Opinie

Regering weet zelf niet meer hoe soeverein Nederland ten opzichte van de EU nog is

De regering geeft toe dat 70 procent van het verdrag door de EU 'voorlopig wordt toegepast', ongeacht de uitslag van het referendum en dus ook ongeacht het oordeel van ons parlement.

D66-leider Alexander Pechtold in debat tijdens campagne voor het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne, 6 februari. Beeld anp

Het is nauwelijks in het nieuws geweest, maar vorige week heeft de regering eindelijk antwoord gegeven op de Kamervragen van Omtzigt (CDA) en Verhoeven (D66). Deze vragen betreffen het referendum van 6 april over het associatieverdrag dat de EU met Oekraïne heeft gesloten.

De hamvraag: kan de Nederlandse regering het associatieverdrag, mocht de bevolking 6 april tegen stemmen, eenzijdig opzeggen? De beantwoording van deze vraag, zo schrijft de regering, heeft langer op zich laten wachten dan normaal. Zo vreemd is dat niet als je de antwoorden leest. Want wat blijkt: niemand weet het!

De regering schrijft letterlijk dat zodra Kamer en regering een eventuele nee-uitslag overnemen en het verdrag niet ratificeren we ons op 'onontgonnen terrein' bevinden.

Het belang van dit antwoord kan nauwelijks worden overschat. Want wat betekent dit? Dat de bevoegdheidsoverdracht naar Brussel niet alleen sluipend verloopt, maar dat de bevoegdheidsverdeling zelf inmiddels onduidelijk is geworden. Onze regering, zo blijkt uit haar antwoorden, weet zelf niet meer hoe soeverein we als land ten opzichte van de EU nog zijn.

Letterlijk schrijft ze: 'In de Raadsbesluiten over de ondertekening en voorlopige toepassing van het associatieakkoord met Oekraïne namens de Europese Unie [...] wordt het precieze karakter van de betreffende bevoegdheden van de EU in het midden gelaten.' Met andere woorden, niemand weet blijkbaar of de EU op deze gebieden, dat wil zeggen de delen van het verdrag die nu voorlopig al worden toegepast, uiteindelijk de baas is en dus over een exclusieve competentie beschikt of dat Nederland zelf nog steeds op deze terreinen soeverein is en dus over een vetorecht beschikt.

Onduidelijke bevoegdheidsverdeling

Wat betekent dit? Als de EU en onze regering zelf niet weten welke delen van het verdrag onder de exclusieve competentie van de EU vallen dan wisten per definitie Kamerleden, toen ze vorig jaar over dit verdrag stemden, dus ook niet waarover ze precies een beslissing konden nemen!

Laat dit eens goed tot u doordringen: onze volksvertegenwoordiging, het belangrijkste democratische orgaan in ons land, wordt dus gevraagd te stemmen over een Europees verdrag waarbij het onduidelijk is óf en zo ja in hoeverre ze daar zelf (nog) over gaan.

Dankzij dit referendum en alle vragen die hier uit voort vloeien blijkt nu dat 70 procent van het verdrag, zo geeft de regering in haar antwoord aan de Kamer toe, door de EU 'voorlopig wordt toegepast' ongeacht de uitslag van het referendum en dus ook ongeacht het oordeel van ons parlement.

Terwijl de bevoegdheidsverdeling dus geheel onduidelijk is. Is het daarom dat ons parlement dient te stemmen over het gehele verdrag (inclusief dus die delen die eigenlijk tot de exclusieve EU-bevoegdheden behoren)?

Stelt u zich eens voor dat onze regering een wet, voordat er over gestemd zou zijn, alvast voor 70 procent voorlopig zou toepassen. Het land zou te klein zijn. Maar voor de Europese Unie is het de normaalste gang van zaken, kunnen we lezen: 'Al bij de start van de onderhandelingen lag het voor de hand dat een deel van het verdrag voorlopig zou worden toegepast. Dit is immers gebruikelijk bij dit soort akkoorden.'

Misschien vindt de EU dit 'gebruikelijk', maar acceptabel en democratisch is het zeker niet. Van respect voor onze volksvertegenwoordigers, die immers hun oordeel nog moesten geven, getuigt het zeker ook niet. Dit 'stille gebruik' is het zoveelste voorbeeld waarom de Europese Unie een bedreiging is voor onze democratie.

Goed nieuws

Maar gelukkig is er ook wat goed nieuws. In haar antwoorden schrijft de regering namelijk: 'Het voorlopig toepassen van een verdrag dat niet geratificeerd zal worden, kan niet voortduren.' Met andere woorden, de regering neemt aan (maar weet dit dus niet zeker!) dat als Nederland het verdrag niet ondertekent het verdrag zelf op den duur wel zal moeten sneuvelen (al is dan niet duidelijk wanneer).

Ook Blockmans (Universiteit van Amsterdam) gaat er in Trouw van 5 februari van uit dat Nederland zich uit het verdrag kan terugtrekken, hoewel dit volgens hem een 'diplomatiek paardenmiddel' is. Maar de onduidelijkheid hierover is en blijft vooral vanuit een democratisch oogpunt bijzonder problematisch.

Ten slotte, last but not least, zijn we erg blij met het volgende antwoord van de regering, dat voor het referendum van groot belang is: 'Bij een onherroepelijke raadgevende uitspraak tot afwijzing zal het kabinet op grond van de Wet raadgevend referendum een wetsvoorstel tot intrekking dan wel tot inwerkingtreding van de goedkeuringswet bij de Kamer aanhangig maken. De Tweede en Eerste Kamer kunnen dat wetsvoorstel aannemen of verwerpen.'

Onze Kamer mag dan in relatie tot Brussel vaak het onderspit delven, maar met betrekking tot het aanstaande referendum heeft onze volksvertegenwoordiging wel degelijk het laatste woord. Dat is goed nieuws voor de democratie omdat, in tegenstelling tot ons kabinet, een meerderheid van de Kamer wél heeft aangegeven de uitslag van het referendum te zullen respecteren.

Pepijn van Houwelingen, Beata Supheert en Arjan van Dixhoorn zijn lid van het Burgercomité-EU.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.