'Reizen met de trein: Immanuel Kant uitgelegd krijgen in plat Tilburgs'

Het leed of juist plezier dat reizen met de trein heet. Volkskrant-redacteur Robert Giebels schreef er een boek over dat morgen uitkomt. Op vk.nl de komende weken korte fragmenten uit 'Onze excuses voor het ongemak'.

Immanuel Kant op een schilderij van Gottlieb Doebler van 1791.

Studenten forensen in de trein zelden alleen. Als het vier mannelijke spoorstudenten zijn, zit er geheid eentje bij die luidkeels contact maakt met hetzij de conductrice, hetzij Limburgse dames die in elke trein lijken te zitten, hetzij mbo-meisjes (idem), of allemaal.

De stem van deze 'leider' is onnatuurlijk laag. Na elke snedige vraag of opmerking in de richting van een vrouwelijke medepassagier, peilt hij het effect bij zijn drie treinvrienden. Hij vermijdt al te expliciete seksuele verwijzingen, maar de dubbele bodems van zijn opmerkingen ontgaan zijn medestudenten niet.

Soms zitten ze met zijn tweeën, die mannelijke studenten. Dan praten ze met elkaar, niet met onbekenden. Ik luister een gesprek af van twee jongemannen met bestemming Tilburg Universiteit. Ze bespreken Immanuel Kant, toch zeker een kandidaat voor de top vijf van de belangrijkste filosofen in de geschiedenis van de mensheid. En geen makkelijke.

Akkoord, ik was een tikkeltje meer onder de indruk geweest als die jongens tussen Gilze-Rijen en Tilburg Reeshof Hegel inzichtelijk voor me hadden gemaakt. Of anders dat ze die vensterloze monaden van Leibniz nu eens een keer goed hadden uitgelegd.

Maar zo'n elegante denker als Kant is ook prima voor in de trein. Vooral omdat die twee jongens de filosoof uit Koningsbergen bespreken in het platste Brabants dat ik ooit heb gehoord. 'Neej, gij hèt ech helemaol niks vèn dèh categorisuh imperatief begreejpuh, máán', was de beschuldiging van de één. 'Daor gáát het nie om, máán', verdedigt de ander. 'Ge mot dà categorisuh imperatief zjûst nie geïsoleerd zien, wisde gij dà nie. Maor in relaosie meej dà Ding an sich.'

Daarop bladert de eerste in zijn aantekeningen. 'Godsakkus paorduhlul, dà hèt zjûst te maoken meej ut hypothetisuh imperatief.'
De automatische omroepster van de Sprinter zegt: 'Het volgende station is Tilbueargh Universiteit.' De studenten pakken hun tassen in. 'Wè veur cijfer hedde gij veur dà erste tentámuh filosofie ge-áád?' Zijn medestudent steekt vier vingers op. 'O, ik ôk zowiets.'

Robert Giebels is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.