Opinie

Regering maakt Nederlander met dubbel paspoort tot tweederangsburger

Dat alleen Nederlanders met een dubbel paspoort hun Nederlanderschap kunnen verliezen bij het plegen van strafbare terroristische acties, maakt bipatrade Nederlanders tot tweederangsburgers.

Een man toont zijn Marokkaans en Nederlands paspoort. Beeld anp

De wijziging van de Franse Grondwet die het mogelijk zou maken om Franse terroristen hun Franse nationaliteit te laten verliezen is van tafel. Hierover is niet alleen in de Franse volksvertegenwoordiging, maar ook in het publieke debat een harde strijd gestreden. De vraag is of het discriminatie oplevert als Fransen met nog een andere nationaliteit wel hun Franse nationaliteit mogen verliezen, en monopatride Fransen niet, omdat die dan staatloos zouden worden - wat door verdragen waar ook Nederland partij bij is - wordt verboden.

Hoewel de regering aanvankelijk alleen bipatride terroristen in het vizier had, breidde zij op grond van het gelijkheidsbeginsel de banvloek uit tot enkelvoudige Fransen, ondanks de verdragen die daaraan in de weg stonden. De Assemblée Nationale - de Franse Tweede Kamer- nam het voorstel aan, maar de overwegend rechtse senaat verwierp het. Terug naar af dus, en geen nationaliteitsverlies bij terroristische handelingen. Het heeft de kop gekost van de minister van Justitie, die het voorstel niet voor haar rekening wilde nemen.

Hoe anders verliep de discussie over soortgelijke voorstellen in Nederland? Hoewel artikel 1 van de Franse Constitution een vergelijkbare bepaling bevat als artikel 1 van onze Grondwet ('Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan'.) is in het Nederlandse parlement de discussie niet gevoerd op grondwettelijk vlak. Nooit is betoogd dat artikel 1 van de Grondwet eerst zou moeten worden gewijzigd als men bij terroristen een onderscheid wilde maken tussen uitsluitend Nederlanders en Nederlanders met nog een andere nationaliteit.

Staatloosheid

De afwezigheid van de grondwet in het debat kan duiden op de irrelevantie van een Grondwet waaraan de rechter de wet niet mag toetsen, of op het onderontwikkelde gevoel voor fundamentele rechten bij onze volksvertegenwoordiging. Het parlement is de hoeder van de Grondwet; het dient zich telkens af te vragen of de wetten waarvoor het medeverantwoordelijk is wel door de beugel van onze Grondwet kunnen. Bij de wetten die de Rijkswet op het Nederlanderschap amenderen om het verlies van Nederlanderschap mogelijk te maken bij terroristische acties die onder ons strafrecht vallen - zo'n zestig strafbepalingen- heeft geen enkel Kamerlid iets gemompeld over de grondwet.

Bij de laatste maatregel, om het Nederlanderschap af te pakken van degenen die hand- en spandiensten verlenen aan terrorisme ( artikel 134 a Strafrecht) is wel enig debat geweest over de vraag of de beperking tot bipatride Nederlanders een aanvaardbaar onderscheid of daarentegen discriminatie opleverde. Minister van der Steur meende dat sprake was van 'een gerechtvaardigd en noodzakelijk onderscheid' omdat gelijke behandeling tussen beide groepen verboden is door de verdragen tegen staatloosheid.

Anders dan Frankrijk ziet men hier terecht op tegen schending van die verdragen. Maar daarmee is de discriminatie nog niet opgeheven. Die zou pas verdwijnen als de wetgever geen nationaliteitsrechtelijke consequenties zou verbinden aan de veroordeling tot terroristische misdrijven. Omdat enkelvoudige Nederlanders hun nationaliteit niet mogen kwijtraken, mogen bipatride Nederlanders dat ook niet, is de geldige redenering.

Zwakkere nationaliteit

Die redenering werd in de Eerste Kamer vertolkt door senatoren van de PvdA en de SP, maar zonder succes. Het werd een welles-nietes debat met de minister, waarbij uiteindelijk de PvdA ondanks dit grondrechtelijke vuiltje toch voor de wet stemde. Die verscheen op 5 maart in het Staatsblad, en zal binnenkort in werking treden.

Nu weet ik ook wel dat het onderscheid tussen onderscheid en discriminatie kneedbaar is. Er liggen ethische en politieke voorstellingen aan ten grondslag. Gelijkstelling van homo's en van vrouwen is niet zonder slag of stoot gegaan, maar nu zwaar verankerd in onze wetgeving, die we graag ten voorbeeld willen stellen. Maar dat verschil in behandeling tussen exclusief Nederlanders en Nederlanders met een andere nationaliteit discriminatie oplevert, is kennelijk allerminst gemeengoed. Dat zien de Fransen toch scherper. Het onderscheid maakt bipatride Nederlanders tot tweederangsburgers die uitgestoten kunnen worden. Zij hebben een zwakkere Nederlandse nationaliteit.

Jessurun d'Oliveira, oud-hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur van Prakken d'Oliveira Human Rights Lawyers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.