werd ik op straat vanuit het niets klemgezet door een ­Marokkaanse jongen, hij schold me uit voor homo en bedreigde me, omdat hij van buurtjongens had ­gehoord dat ik homo ben. Ik schreeuwde: ‘Wollah, zeg me alsjeblieft dat je geen moslim bent. Want een goede moslim respecteert iedereen.’ Hij schrok enorm, en liet me gaan. Nu ­nemen de jongens uit de buurt mij in ­bescherming als hun vrienden mij uitschelden.

‘Ik heb de Koran vijf keer gelezen. Eerst als leraar, maar nu doe ik er mijn voordeel mee als coördinator van vrijwilligersactiviteiten in de Diamantbuurt. Als een jongen zegt: ‘Jij bent homo, dus jij moet dood’, dan vraag ik: waarom dan? en zeggen ze vaak: ‘Dat zegt mijn ­geloof.’ Ik vraag dan door: In welke soera, in welke vers, heb je dat gelezen? En in welke constructie? Ik win het, maar ik doe het niet om ze in de zeik te nemen. Die jongens zeggen vaak maar wat, meestal worstelen ze oprecht met vragen over homoseksualiteit.

‘Religie en seksuele diversiteit kunnen prima samengaan. Zelf heb ik nooit mijn godsbeleving losgelaten, ook al werd ik als homo verstoten door mijn katholieke familie. Soms gebruiken mensen religie als basis voor hun haat. Als je die haat tegen wilt gaan, moet je ­religieuze argumenten kunnen weerspreken. Je hoeft echt niet de Koran of de Bijbel uit je hoofd te kennen, maar wat basiskennis helpt je om te kunnen praten in de taal van religie.

Die kennis over de islam heeft mij enorm geholpen toen ik leraar was. Als leerlingen weg wilden uit de les om te bidden, zei ik: ‘Volgens de Koran dien je je aan te passen als je in een land bent dat niet islamitisch is. Je stelt het bidden dan uit, bijvoorbeeld tot de pauze.’ ‘Maar dan missen we onze pauze,’ riepen ze, waarop ik bezwerend zei: ‘Allah hoort dat je je pauze niet wilt opgeven voor hem.’ En klaar.

‘Als Alice in Wonderland stap ik op de jongens af, ik blijf altijd in gesprek. Dat werkt veel beter dan de simpele boodschap: je past je maar aan. Want dan trekken minderheden zich terug.

‘Ik ken alle scheldwoorden voor homo: kuni, kunda, ibne boeler, pidar, zemmel. Ja ik ben een zemmel, zeg ik vrolijk, ik heb het tot geuzennaam gemaakt. Soms vraag ik: maakt Allah fouten? Nee, zeggen de jongens uit de buurt. ‘Mooi, dan ben ik met zijn zegen geboren.’

‘Ik ga sinds zes jaar ook naar de moskee tijdens de ramadan. Niet omdat ik moslim wil worden, ik lust graag een varkensworstje nu en dan, en ik ben dol op kerststallen. Ik kom daar voor de ontmoeting en godsbeleving. De eerste keer dat ik mij meldde, stonden er zes mannen met djellaba’s om me heen: wat kom je hier doen? Ben je soms een reporter? Ik verweer me door te zeggen dat ik, net als zij, ben gekomen om te bidden. Als ik vervolgens drie uur zit te bidden naast de jongen die mij jarenlang had uitgescholden voor vieze homo, dan voelt dat als een overwinning.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden